In 1859 was er in Vollenhove een ware invasie van nieuwe inwoners. Het eiland Schokland, ruim 10 kilometer uit de kust in de Zuiderzee, was nauwelijks meer tegen de golven te verdedigen en moest worden ontruimd. Er woonden vooral vissers, dicht bijeen in kleine huisjes in de dorpen Emmeloord en Ens. Ze kregen van de regering geld voor hun woning en probeerden aan de wal hun beroep weer op te pakken.
Van de ruim 600 mensen kwamen er 140 in Vollenhove terecht, de rest vooral in
Kampen, Urk en Volendam. In die andere plaatsen bleven ze onderling een hechte
gemeenschap die slecht integreerde met de oorspronkelijke bevolking.
Het aantal schepen in de Vollenhoofse haven
steeg ineens van 32 naar 49 schepen.
De meeste mensen die in Vollenhove terecht kwamen waren katholiek, afkomstig
uit Emmeloord. In Vollenhove werden ze van harte opgenomen in de kleine
parochie, die in aantal zielen verdubbelde en in de jaren daarna een ware
geboortegolf kende.
Hun eigen Mariabeeld, ‘Sterre der Zee’ (gerestaureerd in 2010), kreeg een vaste
plek in de H. Geestkapel, sinds
1799 de parochiekerk in Vollenhove. Ook hun liederen bleven gezongen worden, tot
op de dag van vandaag, zoals het Kerstlied en ‘Moeder Maagd’.
Op het RK Kerkhof, in gebruik
genomen in 1882, zijn nog de graven te vinden van 18 mensen die op Schokland
zijn geboren. Hun nazaten zijn in Vollenhove direct herkenbaar aan de typisch
Schokker namen zoals Klappe, Konter, Kwakman, De Boer, Ouderling, Toeter.
De Schokker cultuur werd in Vollenhove vooral bewaard in de vorm van enkele kerkelijke liederen. De Schokker 'immigranten', vooral katholiek, hadden qua aantal een grote impact op de toen slechts kleine Rooms-Katholieke parochie in Vollenhove. Dat zal samen de reden zijn dat een drietal liederen, waaronder een Kerstlied, nog veelvuldig worden gezongen in de vieringen.