De havezate Plattenburg was oorspronkelijk een huis aan de Bisschopstraat,
dat ooit ook Morrenhuis heeft geheten. Het lag tussen de havezate (Nieuw)
Hagensdorp
(gelegen op de hoek Bentstraat / Bisschopstraat) en de haven.
Een steen in de gevel, met het alliantiewapen Sloet - Buckhorst met helm en
helmteken, de halve maan met er onder "Plattenburg" herinnerde aan Jan
Sloet de Jonge toe Salk (Zalk), die stierf 21 november 1610, en zijn vrouw
Florentina van Buckhorst, Vrouwe van Buckhorst en Zalk, overleden 21 november
1612. De steen is in 1715 meeverhuisd naar de nieuwe
Plattenburg.
Jan Sloet tot Salk was drost van Vollenhove en kastelein (bevelhebber) van de
heerlijkheid Kuinre, en was in 1609 mede-ondertekenaar voor Overijssel van het
verdrag waarbij het Twaalfjarig Bestand in de oorlog tegen Spanje werd gesloten.
Arent Sloet, die met zijn nicht Everhardina Sloet tot Buckhorst huwde werd van
Plattenburg verschreven. Hij was zoon van Reint Sloet, burgemeester van Kampen
en Catharina van Bleijenberg. Everhardina Sloet tot Buckhorst was de dochter van
Jan Sloet tot Salk en Florentina van Buckhorst, vrouwe van Buckhorst en Salk.
Daarna volgde Arents zoon Johannes, geboren 1616, die kinderloos vóór zijn
vader overleed in 1656. Amilia van Montzvelt kwam in 1656 als erfgename van
Reint Sloet in het bezit van Plattenburg.
Vervolgens werd Arents broer Reint in 1658 van Plattenburg verschreven. Deze is
kinderloos overleden in 1700.
Het huis heette Morrenhuis naar Elisabeth Morre, die getrouwd was met Herman van
Uterwijck. In 1682 werd het huis bewoond door de weduwe van Capitein Robert
Frederik van Uiterwijck, Wilhelmina Sloet.
De ritmeester Jan Sloet tot Plattenburg verkocht bij akte van 7 januari 1704 aan
zijn broer Arent Harman Sloet toe Hagensdorp, ook ritmeester, een strookje van
zijn hof, onder Plattenburg behorende, strekkende noordwaarts van de hoek van de
muur van juffrouw Dompselaar tot zuidwaarts dwars door de hof van Plattenburg
tot aan de straat. De zaal van Plattenburg zou de verkoper tot zijn profijt
laten afbreken en de materialen gebruiken en de schoorsteenmuur zou als
scheiding blijven, waarin geen uitgangen, vensters of glazen mochten voorkomen
(archief Marxveld).
Plattenburg werd in 1705 verkocht, het recht van havezate werd verlegd naar een
ander huis in de Bisschopstraat dat vervolgens Plattenburg werd genoemd. Vanaf
dat moment heette het 'oude' huis Oud Plattenburg.
De akte van overdracht voor het Gericht is van 24 februari 1705. Toen verschenen
de gevolmachtigde van de heer Joan van Diest, heer te Segwart, Palesteijn en
Liptz etc. en van Amilia van Montzvelt gent. Van Diest, vrouw van Segwerd etc.,
volgens procuratie, de 1e voor Baljuw en Schepenen van de Vrije Heerlijkheid van
Voorschoten en de 2e voor het bestuur dezer stad, die in kwaliteit verklaarden
over te dragen aan de ritmeester Jan Sloet de havezate en huis van Plattenborgh
c.a. als de hof, boomgaard en het huis, waar tegenwoordig de hovenier Hendrick
de Duitser in woont, zijnde de havezate c.a. een vrij en allodiaal goed, alleen
bezwaard met een jaarlijkse uitgang aan het St. Anthoniusgasthuis 12 st. 8 p.,
de Wezen 3 gld., de Geestelijkheid 3 gl. 10 st., hebbende ten zuiden de
Bisschopstraat tot noordwaarts aan de schuur en plaats van ds. van Ulsen, alwaar
ook ten oosten Hagensdorp en Jufferen Dompselaar, de kinderen van Evert Moescamp
en Ds. van Ulsen gehovet en de straat of steeg ten westen.
In een register (1695 - 1745) van de jaarlijkse uitgangen van 't Ecclesiastieke
Rentambt van Vollenhove staan op fol. 77 in het eerste deel enige geldpachten f.
2.16.8 st. en 2 st., samen f. 3.6.0 ontvangen van Jr. Mulert, daarna Jr. Reint
Sloet, vervolgens Jr Jan Sloet uit zijn huis binnen Vollenhove. Op de kant staat
bijgeschreven: en Plattenburch.
