Nijverheid rond de visserij

Behalve een haven werd rond 1825 een haringrokerij gebouwd, waar onder anderen de vrouwen Aaltje Donker en Lammigje Beulaken werkzaam waren. De eigenaar van deze bokkinghang was baron R.W. van Middachten. Waarschijnlijk rookten de vissers ook thuis haring.

In deze periode groeide het aantal inwoners van Vollenhove tot 1246 in 1830. De groei was in Vollenhove echter minder groot dan in de rest van de provincie. In Vollenhove stond tegenover de bevolkingstoename nauwelijks uitbreiding van de werkgelegenheid. Er ontstond een overschot aan arbeidskrachten en van deze situatie profiteerden calicotfabrikanten uit Twente. Als gevolg van de onderlinge concurrentie waren de lonen daar zo hoog geworden dat sommigen uitweken naar goedkope loongebieden, zoals West-Overijssel. Deze vorm van werkgelegenheid, de zogeheten armenfabriek, deed in verschillende plaatsen haar intrede, en wel in Vollenhove (1835), Hasselt (1837), Kuinre (1839) en op Schokland (1842). Ook in Sint Jansklooster werd een fabriek opgericht en daar vond een deel van de armlastige bevolking uit Vollenhove werk.

In het Oldehuis, dat vroeger tot gevangenis diende, is in 1841 een grote katoenweverij en spinnerij gevestigd. In het gemeentearchief bevinden zich diverse stukken betreffende het gebruik van het Oldehuis als weverij door ondernemer E. Ekker c.s., het onderhoud en de veiling van het gebouw uit de periode 1834-1855, met hiaten. Het gebouw was toen eigendom van het Ministerie van Justitie. Verder gegevens uit 1841 over de calicotweverij van E. Ekker 1841. Blijkbaar exporteert deze fabrikant ook naar Nederlands IndiŽ. In 1841 heeft hij 100 weefgetouwen in bedrijf!

In de jaren veertig werden de levensomstandigheden voor veel inwoners van de stad steeds slechter. Het aantal arbeidsplaatsen in de katoenweverij liep terug van 70 in 1842 tot 40 in 1848. De situatie van de gemeentekas liet tevens te wensen over onder andere als gevolg van het vertrek van verschillende financieel draagkrachtige inwoners. Hierdoor werd onvoldoende aandacht besteed aan het onderhoud van de haven, zodat deze in verval raakte en slecht bereikbaar werd voor grote schepen.

De palingrokerij van de familie Konter, laatste overblijfsel van de nijverheid rond de visserij in Vollenhove.In 1914 krijgt J. van Smirren vergunning van de Gemeente voor het oprichten van een fabriek voor vis- en groentenconserven aan het Oldehuisplein nr. 9, kadastrale sectie A nr. 699. Vervolgens krijgt in 1915 de Weduwe O. van Gulik vergunning voor het oprichten van een visrokerij aan het Oldehuysplein nr. 10a, kadastrale sectie A nr. 774.
Het adres Oldehuysplein 130 was van de scheepswerf J. Kroeze, met een helling die van het oorspronkelijke eiland een schiereiland maakte.
Eind 1920 kocht de gemeente van de firma Gombrun, een voormalig visconservenbedrijf, hun gebouw op het Oldehuysplein. Op die plaats werden vijf noodwoningen geplaatst. Voordat de noodwoningen gebouwd konden worden, moet er eerst nog een lading zout weggehaald worden. Het moest opgeslagen worden in de kelders, maar dat had veel voeten in de aarde. Uiteindelijk bleek J. van Gulik, reder en visverwerker, geÔnteresseerd in het zout.

Met de visserij verdwijnt al heel snel de nijverheid. Van Smirren vertrekt rond 1920 naar Engeland en zet daar zijn bedrijf voort. Van de rest is niets anders bekend dan dat de bedrijven verdwenen zijn.

De visrokerij van Van Smirren wordt overgenomen door Jongman. In de jaren 1970 stopt het bedrijf en blijven de gebouwen leegstaan. Het verval treedt in totdat de familie Kwakman het geheel huurt voor rokerij en vishandel. Op basis van huur blijkt het bedrijf niet rendabel en wordt ook dit gestopt. Sindsdien verpauperen de gebouwen.

Een andere rokerij, van de familie Konter, draait nog volop. Deze is gevestigd in en naast de oude vispakkerij die later tot woningcomplex Ruimzeezicht werd verbouwd.

Tot slot zou ook de horecavisgroothandel Bos Seafood tot de erfenis van de Vollenhoofse visnijverheid kunnen worden gerekend. Weliswaar gevestigd op het industrieterrein van Blokzijl, in de Noordoostpolder, is deze eigendom van Vollenhovenaren en wordt deze bemand door menige Vollenhovenaar met wortels in de visserij.

www.henkvanheerde.nl/vollenhove