Van Gulik

De familie Van Gulik heeft gedurende de bloeiperiode van de visserij (plm. 1780 - 1920) een belangrijke rol gespeeld in Vollenhove, evenals de familie Van Smirren.
Het zijn vooral bakker / financier / gemeenteraadslid Lucas van Gulik en daarna Jan van Gulik als vishandelaar en –verwerker die belangrijk waren voor de ontwikkeling van het havengebied en de economische bedrijvigheid.

Hieronder een opsomming van hun sporen in archieven en andere publicaties. 

Volkstelling 1748;
Vissersstraat, Stad Vollenhove:
Huisgezin: Aaltjen [Hendriks], de weduwe van Hugo van Gulik. Kinderen boven 10 jaar: Judith van Gulik.
Huisgezin: Jacob van Gulik, vrouw Giesjen Jochems.
Kerkstraate, Stad Vollenhove:
Huisgezin: Lucas van Gulik, vrouw Hendrikjen van Hoorn. Kinderen beneden 10
jaar: Timen en Hendrik. 
Huisgezin: De heer burgemeester [Izaak de] La Planque. Knechten en meiden: Marigje Holkamp en Aagjen van Gulik. 
Bisschopsstraate, Stad Vollenhove:
Huisgezin: Margarita Cooyman, wed. [Timen] van Gulik. Kinderen boven 10 jaar: Dirkjen, Bartina en Claas.

In het boek met gildebijdragen:
Bertien van Gulik, halve koopmansgilde in 1774 1-8-0 gulden / stuivers / penningen

Marcus MONDRIJAAL, geboren 1775 te Vollenhove, zoon van Matthijs MONDRIJAAL en Sophia BAKKER, huwt 1804 met Annigje Van GULIK

Lid van de gemeenteraad: Gulik, L. van 1831-1851, en dan weer een periode 1870-1885, wethouder 1885, 1885-1900 (dit zal dus wel een zoon of kleinzoon zijn).

In 1863 is Jan van Smirren samen met bakker en mede-raadslid Lucas van Gulik en met kastelein Sjoerd van der Veen eigenaar van het huis Kerkstraat 12.

De Kanselbijbel in de Mariakerk is afkomstig van de familie L. van Gulik middels een legaat in 1865. Het boek is gedrukt te Dordrecht door Hendrik-Jacob en Pieter Keur in 1702.

1081 Akte van openbare verkoping van een huis met tuin en erf aan de Kerkstraat, kadastrale sectie A nr. 376 in opdracht van de familie Ekker, 1866-1867, afschrift 1867. 
N.B. Het perceel is aangekocht door Lucas van Gulik.

1014 Overeenkomst tussen het bestuur van de bewaarschool en Hendrik van Gulik inzake de verhuur en voorwaardelijke verkoop aan laatstgenoemde van een perceeltje grond achter de school, 1868, afschrift.

Scheepswerf:
Op 15 september 1855 hadden de gemeenten Stad- en Ambt Vollenhove de kom van de binnenhaven aan Evert Ekker in gebruik gegeven met het doel er een scheepswerf te stichten. Een jaar daarna was de scheepstimmerwerf met een woning annex schuur bij de helling gereed. 
Reeds in 1868 koopt de Vollenhovense bakker L. van Gulik de werf van de erven Evert Ekker; het bedrijf werd verhuurd aan Timen Louis.

1877: In de samenstelllng van de gemeenteraad na de verkiezingen staat als lid genoemd Lucas van Gulik, bakker, Kerkstraat 46 K.

Lindenhorst:
Kort na of in 1885 werd Lindenhorst verkocht aan Van Heerde en Van Gulik, die er twee huizen van maakten. Achter het linker huis werden een grote mangelkamer, gedeelte van de keuken en de bijkeuken afgebroken en het overige van dit deel verhuurd aan Jan Dikken en het rechter huis aan meester Dragt.

