Het
geslacht Sloet komt in de geschiedenis van Vollenhove gedurende vele eeuwen
voor. Enkele leden uit dit geslacht speelden er een prominente rol, zoals de
drosten Jan Sloet sr en jr aan het begin van de tachtigjarige oorlog; Arend
Sloet, luitenant-stadhouder, in de achttiende eeuw en tenslotte Gerard Sloet in
de negentiende eeuw.
De naam Sloet komt in veel oude akten voor, maar wordt daar ook geschreven als Sloets, van der Sloet, van den Sloit, Sloot, Sloots, Slooth enzovoorts. Belangrijk voor het plaatsen in de juiste familie is het voorkomen van de familiekleuren of het familiewapen. Daar is steeds sprake van rood op zilver of rood op goud, en vanaf plm. 1290 van een rode halve maan (wassenaar) op een zilveren ondergrond.
Sloet als Kruisvaarder?De rode wassenaar wordt doorgaans in verband gebracht met buitenlandse afkomst of betrokkenheid bij de strijd tegen de Moren.In dit geval zou het, volgens een beschrijving door een Sloet in de 19e eeuw, om deelname aan de vijfde kruistocht, door de 'stamvader' Arend van Heusden, heer van der Sluse geheten (1196-1265) van 1217-1219 in het gevolg van de graven van Holland, Gelder en Kleef waarbij o.a. de Egyptische stad Damiate werd veroverd. Ook veel Friezen verwierven hier grote roem. Herinneringen leven voort in de ‘damiaatjes’ (klokjes) in het wapen van Haarlem en halve maantjes in diverse gemeentewapens, o.a. Dokkum – en dus ook in het wapen van Sloet.
De volgende gegevens uit het eerder genoemde boek worden betwist omdat een
aantal namen en jaartallen overduidelijk niet kloppen. Toch noem ik hier het
verhaal zoals gepubliceerd. Voor het vertrek van vader Jan op kruistocht (we nemen hem als uitgangspunt in het tellen van
de generatie, hij is dus de 1e generatie) en zoon Arend van Huesden (Heusden)
deden ze op 18 mei 1217 een belangrijke donatie aan het klooster St. Adelbert in
Aken en aan de kerk in Varik. Vader Jan, heer van Heusden (1165-1235), die als
eerste generatie wordt aangeduid, zou getuige zijn geweest bij het huwelijk van graaf Floris
IV in 1214.
De naam Sloet komt in dit boek pas in de derde beschreven generatie voor. Arends’ zoon Jan
(1223-1295) rond 1265 zou moeten hebben vluchten uit Zeeland (de toenmalige ‘heerlijkheid’
Sluis ligt in Zeeuws-Vlaanderen) na conflicten tussen de Vlaamse, Zeeuwse en
Hollandse adel (onder leiding van Floris V) waarbij het leen te Sluis verloren
ging. Hij zou zijn uitgeweken naar Duitsland, naar Rensburg bij Hamburg waar hij
magistraat werd en als naam Johannes Luscus of Clusus voerde. Clusus zou Latijn
zijn voor sluis en hiermee wordt dan de link gelegd naar het eerdere 'gegeven'.
In 1280 zou het deze man zijn die werd uitgestuurd naar Harderwijk en Zutphen om te
onderhandelen over vrede met Rensburg en Hamburg.
Uiteindelijk vestigt hij zich rond 1292 in de meest vrederijke provincie van dat moment, Overijssel, ver weg van het oorlogsgeweld van die tijd in Brabant en Zeeland. Zijn naam wordt dan geschreven als Johannes dictus Sloet (dictus = genaamd). Zijn wapen bestaat sinds 1290 uit een rode wassenaar op een veld van zilver. Volgens anderen zou met dit wapen en het bijgevoegde 'breukteken' juist aangetoond zijn dat het geslacht Sloet een zijlijn is van het geslacht Reding / Radinc, dat eveneens een wassenaar in zijn wapen voert.
Deze Jan Sloet zou nog regelmatig teruggekeerd zijn naar het land van Heusden en Altena, wat wordt afgeleid uit het huwelijk van zijn zoon in 1319 met Anna van Mekeren uit Maasbommel, vlak bij Heusden. Ook latere generaties zouden contacten onderhouden in de omgeving van Heusden, Drongelen en Varik.
Dan nu de rest van het verhaal, dat door meerdere bronnen wordt bevestigd.
In 1292 krijgt Jan Sloet van de bisschop van Utrecht de havezate Ten Holte
(Steenwijkerwold) als leen, en doet een gift aan het klooster in Ruinen.
