De staand-want-vissers leden vaak schade aan hun netten door rondtrekkende
kuilvissers.
Toen de vangsten na 1902 weer terugliepen begonnen deze vissers zich te
organiseren. Werden de belangen van de vissers in de 19e eeuwse strijd om de
wonderkuil in de eerste plaats behartigd door de gemeentebesturen, na 1900 namen
hun organisaties deze taak over. Langs de Zuiderzee namen de pas opgerichte
vissersverenigingen uit Hoorn en Enkhuizen het initiatief om medestanders te
vinden in de strijd tegen de wonderkuil. Waarschijnlijk heeft dit initiatief
geleid tot de oprichting van verschillende vissersverenigingen elders, onder
andere in Vollenhove en op Marken (1906).
Deze locale verenigingen organiseerden zich weer in de Vereniging tot Bevordering van de Belangen van Zuiderzeevisschers onder de naam van Zuiderzee Visschersbond of Zuiderzee Visscherij Belangen (Z.V.B.). Namens de vissers van Vollenhove had de heer J. Jongman Szn als penningmeester zitting in het hoofdbestuur van deze overkoepelende Organisatie en in 1908 ontving de vereniging zelfs subsidie van de gemeente Vollenhove. De achteruitgang van het visbestand was volgens de Z.V.B. te wijten aan het gebruik van de kuil. Niet alleen de wonder- en kwakkuil moesten verboden worden maar tevens de dwarskuil. Dit doel werd echter niet bereikt. Wel werden in 1911, vanaf 1 april tot 1 november bepaalde delen van de Zuiderzee, waaronder de kuststrook tussen Vollenhove en Blokzijl, verboden voor sleepnetten. Tevens werd er een minimummaaswijdte ingevoerd voor de gewone kuilen en de wonderkuil.
Door de eis van de Z.V.B. om de kuilvisserij te verbieden kreeg de in 1911
opgerichte Julianabond uit Volendam een krachtig argument in handen om
medestanders te zoeken en locale afdelingen op te richten in die
vissersplaatsen, waar met gaand-want gevist werd. Zo ontstonden er in Vollenhove
twee vissersverenigingen: "Vollenhove", lid van de Z.V.B. en de "Julianabond".
De leden van deze organisaties bezigden niet alleen verschillende technieken, er
bestond ook een religieus verschil. De leden van de ,,Julianabond" waren
overwegend Katholieken van Schokker afkomst, terwijl die van ,,Vollenhove"
merendeels Nederlands Hervormd waren en afkomstig uit Vollenhove.
In de periode, dat de staand-want-visserij op haar hoogtepunt was in Vollenhove,
namelijk van 1905 tot 1910, bezigde de helft van de 'Schokkers" deze techniek en
meer dan de helft van de Vollenhovense vissers. Hoewel het gebruik van het
staande-want bij zowel de Schokkers als de Vollenhovenaren daarna afnam, was het
percentage Schokkers dat weer overging op het gaande-want veel groter. Aan het
einde van de jaren twintig zou geen enkele Schokker het staande-want meer
gebruikt hebben.
In 1911 werd de Zuiderzeevisserijraad opgericht. Van district Vollenhove was J. Jongman lid, tevens voorzitter van het district Vollenhove en bestuurslid van de VBBZ. Er werden verkiezingen gehouden voor die Zuiderzeevisserijraad. Van VN-Vollenhove met 48 stemgerechtigden werd in 1913 E. Spit Szn gekozen, vanaf 1916 deed ook de Julianabond en St. Petrusbond mee (totaal toen 77 vissers) en werd J. Souwman gekozen, in 1919 H. Prins, in 1922 B. Oldenhof en W. de Boer. In 1925 waren er 81 vissers lid en werden resp. S. Spit en A.H. de Boer gekozen. Vanaf 1928 deden de laatste twee bonden blijkbaar niet meer mee, S. Spit werd in 1928 en 1931 herkozen.
Pas na 1917 werden de vissersverenigingen in Vollenhove echt actief. De vissersverenigingen waren er niet alleen om de belangen van de vissers te vertegenwoordigen. Er werd op veel plekken ook busreisjes en andere evenementen georganiseerd voor de onderlinge band.
De Vereniging tot Bevordering van de Belangen der Zuiderzeevisserij had in Vollenhove na de oprichting in 1906 zo’n 50-100 leden, na 1909 25-50 leden (de kuilstrijd woedde van 1905-1912). De Julianabond (voorstanders van de kuilvisserij), opgericht in 1912, had 25-50 leden; de RK Sint-Petrusbond had 34 leden.
Op 2e paasdag 1918 werd op initiatief van pastoor Elskamp besloten tot de
oprichting van de katholieke Zeevisschersbond 'St. Petrus". Deze bond,
die afdelingen kreeg in Vollenhove, Volendam en Kampen en de neutrale "Julianabond"
verving, gaf op katholieke grondslag leiding aan de katholieke
vissersverenigingen. "St. Petrus" uit Vollenhove sloot zich aan bij de
katholieke middenstandsorganisatie "De Hanze" en met haar hulp werden tal van
activiteiten ontplooid. Zo werd in 1921 een Coöperatieve Verbruikersvereniging
Visschersbelang opgericht, die voor haar leden onder andere teer, klompen en
turf inkocht. Tevens bezat de vereniging vanaf 1921/1922 een eigen
rokerij, een garnalenrokerij en een
vispakkerij, die de vis van haar leden overnam en verkocht. Verder had ze de
beschikking over een eigen taanketel.
De RK vissersvereniging Sint Petrus in Vollenhove hield jaarlijks op de feestdag
van haar patroonheilige een feestvergadering. De leden gingen ’s ochtends
gezamenlijk naar de mis en gebruikten na afloop met elkaar het ontbijt. Voor de
kinderen werd ieder jaar een kerstboomfeest georganiseerd. Bij deze feesten
waren ook de vrouwen en meisjes welkom.