790 Verzoek van Elizabeth van Gulik-Beens voor het oprichten van een ansjoviszouterij bij de haven, kadastrale sectie A nr. 432, 1895.
386 Vergunning voor Elizabeth van Gulik-Beens, eigenaresse van de erfpacht, in 1855 verleend aan Evert Ekker op het kadastrale perceel sectie A nr. 432, om een gebouw voor de ansjoviszouterij op het perceel te hebben, 1895. 

In 1900 kocht de scheepstimmerman Jan Kroese de toen reeds 45 jaar bestaande scheepswerf te Vollenhove. In de betreffende verkoopakte staat te lezen “Eene scheepstimmerwerf, bestaande in: den opstal van het kadastrale perceel der gemeente Stad Vollenhove Sectie A nommer 775 woning en scheepshelling groot acht aren zes en negentig centiaren en van het kadastrale perceel der gemeente Ambt Vollenhove Sectie H nommer 408 dijkberm als hooiland groot twee aren drie en dertig centiaren".

387 Akte van verkoop door Lucas van Gulik aan Jan Kroese Rz. van een
scheepstimmerwerf, kadastrale gemeente Stad Vollenhove sectie A nr. 775 en Ambt Vollenhove sectie H nr. 408, met opstallen en gereedschappen en een erfpacht, gehouden van de gemeente Stad Vollenhove, 1900.
Uit de akte blijkt dat L. van Gulik niet meer als bakker werkzaam was, in de akte wordt Van Gulik als rentenier beschreven.

De tramlijn naar Zwolle, geopend in 1913, diende naast personenvervoer voor de garnalen van Van Gulik, de paling van Jongman en de appelstroop van Tilvoorde.

In 1915 krijgt de Weduwe O. van Gulik vergunning voor het oprichten van een visrokerij aan het Oldehuisplein nr. 10a, kadastrale sectie A nr. 774.
Het gebouw 'Ruimzeezicht' was vanaf ongeveer 1915 een stenen pakhuis, waar de vishandelaren Hendrik en Johan van Gulik de verse, gerookte en gezouten vis verpakten en er werden ook garnalen gekookt. Later werd de zaak overgenomen door de rooms-katholieke vishandel SINT PETRUS, die over een 'verenigingswinkel' beschikte waar een deel van de vis aan de Vollenhovers werd verkocht.

797 Vergunning voor de weduwe 0. van Gulik voor het oprichten van een zuiggasmotor
voor het malen van graan en het conserveren van vis aan de Doelen nr. 67a, kadastrale sectie A nr. 883, 1916 (de molen).

Eind 1920 kocht de gemeente van de firma Gombrun, een voormalig visconservenbedrijf, hun gebouw op het Oldehuysplein. Op die plaats werden vijf noodwoningen geplaatst. Voordat de noodwoningen gebouwd konden worden, moet er eerst nog een lading zout weggehaald worden. Het moest opgeslagen worden in de kelders, maar dat had veel voeten in de aarde. Uiteindelijk bleek J. van Gulik, reder en visverwerker, geïnteresseerd in het zout.


Kondschap, Henk Jongman:
Wellicht door een verbetering in de vangsten na de inzinking tussen 1900 en 1911, wellicht ook door de komst van het stoomtreintje en het uitbreken van de oorlog, nam de omvang van de Vollenhover vishandel tussen 1912 en 1919 weer toe.

Dit was voor een deel te danken aan de activiteiten van Jan van Gulik. In het eerstgenoemde jaar bezat hij een stenen gebouw, dat ondermeer als pakhuis diende, maar waar tevens garnalen werden gekookt en ansjovis gezouten. Omdat Van Gulik veel bij de ouders van Th. de Boer ('De Barreboer' 03-06-1865 tot 07-08-1948) over de vloer kwam, had die hem wel eens horen vertellen hoe hij in Engeland zijn spiering placht te promoten.
Na een korte opleving zette het verval zich voort. De door de afsluiting en droogmaking vooruit geworpen schaduwen werden zichtbaar in het vertrek van veel Vollenhover vissers naar elders. Van Gulik deed in 1921 zijn bezit over aan de Visserijvereniging St. Petrus en zo verdwenen in korte tijd enkele firma's van het toneel. 