Hij krijgt twee zonen: Jan rond 1275 en Henrics rond 1280.
Zoon Jan Sloet (1275-1355) trouwt in 1319 met Anna van Mekeren. Dochter van
Godfried van Mekeren en Jutta. Ze krijgen twee zonen: Johan rond 1320 en Willem
rond 1325.
In 1352 doet hij - of zijn zoon? - giften aan het klooster van Dikningen.
Zijn broer Henrics Sloets de oude, ridder (1280-1355) is in 1345 lid van een
delegatie die in Nijmegen aan Hertog Reinoud van Gelre een afkoopsom komt
brengen, gegarandeerd door Harderwijk. Hij krijgt ook twee zoons, Jan (rond
1320) en Evert (rond 1321).
De 5e generatie, Johan Sloet (de jonge), heer toe ten Holte (1320-1387),
trouwt in 1356 met Jucte en krijgt 3 kinderen; Volkier (1359), Judith of Yde
(1361) en Beerte (1363). Zijn wapen, op een zegel, vertoont een sterretje naast
de wassenaar, een teken dat duidt op het ‘breken van het wapen’ oftewel het
doorgaan in een andere afstammingslijn. Dat zou volgens sommigen wijzen op een
andere afstamming dan vanuit de lijn Van Heusden zoals voornoemd.
Hij krijgt Ten Holte in 1350 te leen van Jan van Arkel, bisschop van Utrecht, en
is lid van de ridderschap van Overijssel. Doet in de jaren 1352-1355 giften aan
het klooster Dikningen en in 1358, 1365, 1368 en 1385 met zijn kinderen idem aan
Dikningen en Hasselt.
Hij is al te Vollenhove gegoed en vermeld in 1358. Hij verkoopt op 8-2-1365 met
zijn vrouw Jutte en zijn kinderen Volkier, Yde en Beerte een jaarlijkse rente in
het kerspel Yhorst aan het klooster te Dickninge.
Zijn broer Willem Sloet (1325) trouwt in 1365 met een dochter van Hendrik de
Zure, schout en kastelein op het bisschoppelijke kasteel
Oldehuis in Vollenhove. Zij krijgen
één zoon Jan, rond 1370.
Neef Joan Sloet, zoon van Henrics, krijgt in 1351 van Graaf Otto van Bentheim de
heerlijkheden Hubeldingen, Coolhoff en Weterdingh (parochie Rijssen) in de Mark
te leen.
De andere neef, Evert Sloet, trouwt in 1349 met Hildonda en krijgt één zoon Jan
(rond 1350, wordt later genoemd als Jan van der Sloit, ridder, in dienst van de
graaf van Bloys). Hij wordt genoemd in 1367 bij een gift aan het hospitaal van
Zutphen, het goed Hasenwoldt tot Wichmondt.
De 6e generatie: Volkier Sloet, magistraat van Echten (1359- 16-1-1431), krijgt 4 kinderen: Jan (1384), Barthold, Geertruid en Anna (rond 1390). In 1387 krijgt hij van bisschop Floris van Wevelinkhoven land bij Vrilinc, Willemine, Rotgherine en Holthoen, Reedse, parochie Heemse, goederen bij Versen, parochie Ommen en land bij Waterhuis bij Versen etc. In 1420 wordt hij magistraat van Echten.
In een akte van 7-2-1435 blijkt hij Den Westerhuis bij Avereest (ook nog drostambt Vollenhove) te hebben gekocht van Johan van der Wijk. Dit goed gaat via Jan en vervolgens Arent over op achterkleinzoon Volkier Sloet, die uiteindelijk kinderloos overlijdt in 1538. Diens zoon Arent heeft het kennelijk kort in zijn bezit gehad, maar is vooroverleden waardoor het uiteindelijk weer in de hoofdlijn (Tweenijenhuizen) bij neef Arent en vervolgens Jan en weer Arent Sloet terecht komt.
De 7e generatie: Jan Sloet, heer van Tweenijenhuizen (1384-1460), trouwt in 1418 met Geertruid van Doornik (dochter van Rutger van Doornik) en krijgt twee zoons: Arent (rond 1419) en Lambert (rond 1420). Hij krijgt in 1408 Tweenijenhuizen te leen.
De 8e generatie: Arent Sloet, heer van Tweenijenhuizen (1419-1484), trouwt in
1447 Trude van der Beecke en krijgt drie kinderen; Johan (rond 1465), Volkier
(rond 1466) en Ottona (rond 1467). Hij krijgt bij de dood van zijn vader
Tweenijenhuizen en word verschreven ten landdage als lid van de Ridderschap van
Overijssel.
