Jan van Arkel

(bisschop van Utrecht 1342-1364)

Jan van Arkel (geboren omstreeks 1314) was na bisschop van Utrecht ook bisschop van Luik waar hij op 1 juli 1378 overleed. Hij werd begraven in de Domkerk in Utrecht, waar een naar hem genoemde kapel is met daarin "verwerkt" enige overblijfselen van zijn tombe.

Met de dood van bisschop Jan van Diest begon het politieke spel over bisschopsbenoemingen opnieuw en veranderde een oud nadeel in het voordeel van het bisdom. Natuurlijk probeerden Holland en Gelre elk hun invloed te doen gelden. Verzekerd van succes waren zij nooit vanwege de corrupte hebberigheid van enkele kapittelheren en de gecompliceerde stedelijke politiek te Utrecht. Nu was het ook de paus die dwars lag. In 1341 werd een buitenstaander, de Italiaan Nicolaas de Caputio, tot bisschop benoemd. Toen deze begreep dat men van hem verwachtte dat hij ook werkelijk in Utrecht kwam wonen, zag hij haastig van zijn benoeming af. Hij stichtte te zijner nagedachtenis een fonds om steeds twee studenten uit Utrecht en Deventer in Perugia te laten studeren.

De weg was vrij voor een Hollandse kandidaat, Jan IV van Arkel (1342-1364). Graaf Willem IV prees hem publiekelijk aan als flink, machtig en onafhankelijk. Het was zonneklaar dat deze nieuwe Jan niet gekozen werd om een sterk, machtig en onaantastbaar Sticht tot stand te brengen. Nu Reinoud II overleden was en een minderjarige jongen het bestuur over het intern zeer verdeelde Gelre op zich had genomen, leek de tijd gunstig om een Hollandse zetbaas het bisdom te laten beheren. Ondanks andere verwachtingen ontpopte de domkanunnik zich als een man die de aanprijzingen van zijn mentor waarmaakte. De bisschop deed, tot grote schrik van de Hollandse graaf, flink zijn best om zich onafhankelijk op te stellen. Hij trachtte het Oversticht weer in te lossen en om geld te sparen ging ook hij enige tijd in het buitenland wonen. Steden (de kooplieden dus) en Ridderschap van het Oversticht betaalden fors mee aan het aflossen van de schuld aan Gelre (1346). Wellicht uit argwaan tegen het op dat moment in chaos en financiŽle nood verkerende hertogdom.

In 1347 waren Oversticht en Sticht weer onder hun bisschop verenigd en er waren nieuwe schouten aangesteld. Toen Van Arkel zijn aandacht afwendde om een conflict met de Hollandse graaf uit te vechten, bleek hoezeer het bisschoppelijk gezag verzwakt was. De heer van Bronckhorst viel Twente binnen en verwoestte Goor, de zetel van de schout. De bisschop reageerde adequaat met brandschatting van Bronckhorsts heerlijkheid Borculo. Gelre voelde zich ondertussen weer sterk genoeg om zich in de strijd te mengen en zijn leenman te steunen. Van Arkel kon onmogelijk de strijd in Holland, de conflicten met Gelre en de woelingen in Twente alleen betomen. In zekere zin vergold hij kwaad met kwaad. Hij stelde de avonturier en legeraanvoerder Frederik van den Eese als mandataris over Salland, Twente en Diepenheim aan: 'dat hi oorloghe voeren soude ende dat land bewaren tieghen den hertoge van Gefre ende tieghen den here van Bronckhorst'.

Veel steun kreeg Frederik van de even krijgslustige Zweder van Voorst en de heer van Kuinre. Het bestand waarmee de krijg eindigde, was voor bisschop Jan van Arkel een zware slag. Toen krijgsheren met de rekening kwamen en geld wensten te zien, bood een oude oplossing uitkomst; de heren ontvingen forse delen van Overijssel in pand.
In de volgende conflicten tussen de bisschoppelijke strijders en eigengereide edelen wisten zij wederom voor de bisschop succes te behalen. Zo kregen zij steeds meer greep op de man die ze zouden beschermen en steunen. In het Oversticht werd de schuldenlast ondragelijk en Jan van Arkel moest in 1349 zijn hele Overijsselse gebied, op Vollenhove na, aan Frederik van den Eese verpanden. 'In deser groter schout (schuld) aen ghene side der Ysel ende an dese side der Ysel verdwaelde bisscop Jan also ver, dat hi noch lenen noch borgen en mochte'.

Van Arkel gaf de ongelijke strijd op en ontvluchtte korte tijd later zijn bisdom 'ende reet van groter scaemte met ses paarden uten sinen lande naer groten Romen in die stat ende liet al varen als 't varen mochte'. Lang duurde deze toestand overigens niet; de 'zes', het kartel van machtigen dat de voornaamste schuldeisers verenigde, bracht de kapittels ertoe de vorst terug te roepen. In 1351 was Jan wederom in zijn bisdom. Aangezien zijn toestand onmogelijk slechter kon worden, verkeerde hij in een goede uitgangspositie om tegenmaatregelen te nemen.
Het Oversticht hield zich zoveel mogelijk buiten het conflict tussen de schuldeisers en de beheerder van een insolvent bedrijf. Bovendien hadden de handelssteden belang bij een zo rustig en ordelijk mogelijk Overijssel. Kampen, Zwolle en Deventer sloten om die reden een verbond met hun vorst om de macht van de nieuwe adelsburchten te breken.

De rol van Jan van Arkel in en rond Vollenhove

Toen het aantal mensen dat zich in de onmiddellijke nabijheid van het bisschoppelijk kasteel hadden gevestigd steeds toenam en een aaneengesloten buurt zich had gevormd, verleende bisschop Johan van Arkel 12 of 13 juli 1354 aan de "ghoede lude die woenaftich siin voer onsen huse tot Vollenho, dat gheheiten is opten Camp" het stadsrecht "ewelic durende alse anders onse steden hebben die in onsen lande van Sallandt gelegen siin". Dit stadsrecht is in zijn geheel afgedrukt in het boek van Fockema Andreae (Stadregt van Vollenhove) en ook in WvH, Vollenhove en haar havezaten (blz. 5-7).

In 1361 voert de bisschop twee maal een strafexpeditie uit in in de Stellingwerven, wanneer de boeren de opgelegde schattingen niet wensen te betalen. Bij de tweede tocht wordt Blesdijke verbrand.

Een belangrijke zaak was de instelling van het dijkrecht. De dijken in het noorden van het Oversticht zijn in een laat stadium tot stand gekomen, later dan in Friesland en Holland. Collectieve dijkaanleg bleef lange tijd achterwege, omdat de grens tussen zee en land een stuk verder in westelijke richting lag, de bevolkingsdichtheid gering was en het centraal gezag weinig betekende. Pas onder het bewind van bisschop Jan van Arkel kwam hierin verandering. Het oudste dijkrecht van het schoutambt Vollenhove dateert uit 1363. In die tijd werd de waterkerende functie van de Zuiderzeedijk in overeenstemming gebracht met die van de andere dijken in het Oversticht. Deze dijk, vermoedelijk een aaneenschakeling van lokale waterkeringen van oudere datum, had tevens een belangrijke verkeersfunctie.

www.henkvanheerde.nl/vollenhove