VOLLENHOVER VISSCHERS VAREN TER VISCHVANGST

Buitenhaven van vollenhove, gezien vanaf het rechter havenhoofd richting stadVollenhove, 1936 - Eenige tijd geleden werd in de dagbladen uiting gegeven aan de ongerustheid, welke leefde in de kustplaatsen langs de voormalige Zuiderzee als gevolg van de regeeringsmaatregelen tot beperking van de KUILVISSCHERIJ. Deze vorm van vischvangst beteekent immers voor de visschers de voornaamste broodwinning. Men wilde nu, door inperking van het vischgebied (dat is het water, waar met de kuil getrokken mag worden) op omzetting van het bedrijf aansturen. Meer dan tot nu toe, zou men zich op de Hoekwant- en fuiken-visscherij moeten gaan toeleggen.
Een en ander deed ons besluiten om de visscherij op het IJsselmeer wat meer van dichtbij te gaan bekijken. We besloten daartoe van Vollenhove uit te varen, doch het had vanzelfsprekend evengoed ook uit een andere kustplaats kunnen geschieden.

Buitenhaven gezien vanaf RuimzeezichtZoo koersten we op een mooie voorjaarsdag naar het domicilie van de ons bevriende schippers Luite Croes en Klaas Vis, opvarenden van de 'V.N. 24', die ons voor de uitvoering van het Zuiderzee-experiment hun medewerking hadden toegezegd. Men wist ons 'landrotten' wel eenige bezwaren voor te leggen, maar ze vormden juist een sterke prikkel om toch aan ons voornemen gevolg te geven... en we hebben er geen spijt van gehad. De verleiding is groot om nu reeds een eind-conclusie te geven. Laat ons hiermede voorloopig mogen wachten en u uitnoodigen de tocht over de zilte baren mede te maken. Bijna zouden we zeggen 'van stap tot stap', maar die uitdrukking is in dit geval minder op zijn plaats. Vollenhove is nog in diepe rust, het is circa 2 uur middernacht, wanneer we bij de V.N. 24 aan boord gaan en de zeilen worden geheschen. Een fijne motregen valt neer; krijschende meeuwen vliegen over en langs onze hoofden. Naarmate de nacht meer en meer plaats maakt voor den dag, kunnen wij verder voor ons uitzien. 't Is heerlijk, in 't prille morgen uur de zacht deinende goltjes tegen de kiel te hooren klotsen. Nieuwe reisgenooten melden zich. Het zijn nI. zwermen muggen, die naar het schijnt het IJsselmeer een nieuwe reputatie zullen gaan geven. Over de wijde plas naderen we nu de vischplaatsen. Mocht vroeger 3 K.M. uit de kust de kuil uitgeworpen worden, thans is dit bepaald op 15 K.M.

Buitenhaven van VollenhoveZoo wordt het al half negen, vrdat met de eigenlijke visscherij een begin kan worden gemaakt. Alle zeilen tot een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 400 ei worden bijgezet en de kuil gaat overboord. Dit net bestaat uit twee vleugels met aan het einde een groote zak van nauwe mazen, dat men in het water laat zakken. Half op de wind voortzeilende wordt het dan 'op hoop van zegen' over den bodem meegetrokken.
Spoedig vertoonen zich meeuwen boven het pim. 50 m. lange net; een bewijs dat er visch inzit. Tot half elf wordt er doorgetrokken.
Wanneer dan het net wordt opgetrokken, blijkt er een flink kwantum visch in de zak terecht te zijn gekomen. Hoofdzakelijk kleine spiering, schele posten en wat aal. Alleen de laatste soort kan gebruikt worden. Net een vijftig-tal, juist voldoende om bij het middagmaal door ons drien geconsumeerd te worden. Terwijl we nog bezig zijn de schoongemaakte aal in de pan te doen, wordt een hoekwant visscher gesignaleerd. Het blijkt de 'V.N. 94 van F. Schuurman te zijn, die geen aas meer heeft. We hebben zoo juist bij de eerste sleep een mandje vol gevangen, dat hem nu goed van pas komt. Ter verduidelijking iets over het zgn. 'hoekwant'. Dit bestaat uit lange lijnen van ca. 800 M. lengte, waaraan een 100 haakjes, zooals ook hengelaars gebruiken, aan dwarslijnen zijn bevestigd.