Zijn broer Lambert (1420-1470) trouwt in 1460 met Fenne van Oestenbrink (dochter
van Coenrad en Anna van der Sede) en is van 1450 tot zijn dood schout van
Steenwijk.
De 9e generatie: Johan Sloet (1465-1551), trouwt in 1508 met Machteld van
Appeldorn (dochter van Peter en Andra van Wynbergen) en krijgt 8 kinderen: Arent
(1510), Johan (1515), Bartholt (1517), Herman, Truda, Maria, Angenis (1514,
later procuratrice van Clarenberg) en Cimera (vanaf 1566 abdes van Dikningen).
Hij is van 1497-1533 lid van de ridderschap van Overijssel. In 1522 wordt hij
door de Stad Vollenhove, samen met Gerrit van Oesterholdt, afgevaardigd om te
onderhandelen over vrede met hertog Karel van Gelre.
Zijn broer Volkier Sloet (1466-1538) trouwt in 1490 met Elisabeth Hagen (dochter
van C. Hagen van Hagensdorp en
J. van den Clooster) en krijgen één zoon Arent (1492, kinderloos gestorven in
1532) en nog 4 kinderen die vroeg sterven. In 1497 is Volkier leengetuige van
bisschop David van Bourgondië. Op
10 juli 1527 wordt hij gevangen genomen bij Nijenbrugge door de troepen van
Zwolle, die strijden aan de kant van de hertog van Gelre.
De 10e generatie: Arent Sloet, heer van Tweenijenhuizen (1510-1570), trouwt
in 1549 met Juriana van Keppel en krijgt drie kinderen: Jan (1552), Peter (1553)
en Roelof (1555). Hij wordt in 1536 lid van de Ridderschap en krijgt in 1551
Tweenijenhuizen te leen.
Zijn broer Johan Sloet de Oude (1515 – 1-11-1597) trouwt in 1549 met Everdina de
Vos van Steenwijk (dochter van Coenrad en Johanna van Isselmuden) en krijgt 7
kinderen, waarvan de oudste Jan rond 1550 en de vierde Arent rond 1562. Zijn
zoon Reint Sloet (1560-1603) sneuvelt als kapitein-vaandeldrager bij de
verovering van Oostende. Zoon Conrad (1552-1603) zien we later terug omdat die
met een Hagen trouwt, kleinzoon Boldewyn wordt heer tot
Lindenhorst en
Slotenhage.
Jan Sloet wordt in 1552 door Karel V benoemd als drost van Vollenhove en
kastelein van Kuinre en is lid van de ridderschap van Overijssel. In 1578 wordt
hij commandant van de troepen in Kampen.
Broer Barthold Sloet (1517- ?) krijgt uit zijn eerste huwelijk (1540) een zoon
Timon (1541) en uit zijn huwelijk met Ermgardt van Doetichem in 1558 maar liefst
14 kinderen waarvan de jongste 9, geboren tussen 1565-1580 allen jong overlijden
aan de pest, die heerst tussen 1570 en 1580. Willem (1561), Volkier (1563, wordt
heer van Oldhuis), Arent (1564)
en Gerrit (1565) worden militair (zie verderop), Judith (1566) trouwt in 1605
met Alert van Isselmuden, heer van de
Rollecate.
De 11e generatie omvat o.a. Jan Sloet, heer van Tweenijenhuizen (1552-1615),
die rond 1590 trouwt met Adriana Kruise (dochter van ernst en Bertha van Rhemen)
en 6 kinderen krijgt: Arent (rond 1591), Ernst (1592), Wolter (1595), Jan
(1595), Adriana-Sibilla (1595) en Juriana. Hij wordt in 1580 lid van de
Ridderschap. Zijn broer Peter (1553-1600) wordt heer tot
de Hare en krijgt bij Alteyn
van Bylevelt (1585) twee kinderen: Arent (1586-1667, zijn opvolger) en Juriana
(1587).
De jongste broer, Roelof Sloet (1555-1628) huwt op 28-8-1582 Aleida Mulert
(dochter van Gerrit, heer tot de Voorst en Wilhelmina van Doetinchem) en krijgt
6 kinderen, waarvan Arent (1583-1656, heer tot
Nijerwal en
Cannevelt) de oudste.
