De
Van Smirrenstraat is genoemd naar Jan van Smirren, een naar Engeland
geëmigreerde vishandelaar die na de oorlog het sociaal-cultureel werk in
Vollenhove financieel steunde.
Het geslacht Van Smirren was al in de achttiende eeuw vooraanstaand in
Vollenhove, o.a. middels het logement voor de poort.
Eigenaar / uitbater
Harm of eigenlijk Hermen van Smirren (1764 - 1824) stamt uit een dan al oud Vollenhoofs geslacht.
Zelf was hij een onecht kind van naaister Harmpje Arends van Smirren (zijn
moeder was bij zijn geboorte 17).
Hij was de kastelein van het logement Van Smirren voor de
landpoort (later hotel
Van der Veen, nu Super De Boer). Van Smirren was naast logementhouder en bode
van de gemeente Ambt Vollenhove, ook deurwaarder bij het kantongerecht in de
Stad Vollenhove. In 1804 was hij één van de twee bode-opzichters van het
heemraadschap. In het jaar 1801 pachtte Harm van Smirren (nog) voor een jaar de
havezate "Nijerwal". In 1805 kocht hij samen met zijn toenmalige
echtgenote de havezate Eckelenboom,
aan te nemen valt dat zij er hebben gewoond - hoewel niet lang, want hij trouwt
in 1808 voor de tweede keer..
In de beschrijving van de watersnood in februari 1825 wordt opgegeven, dat
buiten de poort het water in het huis van H. van Smirren 0.60 tot 0.80 el hoog
stond.
Als lid van de gemeenteraad komt voor winkelier Arend Derks van Smirren, van 1828-1832
(hij overleed toen op 80-jarige leeftijd).
Verder komt als gemeenteraadslid voor Jan van Smirren (geb. 1812, pachter /
koopman / aannemer) van 1850-1869, en wethouder
van 1869-1891. Dit is de kleinzoon van Arend Derks van Smirren.
De visserij ontwikkelde zich gunstig en het aantal grote vissersschepen nam toe
van 21 in 1847 tot 26 in 1850. Deze toename valt voor een belangrijk deel toe te
schrijven aan de bemoeienis van de aannemers J. van Smirren en A. van Bessum,
die schuiten opkochten, waarmee zetschippers de visserij gingen beoefenen.
In de jaren vijftig begon men vanuit Vollenhove zelfs rechtstreeks vis te
exporteren naar Osnabrück en Bremen. Dit was het werk van J. van Smirren, die
zich in deze periode volledig ging toeleggen op de handel in vis. Er werd voor
hem in 1852 een grote bokkinghang met bijbehorende inrichting voor het zouten
van vis gebouwd. De capaciteit hiervan werd na 1852 vergroot en tevens vestigde
zich een expediteur voor Van Smirren in Keulen, die verantwoordelijk was voor de
verkoop op de Duitse markt.
In 1855 besloot de gemeenteraad de brandspuit van het inmiddels voor een groot
deel verlaten Schokland te kopen. Eén van de leden, J. van Smirren, had de
spuit 'onderzocht'. Voor f 150 was ze niet te duur, zo vond hij.
In 1863 is Jan van Smirren samen met bakker en mede-raadslid Lucas
van Gulik en
met kastelein Sjoerd van der Veen eigenaar van het huis Kerkstraat 12. De
Vollenhoofse vissersvloot bestond toen uit 50 schuiten en dertien punters en
boten. Van negen schuiten was de eigenaar geen visser, waaronder J. van Smirren
als vishandelaar met 3 schuiten.
Uit 1867 en 1884-1885 dateert het "Dossier kelder van Smirren" uit het
gemeente-archief, met stukken over verhuur van een perceel aan J. van Smirren en
aankoop van een perceel waaronder een gedeelte van zijn tuin, ten behoeve van de
vergroting van de haven. Naast de eerder genoemde rokerij-zouterij bezat de
firma Van Smirren in 1885 twee ansjoviskelders, een pakhuis en een
garnalenpellerij in Vollenhove.
Rond 1875 is Jan van Smirren wethouder en loco-burgemeester. Hij wordt in de
verkiezingsuitslag omschreven als handelaar in vis en tevens eigenaar van een
paar vissersboten met daarop een zetschipper. Zijn adres: Kerkstraat 109 K. Hij
was geboren op 2 april 1812 en overleed op 30 november 1891. Hij is bijgezet in
een grafkelder op het kerkhof aan de Voorst.
Zijn zoon Arie Jan van Smirren (geb. 1849) is gemeenteraadslid van 1892-1899, en wethouder van
1899-1914.
