Het
geslacht van Haersolte heeft een binding met Vollenhove door de Toutenburg,
in hun bezit van 1639 tot 1787. Het gaat om 4 generaties, die niet allemaal
evenveel op de Toutenburgh zelf woonden maar veelal op Herxsen.
Het kasteel Toutenburg kwam in het geslacht Van Haersolte door het huwelijk in
1639 van Ernestina, kleindochter van Steven van den Boetzelaer tot Toutenburg
met Antonie van Haersolte. Door het kinderloos overlijden van Anthony's zoon
Sweer of Zweder in 1674 kwam Toutenburg aan zijn broer Rutger van Haersolte van
Herxen (1642-1703), van Toutenburg verschreven in 1696. Van Haersolte werd in
1666 al vanwege de havezate Herxen onder Wijhe in de Ridderschap van Overijssel
verschreven. In 1677 gebeurde dit vanwege Paaslo en in 1696 dus vanwege
Toutenburg. In 1677/1678 was hij lid van de Gedeputeerde Staten van Overijssel,
welke functie hij in 1678 verwisselde voor die van landrentmeester van
Vollenhove tot 1695. Als eerste van zijn geslacht voerde hij twee griffioenen
als schildhouders van het familiewapen.
Omstreeks
1676 werd Toutenburg volgens de annalen bewoond door de heer van Hercksen
(Rutger van Haersolte tot Herxsen met vrouw, 3 kinderen, knecht, één jongen en
3 meiden. Hij legde in de functie van landrentmeester van Vollenhove op 31 mei
1678 de eerste steen van de kerk te Kuinre. Van Haersolte gebruikte de
Toutenburg slechts dan als woning wanneer zijn functie van landrentmeester
vanVollenhove zijn aanwezigheid te Vollenhove gewenst maakte. In 1671 was Van
Haersolte met Geertruid van Ittersum gehuwd, die in 1681 te Vollenhove in de
kraam overleed. Hijzelf overleed in 1703.
Rutgers broer Ernst werd in 1705 van Toutenburg verschreven.
In 1712 volgde Rutger Zwier van Haersolte tot Herxsen, die uit kracht van
dispositie van zijn grootmoeder Ernestina van den Boetzelaer in 1712 na
overlijden van zijn oom Ernst de havezaten Tautenburg en Paaslo erfde.
Deze Rutger Zwier van Haersolte volgde een militaire loopbaan. Zijn grote
bezittingen, ter waarde van ruim 100.000 gulden, zouden het hem mogelijk moeten
hebben gemaakt een grote staat te voeren; toch werd hij voortdurend door
schuldeisers achtervolgd. In 1700 was hij met zijn verwante Ernestine van
Haersolte tot Hoenlo gehuwd, die in 1729 stierf. Nadien verbleef hij
voornamelijk op Haerst en liet hij deToutenburg over aan zijn zoon Rutger.
Zoon Rutger werd na de dood van zijn vader in 1744 ook met de Haerst beleend.
In 1748 resideerde Van Haersolte nog met zijn vrouw Anna Blisabeth van Haersolte
op deToutenburg, twee verwanten en drie meiden en knechten. Kort daarna moet hij
zich definitief op Haerst hebben gevestigd om slechts zo nu en dan op de
Toutenburg te verblijven.
Toutenburg bleef in het geslacht Haersolte totdat Douairière van Heerdt,
geboren Anna Lucia van Haersolte als beneficiaire erfgename van Rutger van
Haersolte op 11 april 1787 de Toutenburg voor f 3200 verkocht aan Jan Arend de
Vos van Steenwijk tot Nijerwal.
De
windvaan van de Toutenburg, met het wapen van Van Haersolte, is gevonden bij het
uitbaggeren van de gracht in 1977, en hangt in de Oudheidkamer in Vollenhove.
Eén deeltje is afgebroken.
Voor zijn verschrijving hanteerde Rutger van Haersolte van Herxsen (1642 - 1703) bijgaande opzweringsstaat met vier kwartieren als lid van de Duitse Orde, balije Utrecht, uit 1685.