Verder
diens neef Jan Sloet de Jonge, heer van Zalk (1550 – 21-11-1621), gehuwd in 1586
met Florentina van Buckhorst (dochter van Willem en Denne van Wyngaarden). Hij
kreeg 7 kinderen, waarvan de oudste, Jan (1587) vroeg overleed. De andere 6
waren dochters waarvan de jongste ongetrouwd overleed. In 1579 werd hij drost
van Vollenhove en kastelein van Kuinre. Van 1580-1593 was hij lid van de
Staten-Generaal. In 1582 was hij commandant van Kampen, waarvan hij in 1590
ereburger werd. In 1608 werd hij door Overijssel afgevaardigd naar Den Haag om
met Spanje te onderhandelen over vrede en was mede-ondertekenaar van het
Twaalfjarig Bestand in 1609 te Utrecht. Hij is begraven in de
Grote kerk te
Vollenhove. Hij bewoonde havezate
(Oud-)Plattenburg, waarvan de gevelsteen met het wapen van hem en zijn vrouw
later werd overgebracht naar het huidige
Plattenburg en daar nog steeds
de gevel siert.
De oudste dochter Machteld (1588- 6-10-1616) trouwt in 1588 met Borchardt van
Oer van Caeksbeek, en krijgt o.a. een dochter Florentina van Oer tot Buckhorst
die op 25-5-1634 trouwt met Geert Sloet (1607-1680), heer tot
Oldenhof en Singraven, zoon van
Gerardt Bartholdszoon Sloet en Anna de Vos van Steenwijk – die als militair in
1606 is gesneuveld (zie verderop).
Zijn vierde dochter, Everdina (1590) trouwt in 1615 met neef Arent, zoon van
Reint Sloet en Catharina Bleyenberg, heer tot Plattenburg en later burgemeester
van Kampen.
Conrad (1552-1603), Jan’s jongere broer, trouwt in 1586 met Margaretha Hagen
(dochter van Boldewijn Hagen en .. Weleveld) en krijgen een zoon Boldewijn
(1588) en twee dochters. Conrad wordt in 1597 drost van IJsselmuiden.
Willem Sloet (4-3-1561 – 29-5-1630), zoon van Barthold Sloet en Ermgardt van
Doetichem, deed in 1594 mee aan een veldtocht tegen de Turken in Hongarije, van
welke reis – althans van de heenreis – een gedetailleerd verslag bewaard is
gebleven.
Zijn jongere broer Volkier (1563-1624) wordt heer van
Oldhuis en huwt in 1604 Margaretha de Vos van Steenwijk (dochter van Hendrik, drost van Coevorden, en
Machteld Mulert). Zij krijgen 2 zoons, Barthold (1605) en Hendrik (1610); en 2
dochters waarvan Machteld (1618) in 1640 trouwt met achterneef Arent Sloet van
Nijerwal en Cannevelt.
Van 1604-1623 is hij lid van de Ridderschap, van 1618-1624 van de Admiraliteit.
In 1619 is hij rechter bij het proces tegen Oldenbarneveldt. In 1623 wordt hij
gevangen genomen door de Gelderse troepen bij de verovering van kasteel Ter
Zuytem.
Ook de jongere broers Arent Sloet (1564-1654) en Gerrit / Gerardt (1565-
20-10-1606, heer van Singraven) worden militair. De eerste wordt commandant van
Oldenzaal, de ander sneuvelt in 1606 als hopman / kapitein bij de cavalerie van
het leger van de republiek der 7 verenigde Nederlanden bij de verovering van
Rijnberk.
De 12e generatie omvat in de lijn van
Tweenijenhuizen Arent Sloet
(1591-1644), heer van Tweenijenhuizen, in 1637 getrouwd met Armgardt van der
Mark van Vledderingen met wie hij 3 kinderen krijgt: Jan (1638), Anna
(1638-1690, ongehuwd gebleven) en Margarteha (1639). Hij is van 1619-1643 lid
van de Ridderschap en wordt in 1644 nog even rentmeester van St. Janskamp.
Broer Jan (1595-1694) wordt in 1664 burgemeester van Kampen en heeft naast
dochters slechts één jong gestorven zoon Ernest.
Verder zien we Arent Sloet (1586-1667), heer tot
de Haare, zoon van Peter
Sloet, in 1620 gehuwd met Maria Vonk, geen kinderen;
en Arent Sloet (1583-1656), heer tot Nijerwal en Cannevelt (lid van de
ridderschap 1603-1624), zoon van Roelof Sloet, in 1640 getrouwd met achternicht
Machteld Sloet. Ze krijgen 2 zoons die jong overlijden en 3 dochters waarvan
Juriana-Machteld in 1672 met een Sloet trouwt (Gerrit-Borchardt, uit de lijn
Oldenhof en Singraven).