Met de overname van het bedrijf van vishandelaar Van Gulik, die in 1921 uit Vollenhove vertrok, ging St. Petrus grote financiële verplichtingen aan. Het bedrijf was gevestigd in een in 1912 door Hendrik en Johan van Gulik, zonen van de stichter van de scheepswerf, gebouwd stenen pakhuis. Bij wijze van proef wilde men het aanvankelijk een jaar huren, maar aangezien Van Gulik daar niets voor voelde, werd op 10 oktober de zaak voor f 4500,-- overgenomen. Tweederde van de koopsom bleef als eerste hypotheek aan de verkoper. F1500,-- moest direct op tafel komen. Op voorstel van de pastoor, initiatiefnemer van de vereniging, werd besloten dat ieder lid een aandeel van f 50,-- nam dat, eventueel in termijnen van f 1,50 per week, op 1juli betaald moest zijn.
In eerste instantie nam men personeel van Van Gulik over en werd Gerrit Zoetebier bedrijfsleider. 
Uiteindelijk nam Willem Konter de ‘vispakkerij’ over van St. Petrus en startte er een palingrokerij.

In het najaar pelde men bij de firma Jongman, de andere visrokerij, zo nu en dan garnalen. Deze kwamen van de vishandelaren Hendrik en Johan van Gulik. Deze hadden aan de andere kant van de oude haven een schuur, waarin garnalen werden gekookt. Ze stond naast de werfschuur van de botenbouwer Jan Kroeze. Als ze gaar waren, werden ze op zeven van grof gaas uitgespreid om af te koelen. Harm Lassche (Harm van Tiesekien) had hier het toezicht. De gekookte dieren moesten zo gauw mogelijk worden gepeld. Dit gebeurde door thuiswerkers uit de buurt.

De heren Van Gulik waren tevens eigenaar van een ijskelder. Deze lag in de Rietvink in Blokzijl. Wanneer het in de winter had gevroren, hakten ze een grote partij ijsblokken uit het Noorderdiep en andere grachten en sloegen die op in hun kelder. In deze diepe en goed geïsoleerde ruimte smolt het ijs maar langzaam. Er werd veel meer ijs ingestouwd dan nodig was voor de koeling van de eigen vis, de heren verkochten eveneens wat aan anderen. Wij hebben er ook menigmaal een vrachtje gehaald. IJsfabrieken had men in die tijd namelijk nog niet, tenminste niet in onze omgeving. 

In 1926 vinden we in de gemeentearchieven nog iets over de visverwerker Van Gulik. Deze man wilde zijn visdrogerij moderniseren. Maar beide vissersverenigingen strooiden roet in het eten. Zij vreesden, dat de verontreiniging van de haven zodanig zou zijn, dat de vis in hun visruimen er onder te lijden zou hebben. Daarom tekenden zij bezwaar aan.

814 Vergunning voor J. van Gulik voor het plaatsen van een elektrische exhaustor in de visdrogerij, Oldenhuis 13a, kadastrale sectie A nr. 774, 1926-1927. N.B. de aanvrage is ingetrokken.


371 Overeenkomst inzake de verkoop van een strook grond, kadastrale gemeente Stad Vollenhove sectie A nr. 626 en kadastrale gemeente Ambt Vollenhove sectie B nr. 926 (beide gedeeltelijk) aan J. van Gulik, met een tekening, 1 stuk, 1937.


Molen:
De 'vereniging tot behoud van plaatselijk schoon te Stad Vollenhove' werd in april 1924 opgericht. Eén van de bestuursleden was de heer Van Gulik, eigenaar van de garnalenpellerij / vishandel en rokerij (in wat later Ruimzeezicht heette).
Voorop stond het behoud van de Vollenhoofse molen. Helaas ging in juli 1937 de vereniging ter ziele door meningsverschillen. 

In de periode 1960-1970 werd o.a. afgebroken het pand Haven 6, de voormalige visverpakkerij Van Gulik.

www.henkvanheerde.nl/vollenhove