Ingang van de haven met visserschepenAan deze haken worden nu als aas wormen of kleine spieringen geregen. Dan gaat de beug over boord met aan elk einde een boei (een stok met kur-ken en door steenen of gewichten verzwaard om rechtop te blijven staan). Aan de top dient 'n vlagje als herkenningsteeken. Onder al deze bedrijvigheid is het inmiddels mooi zonnig weer geworden, doch de wind laat ons in de steek en is het uitgesloten, dat er met de kuil kan worden gevischt. Als op een spiegel liggen de beide schepen naast elkaar. De muggen houden ons trouw gezelschap. Geen moment stokt het gesprek. 't Is maar goed, dat men op den vasten wal niet kan hooren, wat hier wordt besproken en... overlegd.
Dan komt schipper Schuurman met het aanbod om als wederdienst voor het hem aangeboden aas een lijn van 800 M. uit te zetten. Graag gaan we daar op in en stappen we over op de V.N. 96, waarbij onze schipper medegaat en Klaas de middagkost zal verzorgen. Op zee zijn maakt hongerig. Het aas wordt aangeregen en langzaam gaat de lijn overboord en keeren we weer naar de '24' terug, waar inmiddels het eten gereed is gekomen en wij ons de aardappelen met boter en paling best laten smaken. De '96' gaat dan na een goed uur de beug lichten en wat bleek toen? Dat aan de 100 haken precies 13 aaltjes waren gevangen. Het was een mager resultaat. Vorige week had men op een dag 1900 haken uit staan en toen ongeveer 200 stuks of 20 pond visch gevangen. Daarvoor is men dan een. geheele dag met drie man in touw en soms nog een nacht erbij. Het weer blijft stil en benutten we den tijd om eenige uren te gaan rusten. In de middaguren zijn een tweetal booten tusschen Urk en Kuinre bezig met het uitzetten van de lijn, waar buiten niet meer met de kuil gevischt zal mogen worden.

Ingang buitenhaven, met schepenOmstreeks 7 uur begint de wind eenigszins te ruimen en wakkert uit het O.N.O. aan, zoodat de kuil voor de tweede trek uitgeworpen kan worden. Weer matige vangst. De derde trek tegen 2 uur was beter en komt het net boordevol binnen. Het is een schoone nacht op zee, met een stijve bries waarbij het water tegen de boeg van het schip bruisend en spattend uiteen springt. Bij sorteering van de vele gevangen visch gaat ruim een kwart gedeelte wegens ondermaat (of niet te verkoopen) overboord. We kunnen immers alleen de paling gebruiken. Een mooi gezicht is het in dezen donkeren nacht andere visschersschepen te zien passeeren.
Tegen een uur of vier komen we al trekkend op het Kerkhof, waar de sleep vastloopt en alle hens noodig zijn om het want los te krijgen.
Het loopt gelukkig goed af; we kunnen nogmaals een trek doen en tegen 5 uur het zwaargevulde net binnenhalen. Besloten wordt naar de haven terug te keeren. Onderweg wordt de visch gesorteerd en blijkt er in dezen tijd totaal 93 pond aal te zijn gevangen, welke aan de maat voldoet.
Maar er is zeker wel 400 pond overboord geworpen: een bewijs dat het niet alles gewin is. Precies 9 uur dinsdagmorgen komen we in de haven terug met steeds een stevige bries uit het Noorden. Dan direct naar den afslag waar de visch wordt verkocht voor nog geen 20 cent per pond.

Terug van de visvangst (1935)Om 4 uur in den middag zou weer uitgevaren worden, doch regen en onweer beletten dit, zoodat het reeds 7 uur was toen het anker werd gelicht en zee werd gekozen. Er was weinig gelegenheid (geen wind), en ook leken de vooruitzichten volgens onze schippers niet best. De havenlichten waren te scherp en rustig. Tezamen met een andere botter bleven we den geheelen nacht ongeveer een uur uit de kust liggen en toen het weer zoo bleef werd tegen 7 uur onverrichterzake opnieuw de haven opgezocht. Niemand had iets gevangen.
Na een rustigen dag keerden we woensdagavond in Vollenhove terug. De avond werd op aangename wijze zoekgebracht en daarna tegen 2 uur de schuit, de N.V. 96, opgezocht. We zouden nu mede om het hoekwantvisschen bij te wonen. Tusschen Kerkbuurt (Blankenham) tot een eind benoorden de haven van Kuinre had men den vorigen avond eenige K.M. hoekwant uitgezet en deze zou thans worden gelicht. Nu kan het, wanneer er buien aan de lucht zitten, in die omgeving leelijk spoken. 