Boldewijn Sloet (1588-1660), heer tot
Lindenhorst en
Slotenhage, zoon van
Conrad Sloet, huwt in 1613 Margaretha van Rijswijk (dochter van Jan en Theodora
Knoppert). Ze krijgen in 20 jaar tijd 12 kinderen, eerst 6 zoons (Thomas-Borchardt
1615, Coenradt 1629) waarvan er vier jeugdig overlijden en vervolgens 6
dochters. Boldewijn is van 1621-1648 landrentmeester van Vollenhove en wordt in
1621 lid van de Ridderschap.
Arent Sloet (1590-1644), heer tot Plattenburg, zoon van Reint Sloet en Catharina Bleyenberg, trouwt in 1615 eerst met nicht Everdina Sloet (Jan, 1616-1656, ongetrouwd) en in 1624 met Clementina van Lynden tot Sinderen. Ze krijgen 5 kinderen, de oudste Reynt in 1630. Arent wordt in 1625 burgemeester van Kampen.
Barthold Sloet (1605-1639), heer van Oldhuis en Ekelshausen, zoon van Volkier
Sloet en Margaretha de vos van Steenwijk, huwt in 1632 Anna Margaretha van
Wolmanshausen en Ekelhausen (overleden 1681, dochter van Borchardt en Sibinia
van Rijswijk. Ze krijgen een zoon, Volkier (1634) en twee dochters. In 1628
wordt Barthold lid van de Ridderschap.
Zijn broer Hendrik Sloet (1620-1673), heer van
Cannevelt, trouwt in 1645 met
Everdina van Uiterwyck en na haar overlijden in 1657 in 1658 met
Beatrice-Charlotte, gravin van Bronkhorst en Batenburg. In 1644 wordt hij lid
van de Ridderschap en in 1673 commandeur van de Duitse Orde, balie Utrecht.
Zijn zuster Machteld (1618-1666) trouwt in 1640 met Arent Sloet, heer van
Nijerwal en Cannevelt, een achterneef – zoon van Roelof Sloet (zie hiervoor).
Geert Sloet (1607-1680), heer tot Oldenhof en Singraven, zoon van Gerardt Bartholdszoon Sloet en Anna de Vos van Steenwijk, trouwt op 25-5-1634 Johanna-Florentina van Oer tot Buckhorst, dochter van Borchardt van Oer van Caeksbeek en Machteld Sloet (1588- 6-10-1616). Zij krijgen 11 kinderen waarvan er vier jong / ongehuwd overlijden. De tweede zoon, Gerrit-Borchardt is geboren in 1637. In 1643 wordt Geert landrentmeester van Twente, hij is lid van de Ridderschap.
Jan Sloet Arentszoon (1638-1690), heer tot
Tweenijenhuizen en
Hagensdorp, huwt op
26-6-1659 Anna-Catharina van Haersolte (dv Arent en Johanna van Dedem) en krijgt
3 kinderen: Arent (26-12-1660), Arent-Herman (11-12-1662) en Jan (31-3-1664).
Hij wordt in 1644 lid van de Ridderschap.
Zoon Arent (1660-1706) sterft ongehuwd, is vanaf 1684 lid van de Ridderschap.
Tweede zoon Arent Herman Sloet (1662-1728), heer tot Hagensdorp, sterft ook
ongehuwd, is vanaf 1685 drost van Vollenhove en lid van de Ridderschap.
Derde zoon Jan Sloet (1664-1722), heer van Plattenburg, wordt in 1705 lid van de
Ridderschap en vanaf 1718 majoor in het 2e regiment cavalerie van Holland.
Met hem sterft de hoofdlijn Tweenijenhuizen uit.
De lijn Slotenhagen en Lindenhorst wordt vervolgd met Coenradt Sloet (1629-1677) die op 28-3-1657 trouwt met Judith van Isselmuden van den Rollecate en 9 kinderen krijgt, waaronder Boldewijn op 29-1-1660. Coenradt wordt in 1648 landrentmeester van Vollenhove en in 1650 lid van de Ridderschap.
De lijn Plattenburg wordt vervolgd met Reint Sloet (1630-1700), in 1658 lid van de Ridderschap.
De lijn Oldhuis (en Ekelshausen) wordt vervolgd door Volkier Sloet
(1634-1669), die op 31-5-1658 huwt met Catherina van Hallardt en 4 kinderen
krijgt, waarvan de oudste Barthold-Maurits (genoemd naar de grootvaders
waaronder kolonel Maurits van Hallerdt) op 30-10-1659. Van 1663-1666 is Volkier
lid van de Ridderschap, in 1669 commandeur in de Duitse Orde, balie Utrecht.