Op 15 januari 1746 verkocht Lodewijk Arend Baron Sloet tot Lindenhorst aan de
procureur O. H. Moulin een stuk hofgrond, gelegen in de hof van 't Oud
Plattenburg, achter aan kopers hof gelegen. Bij de boedelscheiding van 16
januari 1746 tussen de kinderen van Coenraad W. Baron Sloet tot Lindenhorst en
diens vrouw ter zake van deze boedel en die van Arent H. Baron Sloet tot
Hagensdorp en Tweenijenhuizen is aan Lodewijk Arend Baron Sloet ten deel
gevallen Old Plattenborg, bestaande uit behuizingen, schuur en hof.
Bij akte van 1 juni 1775 verkocht Lodewijk Arend Sloet tot Plattenburg aan Arend
Sloet tot Tweenijenhuizen Hagensdorp en Oldruitenborg, landdrost van Salland,
ten eerste een huis "oud Plattenburg", stallen, wehre en hof in de
Bisschopstraat, ten oosten de hof van de havezate Hagensdorp, ten westen het
zogenaamde jodenkerkhof, ten zuiden de straat en ten noorden de weduwe van de
Scholtus O. H. Moulin, met de bomen aan de westzijde er voorstaande, bezwaard
met een uitgang van 3 car. gld en 6 st. aan de Geestelijkheid van Vollenhove en
een uitgang van 3 car. gld. voor de wezen van Vollenhove; ten tweede een kampje
land, ten oosten de aankoper, ten westen de havezate Nijerwal, ten zuiden de
Hofstraat en ten noorden de gracht van de huize Toutenburg.
Voor het gericht van Vollenhove 23 februari 1784 verklaren dezelfde verkoper
(nogmaals?) verkocht te hebben aan dezelfde koper het weiland aan de
Groenestraat tussen de havezate Nijerwal en de oude Molenberg en het zogenaamde
Oud Plattenburg, op de hoek van de Bisschopstraat met zijn behuizingen, schuren,
stallen en verdere hof en wheere, strekkende van de havezate Hagensdorp langs
het jodenkerkhof tot aan de grond van de Scholtus Nessink (archief
Oldruitenborg). Vermoedelijk gaat het hier om de formele overdracht.
Verkoper had 3/10 parten van dit weiland op 2 januari 1759 gekocht van M. W. J.
Mulert Douariere G. G. (?) Tengnagel (archief Sloet inv. no. 5 Rijksarchief
Zwolle). In hetzelfde archief: de heer de Lille debet aan de wezen van
Vollenhove een jaar uitgang uit de havezate Plattenburg 3 car. gld. verschenen
geweest op St. Lambert 1789. Voor voldaan getekend (onleesbaar).
In de vergadering van Raad en Meente van 26 april 1791 wordt gezegd, dat die
morgen de heer Baron Sloet tot Plattenburg heeft doen roepen (door de omroeper
dus), dat hij op die avond voornemens was ten huize van Jan Endorf te doen
verkopen enige bomen, staande op het Jodenkerkhof achter de havezate Old
Plattenburg. Raad en Meente waren echter al lang van plan geweest die bomen ten
behoeve van de stad te verkopen, omdat zij van oordeel waren, dat de grond waar
dan de bomen op staan, lang geleden door de stad aan de Joden was verleend om te
dienen als kerkhof. Zij hadden nog geen stappen gedaan, omdat de heer Sloet tot
Plattenburg als voogd van de nog minderjarige zoon van de heer Baron Sloet in
leven landdrost van Salland, beweerde enig recht op die bomen te hebben. Kort en
goed wordt besloten bij aanneming van een minnelijke schikking met de voogden
over dat kind, de heren Sloet tot Plattenburg en Sloet tot Marxveld, de verkoop
door te laten gaan en de opbrengst in onpartijdige handen te stellen.
Er werd echter in de vergadering van 11 mei 1791 een voorstel van die voogden
aangenomen om de bomen op het Jodenkerkhof, die gevaarlijk stonden, ongeacht het
recht van de stad te verkopen en dit geschil door onpartijdige rechtsgeleerden
of door verdrag uit de weg te ruimen. Met dit voorstel werd accoord gegaan.
Tussen de burgemeesters van de stad, onder goedkeuring van de meente, en de heer L.
A. Baron Sloet van Plattenburg werd 22 april 1792 overeengekomen omtrent de
grond achter de havezate Old Plattenburg gelegen tot aan de gracht van het
Oldehuis (het kasteel, dat lag op schiereiland in de binnenhaven), dat de burgemeesteren 17 ½ voet zullen blijven van het huis Old Plattenburg, hetgeen
onbepoot zal blijven en dat het overige door hen of de stad onverhinderd zal
kunnen worden volgepoot.