De verbindingen voor het vervoer van de vis naar de afzetmarkt waren hopeloos en
in het laatst van de 19e eeuw ontstonden er plannen om tot oprichting van een
stoomtram Zwolle - Vollenhove - Blokzijl te komen. Baron Sloet van
Marxveld was
hiervan de grote voorvechter en hij was voorzitter van een comité dat in 1898
een brochure liet verschijnen. Andere leden waren onder meer de burgemeester en
deze A.J. van Smirren.
In 1910 krijgt A.J. van Smirren vergunning voor het oprichten van een fabriek
voor vis- en groentenconserven aan de Binnenhaven. Hij speelde kennelijk een
kwalijke rol bij de oprichting van een visafslag, waarvan al in 1911 de behoefte
werd gevoeld. Het duurde tot 28 oktober 1914 dat de raad zich definitief
uitsprak voor de oprichting van een afslag. Het oponthoud werd veroorzaakt door
een discussie over de rol die de nationale overheid moest spelen in de oprichtings- en exploitatiekosten. De hoofdinspecteur der visserij was van
mening, dat de trage besluitvorming een andere oorzaak had. Volgens hem had van
Smirren, die door het overlijden van de burgemeester tijdelijk diens ambt had
overgenomen de zaak opgehouden, omdat zijn privé-belang als handelaar gediend
was met het voortbestaan van de situatie. Op 1 september 1915 werd de afslag
geopend.
In 1915 ging het bedrijf failliet en A.J. van Smirren verliet Vollenhove in
1916. Na het faillissement zette de firma Gombrun met vestigingen in Den Helder
en Vlaardingen de activiteiten nog enkele jaren voort.
J. van Smirren, zoon van A.J. van Smirren, krijgt in 1914 vergunning voor het oprichten van een fabriek
voor vis- en groentenconserven aan het Oldehuisplein nr. 9, kennelijk volgens
een brief van 6 oktober 1914 een gebouw behorend aan het Grootburgerweeshuis. In 1916 krijgt hij
vergunning voor het oprichten van een visrokerij, garnalenkokerij en zouterij
van vis.
De fabrikant J. van Smirren uit Den Helder wilde in 1914 een garnalenkokerij
annex zouterij vestigen aan de Vismarkt. De bedoeling was er een tijdelijke,
houten vestiging te maken. De heer J. Weijs, timmerman te Vollenhove zou de twee
werkplaatsen en een bergplaats voor turf gaan bouwen. Gemeenteopzichter M.
Mosterdijk wijst in een schrijven aan de gemeenteraad op het brandgevaar,
wanneer een dergelijk bedrijf gebruik maakt van een houten werkplaats. Bovendien
merkt hij op, dat het afvalwater van de kokerij zal worden afgevoerd door de
open goot. Alleen, waarheen dat dan stroomt is de heer Mosterdijk een raadsel,
dus wil hij daar van de gemeente graag een antwoord op hebben. Hij waarschuwt
tegen de stank, die ongetwijfeld het gevolg van een dergelijke afvoer zal zijn.
Mosterdijk wijst ook op het onesthetische. Verder vindt hij hout nu niet bepaald
een materiaal, dat zich leent voor een bedrijf, dat vis verwerkt. Hij noemt het
zeer onhygiënisch. De heer Van Smirren deelt de raad later mee, het gebouw van
steen te zullen optrekken, daar er een schaarste aan hout is.
In 1925 kocht Harm Jongman (de Slenger) de leegstaande rokerij aan de haven en begon er zelf te roken. Hij verhuisde met zijn gezin van de Visserstraat naar de woning aan de haven.
Naar verluid is Jan van Smirren (geboren in 1890), de zoon van Arie Jan, ruim voor de oorlog naar Engeland verhuisd. In de jaren 1950 heeft hij op diverse manieren een (financiële) bijdrage aan de gemeenschap van Vollenhove geleverd, reden om hem tot ereburger te benoemen en in 1962 een straat naar hem te vernoemen. Het geld was o.a. bestemd voor de organisatie van uitstapjes voor bejaarden ('bejaardenreisjes'), oorspronkelijk georganiseerd door de VVVV, en voor de oprichting van het bejaardentehuis 'de Twee Ankers' (de voorganger van 'Nieuw Clarenberg').
Huidige
firma Van SmirrenBij zoeken op internet vond ik een firma Van Smirren die wereldwijd bekend is om zijn ingemaakte vis, een 'typisch Brits' product. het bedrijf van Smirren Seafood is gevestigd in Wales (Groot Brittannië), in een klein plaatsje in de buurt van Chester aan de monding van een grote rivier. Het volledige adres: Greenfield Business Park 2, Greenfield, Holywell, Clwyd CH8 7HJ. Telefoon: 01352710033.
Zie voor (een deel van) de stamboom van de familie Van Smirren - vanaf Derk van Smirren, geboren in 1684 - de genealogische pagina's van Duco Drijber, op www.drijber.com/paginas/StamboomVanSmirren
www.henkvanheerde.nl/vollenhove