De lijn Oldhuis sterft uit met zoon Bartholt-Maurits Sloet (30-10-1659 –
19-2-1700, ongehuwd). Hij wordt in 1689 lid van de ridderschap maar verkoopt
Oldhuis in 1697.
In de 16e generatie duikt dan een Ludolf-Evert-Willem baron Sloet tot Olthuys
(1750-1820) op vanuit de lijn Diepenbroek / Oye.
De lijn Oldenhof, Singraven en Cannevelt wordt vervolgd door Gerrit-Borchardt
(1637-1722, zoon van Geert Sloet. Hij huwt op 3-12-1672 Juriana-Machteld Sloet
tot Cannevelt, dv Arent Sloet van Nijerwal en Cannevelt en Machteld Sloet (diens
achternicht, zie hiervoor).
Ze krijgen 5 kinderen waarvan 2 zoons jong overlijden. De tweede zoon is
Arent-Hendrik (5-7-1674). Gerrit-Borchardt wordt in 1662 landrentmeester van
Holland en lid van de Ridderschap.
De jongste broer, Barthold-Willem-Borchardt (1641- 24-7-1692) verwerft kennelijk
via huwelijk in 1680 met Johanna Libiena van Echten tot den Olde Ruitenberghe
de titel ‘heer tot den Rutenberghe’. Ze krijgen 8 kinderen, waaronder
Reint-Boudewijn in 1682. BWB wordt militair in 1677, lid van de Ridderschap in
1680 en sneuvelt als kapitein op 24-7-1692 bij Steenkerken.
Zijn broer Jan-Lambert Sloet (1640-1694), heer tot Oldenhof, is in 1680 lid van
de Ridderschap en sneuvelt als kapitein bij Namen. Een tweede broer,
Willem-Arent (1643-1690) sneuvelt als kapitein bij Fleury.
In deze generatie komen veel militairen voor en sneuvelen er vele Sloeten, zo ook Herman Sloet (1633-1676) als kapitein-vaandeldrager bij Maastricht.
In de 14e generatie duikt Gijsbert-Frederik Sloet, heer van
Marxveld op (1668-1722), zoon van
Herman-Jan Sloet, heer van Kersenberg, en Aleyda van Hemert. Herman-Jan was de
zoon van Wolter Sloet (1593-1667), en kleinzoon van Jan Sloet van
Tweenijenhuizen (1552-1615). Hij trouwt in 1690 met Armgardt-Margaretha Gansneb
genaamd Tengnagel (haar moeder was een Sloet? Was zij een zuster van
Johanna-Catharina, zie verderop?). Hij dient vanaf 1722 in het leger van
Hessen-Homburg als kapitein van de cavalerie en is lid van de Ridderschap.
Verder duikt hier Jan-Adriaan Sloet tot Westerholt (1675-1757) op, zoon van Adriaan Sloet van Kersenberg, kleinzoon van Wolter Sloet van Kersenberg, achterkleinzoon van Jan Sloet van Tweenijenhuizen. Hij trouwt in 1714 met Margaretha-Adriana-Sibilla Sloet tot Lindenhorst (dv Boldewijn Sloet en JC Gansneb gen. Tengnagel, geb. 1696) die in datzelfde jaar op 18-jarige leeftijd sterft, en in 1755 – hij is dan 80! – met Judith-Machteld Sloet van den Rutenberge – die dan al 2x weduwe is!!. In 1717 wordt hij lid van de Ridderschap.
De lijn Slotenhagen / Lindenhorst wordt vervolgd met Boldewijn, baron Sloet
tot Slotenhage en Lindenhorst (29-1-1660 – 8-4-1721) die in 1685 trouwt met
Johanna-Catharina Gansneb genaamd Tengnagel (overleden 1726, haar moeder was ook
een Sloet?) en samen 4 kinderen krijgen waaronder Coenradt-Willem op 5-2-1687.
In 1684 wordt Boldewijn lid van de Ridderschap.
Zijn broer Jan Sloet, heer tot Lindenhorst (28-4-1663 – 1703) trouwt in 1688 met
Margaretha-Reinalda van Hemert (wier moeder ook een Sloet was?) en krijgt 6
kinderen waarvan er 4 jong sterven en 2 ongehuwd blijven.