Ansichtkaart van de buitenhaven Dit bleek ook thans het geval te zijn en nadat we Blokzijl gepasseerd waren, deelde de schipper ons mede, dat we spoedig zouden mogen toonen, tegen de zeeziekte bestand te zijn. Het aspect van de zee veranderde zienderoogen en liepen er flinke golven met witte koppen. Steeds wilder werd het water en onze boot begon te steigeren en te slingeren als een wild paard. Tusschen de golven vertoonden zich diepe dalen en stroomde het water bij wijlen in volle bakken over de zich uitstekend houdende boot, die door vaardige schippershand dwars op de golven, gehouden werd om het want te kunnen binnenhalen. Geleidelijk verdwenen de aaltjes in het beun en hadden we deze tegen 6 uur in woelige, maar mooie, zee binnengehaald en ruim 50 pond aal bemachtigd. De steven werd gewend en ging het verder uit de kust om ter hoogte van Schokland met de kuil aas te visschen.
Wat posten en 250 spieringen voor aas was de buit.
De volgende trek ging in de richting Voilenhove en kwam het net toen boordevol binnen. Weer hoofdzakelijk posten (waaraan niemand wat heeft) en een hoeveelheid spiering. In elk geval hadden we weer aas.
Boot en bemanning hadden zich goed gehouden, doch achtte de schipper het beter om maar niet direct nieuw want uit te zetten.
Het roer werd omgegooid en ging het 'huistoe', om van de vermoeienissen van den nacht uit te rusten.

Ansichtkaart van de buitenhavenHet zwaarste en belangrijkste werk was nu achter den rug en hiermede hebben we een kijkje achter de schermen van de Zuiderzee-visscherij kunnen nemen. Het is een interessant beroep, waarin hard gewerkt moet worden en lange dagen gemaakt om een schamel stuk brood te verdienen en dan te weten, dat het beste vischwater niet bevischt mag worden, is hard.
We kunnen ons nu begrijpen waarom de visschers, die zich vrije menschen voelen en de zee als hun eigendom beschouwen, wrevelig worden. Het te bevisschen gebied bevat weliswaar veel aal, doch alleen van een formaat dat niet gevangen mag worden omdat ze kleiner zijn dan 25 c.M.
Tenslotte hebben we nog even de verrichtingen gevolgd van een FUIKENVISSCHER, Willem Dragt van de V.N. 75, welke zijne werkzaamheden dicht onder de kust uitoefent. Men wil ook deze vorm van visscherij in de toekomst meer uitbreiden. 't Kan wat worden, doch daar lijkt ons op het oogenblik door de geringe vangsten nog geen brood in te zitten.

Ansichtkaart buitenhaven (van Seidel)We besluiten met den wensch, dat voor de moeilijkheden t.a.v. de IJsselmeervischvangst spoedig een bevredigende definitieve oplossing zal worden gevonden.
De inpoldering van de voormalige Zuiderzee heeft al heel wat tongen... en pennen in beweging gebracht en dat is niet bepaald een wonder, omdat de belangen van de hierbij betrokkenen niet altijd met elkaar overeenstemden. Met dat al heeft de visschersbevolking langs de IJsselmeerkust opnieuw van een regeeringsmaatregel kennis gekregen, die de gemoederen in heftige beweging heeft gebracht. Voor de visschers in Voilenhove beteekent dit het vervliegen van een laatste greintje hoop op opleving en zal misschien voor velen den ondergang worden. De kwestie is namelijk deze, dat een bepaald gedeelte voor de kust als verboden visch-zne voor de kuilvisschers is afgesneden, welke ter hoogte van Vollenhove op 22 K.M. breedte zal komen. Practisch komt het hierop neer, dat de visschers, die thans in de buurt van Urk en de Lemmer zuilen moeten gaan visschen, 's avonds geen tijd meer zullen vinden om naar huis terug te keeren en... dus noodgedwongen op Urk of aan de Lemmer hun vangst naar den afslag zullen moeten brengen.
Ook zullen zij daar hun proviand moeten inslaan, wat voor de Vollenhovensche neringdoenden den nekslag in hun bestaan zal zijn. Weliswaar zijn de nieuwe bepalingen voorloopig opgeschort - men beweert tot 1 April - maar de toekomst ziet er voor Vollenhove en ook de andere plaatsen langs het IJsselmeer weinig hoopvol uit, tenzij voor de visschersstand gunstiger bepalingen worden getroffen. Een wensch, die wij van harte onderschrijven.

www.henkvanheerde.nl/vollenhove

Bron: Ons eigen erf, jaargang 1936