De visserij in Vollenhove

Een overgebleven Vollenhoofse bol, nu varend met nummer RD23 vanuit Harderwijk voor toeristenVanaf de omwenteling in 1795 waarbij de macht van de adel werd vervangen door de vrijheid, gelijkheid en broederschap van de Franse tijd verdween vrij snel de adel als bron van bestaan uit Vollenhove. De visserij werd nu langzamerhand de belangrijkste bron van inkomsten voor de burgerij. Al in de prehistorie werd er gevist in de diverse kreken die afwaterden op de Vecht, die ten zuiden van de Voorst stroomde - zoals blijkt uit de vondst van een boomstamkano in het Voorsterbos. In de 8e of 9e eeuw werd de keileembult waarop nu Vollenhove ligt al (sporadisch) bewoond door Frankische vissers, zoals de vondst bewijst in 1855 van benen naalden, gemaakt van graten van een steur, op het terrein waar toen het Oldehuis werd gesloopt. De steur was in de middeleeuwen de grootste vis, en kwam veel voor in de monding van Vecht en IJssel. Sinds de 15e eeuw werd de visserij beroepsmatig door enkele tientallen vissers uitgeoefend. De visserij op zoetwatervis (eerst steur, later zalm) werd vanwege de verzilting van de Zuiderzee vervangen door zoutwatervis (eerst haring, later ansjovis, garnalen, bot, paling en spiering).

Er was echter geen haven, zelfs de (enige) aanlegsteiger was erg verwaarloosd. De afbraak van het oude bisschoppelijke kasteel, later bestuurszetel van stadhouders en daarna drosten en uiteindelijk garnizoenslegering en gevangenis, leverde een haven (de voormalige slotgracht) en haventerrein op voor de vestiging van prille industriële bedrijven.

de Zuiderzee, het visgebied voor o.a. de Vollenhoofse vissersVollenhove groeide uit tot een belangrijke vissersplaats aan de Zuiderzee, welke positie nog eens werd versterkt door de komst van enkele tientallen vissers met hun schepen, die gedwongen werden om hun thuisbasis Schokland te verlaten (1859). Acht Schokker families vestigden zich op het eiland in de binnenhaven De haven werd alras te klein waarop er een nieuwe haven buitendijks werd aangelegd.

De periode 1860 - 1914 gaf jaren van grote voorspoed, afgewisseld met magere jaren. In het algemeen was het leven hard voor de vissers, waarvan menigeen niet van zee terugkeerde. Een bijzonder verhaal is de redding in 1915 van een schippersgezin, door o.a. de Vollenhoofse visser Tijmen de Boer.

Er waren enkele belangrijke families van reders en vishandelaren die diverse initiatieven namen om de economische bedrijvigheid te ondersteunen. Zo kwam er een scheepswerf, waarop uiteindelijk een eigen Vollenhoofse bol werd ontwikkeld en gebouwd. Er kwam een stoomtram voor de afvoer van vis naar het achterland, vooral Duitsland en Frankrijk. De handel naar deze landen kwam echter stil te liggen in de Eerste Wereldoorlog. Dat, gevoegd met de afnemende visstand, de dalende visprijzen en de roep om het afsluiten van de Zuiderzee luidde het einde in van een tijdperk. Ter herinnering hebben we nog de vele ansichtkaarten die in deze periode zijn gemaakt.

Een tijdlijn van de geschiedenis van de visserij geeft een chronologisch overzicht, en verwijzingen naar o.a. onderstaande artikelen over de ontwikkelingen rond de Vollenhoofse visserij:

De Stichting Het Venose Skutien houdt de geschiedenis van de visserij in Vollenhove levend door een originele botter, de VN66, in de vaart te houden.

 www.henkvanheerde.nl/vollenhove