De lijn Cannevelt wordt vervolgd met Roedolf-Barthold Sloet (14-3-1688 –
1777), tweede zoon van Gerrit Sloet tot Oldenhof en Singraven en J.M. Sloet tot
Cannevelt. Hij huwt 1717 Reynalda van den clooster tot Everloo en krijgt 7
kinderen waarvan de oudste, Edgar-Roelof, in 1721. In 1727 wordt hij lid van de
ridderschap en in 1729 kapitein bij de infanterie. NB: het lijkt er op dat zijn
zuster Florentina-Machteld twee jaar voor zijn eigen huwelijk trouwde met de
broer van zijn vrouw, Reint, ook militair.
Zoon Edgar-Roelof (1721-1759) trouwt in 1755 met J. Sloet tot den
Ruitenberghe maar krijgt
geen kinderen. De tweede zoon, Gerrit-Bartholt (1726- 8-11-1801) wordt
luitenant-kolonel en in 1775 lid van de Ridderschap, sterft ongehuwd. De derde
zoon, Bartholt-Maurits (1723-1786) trouwt in 1748 te Borculo en krijgt slechts
een dochter, waarmee deze tak Cannevelt uitsterft.
De lijn (Old)Ruitenberg wordt vervolgd door Reint-Boudewijn, baron Sloet tot den Ruitenberge (1684- 22-2-1738), zoon van BWB Sloet en JL van Echten tot den Olden Ruitenberge. Hij was luitenant-kolonel, evenals zijn broer Gerrit-Floris (1685- 14-11-1744) die de titel overneemt. Dan volgen broer Jan-Arent (1687 – 10-10-1749), vanaf 1745 lid van de Ridderschap, kapitein en Willem-Borchardt (1692 – 9-10-1781) die hem in 1747 opvolgt als lid van de Ridderschap maar ook ongehuwd sterft.
In de 15e generatie wordt de lijn Lindenhorst vervolgd met Coenradt-Willem baron Sloet tot Lindenhorst (5-2-1687 – 13-12-1724), gehuwd in 1712 met Anna-Judith baronesse van Echten tot den Oldruitenborgh (1686-1741). Ze kregen 8 kinderen waarvan de oudste Boldewijn in 1716. De 5e, Arent (22-3-1722 – 25-5-1786), wordt vervolgens één van de belangrijkste baronnen uit de lijn Sloet en combineert drie titels: Tweenijenhuizen, Hagensdorp en Oldruitenborgh. CW werd lid van de ridderschap op 8-3-1710 en in 1724 landrentmeester van Vollenhove.
In de 16e generatie gaat de lijn verder met Boldewijn Sloet (26-1-1716 –
20-11-1758) tot Lindenhorst, gehuwd in 1741 met Frederika-Margaretha baronesse
Sloet (dv .. en Grevink, overleden 1-2-1804). Hij heeft 7 kinderen, waarvan de
oudste Coenradt-Willem (1742-1809) die naar Deventer trekt, daar trouwt en
burgemeester wordt en er ook overlijdt.
Boldewijns broer Roelof wordt baron tot de Hare, broer Coenradt-Willem tot
Marxvelt (hij sterft ongehuwd) en Lodewijk-Arent (1720-1790) tot Plattenburg. In
de volgende generatie sterft deze Plattenburg-tak uit wanneer geen van de drie
dochters van Lodewijk-Arent kinderen krijgt.
De
jongste broer van Boldewijn, Arent (22-3-1722 – 25-5-1786) wordt dus één van de
belangrijkste baronnen uit de lijn Sloet en combineert drie titels:
Tweenijenhuizen, Hagensdorp en Oldruitenborgh en later ook nog Ter Heyl in
Drenthe door zijn huwelijk in 1750 met Anna Dannenberg, een rijke weduwe die
overlijdt op 27-12-1765. In 1766 huwt hij Johanna-Philippa van Dedem tot de
Geldre (31-12-1741 – 12-5-1815 op Ter Heyl). Ze krijgen 7 kinderen, waarvan 3
zoons: Coenradt-Willem in 1767, Antonie in 1769 en Boldewijn-Reint in 1773.
Arent wordt in 1746 voorzitter van de Ridderschap en Staten van Overijssel, in
1766 drost van Salland en in 1786 coadjutor van de Duitse Orde (balie van
Utrecht). De drost van Salland was doorgaans de belangrijkste van de drie
drosten in Overijssel en daarmee luitenant-stadhouder.
NB: de 16e generatie telt al 57 baronnen en baronessen!
De
18e generatie gaat dan v.w.b. de voorgaande lijn door in Vollenhove met de zoons
van Antonie Sloet:Gerard Sloet van Marxveld (3-3-1831 – 25-2-1911), zoon van Jan Willem Sloet, huwt op 14-6-1860 Elisabeth Catherina B. Witsen-Elias (21-6-1833 – 11-9-1915, dv mr Nicolaas en Albertina Johanna baronesse Sloet van Hagensdorp, ze heeft dezelfde overgrootvader als haar man nl. Arent Sloet en is dus een achternicht). Ze krijgen 9 kinderen: Jan-Willem (1861-1865), Nicolas-Anton (1863-1865), Anton-Henri (29-10-1869 – 13-10-1957), en 6 dochters waarvan de oudste twee al jong sterven. Gerard wordt industrieel en dijkgraaf.
Antony Sloet (2-12-1851 – 1-2-1935), zoon van Anton-Henri Sloet, wordt baron van Oldruitenborg en huwt 29-1-1880 met Frederika Margaretha baronesse Lewe van Middelstum (Gieten, 2-5-1860 – 23-3-1925). Ze krijgen 4 kinderen: Anton-Henri (13-12-1880 – 24-12-1950), Egbert (25-9-1882 – 23-1-1945 in een Jappenkamp), Antony-Frederik (26-8-1893 - ….) en Maria-Machteld-Florentina (31-7-1884 – 18-2-1939). Antony wordt in 1903 burgemeester van Stad en Ambt Vollenhove.
Het
nageslacht van Gerard Sloet, baron van
Marxveld:
Anton-Henri (29-10-1869 – 13-10-1957) huwt op 19-5-1903 in Soesterberg met
Frederika, baronesse d’Ablaing van Giessenburg (geb. 25-7-1881 – 12-3-1972). Hij
wordt in 1903 dijkgraaf.
Verder de 4 zusters Clara-Constance (13-10-1883) die in mei 1893 huwt met baron
van Westerholt van Hackfort; Jeanette-Juliana (21-12-1866), Catherina Elisabeth
Boudewina (8-3-1871 – 3-1-1941, zij wordt hofdame bij Koningin Wilhelmina en
huwt 21-7-1904 dr mr W.F.Roëll)
en Isabella Geertruida (28-2-1874, zij wordt later hofdame bij Koningin Juliana
en bewoont later De
Oldenhof).
De kinderen van Antony Sloet van Oldruitenborgh:
Anton-Henri (13-12-1880 – 24-12-1950), die burgemeester van Heerewaarden wordt;
Egbert (25-9-1882 – 23-1-1945 in een Jappenkamp), huwt een Chinese vrouw en
krijgt 2 kinderen: Anton Frederik (1912) en Marie Frederika (1913);
Antony-Frederik (26-8-1893 - ….), blijft ongehuwd, woont uiteindelijk in de
voormalige tuinmanswoning van de
Toutenburg met zijn huishoudster Geertien, is in Vollenhove gezien en bekend
als ‘jonker Tony’.
Maria-Mechteld-Florentine (Mies) (31-7-1884 – 18-2-1939), die op 4-4-1917 trouwt met
dijkgraaf Albertus Francois (Frans) Stroink (25-3-1876 -26-6-1956).
Kinderen van Anton-Henri Sloet van Marxveld:
Elisabeth Marie (26-1-1905), huwt in 1930 met mr ELJ Besier,
Jan Willem Gerard (29-8-1906 - 1994), landbouwkundig ingenieur en gaat in de
jaren 1970 op de Oldenhof wonen, huwt 2-10-1937 Johanna Leonora baronesse van
Dedem; 4 kinderen waaronder Clara Johanna Margaretha (19-7-1938) en Charlotte
Gerardine (20-3-1948), de huidige beheerders van de Oldenhof;
Clara Johanna (22-10-1908 – 7-11-1996) baronesse van Marxveld, huwt 24-8-1938
Johannes Westra van Holthe (11-9-1898 – 15-8-1978), ambtenaar rijksarchief Assen
en schrijver van het boek ‘Vollenhove en haar havezaten’ in 1954 ter gelegenheid
van de viering van 600 jaar stadsrechten. Uit dit huwelijk (o.a.?) Elisabeth
Westra van Holthe.
Eleonora Digna Friederike (2-5-1912 – 21-12-1941),
Annie Boudewina Geertruida (10-3-1915 - …. ?), baronesse Sloet van Marxveld; in
Vollenhove tot haar dood bekend als ‘freule Annie’ wonende in villa
Nieuw-Hagensdorp,
Digna Catharina (11-12-1917 - …).
NB: de kinderen groeiden vooral op in Beukbergen, de familie kwam hoogstens ’s
zomers naar Vollenhove.