De Vollenhovenaar George Westendorp (plm. 1535-1608), petekind van stadhouder George Schenck van Toutenburg was als dienaar van koning Philips II werkzaam in Groningen en Friesland maar wordt daaruit in 1580 verbannen door de staatsgezinden.
Later kan hij terugkeren maar hij vlucht uiteindelijk in 1594 naar Brussel voor het geweld van de Tachtigjarige Oorlog. Naar alle waarschijnlijkheid ontmoette hij daar zijn oud-plaatsgenoot Johan Vos. In ballingschap en met weemoed in het hart door het verlangen naar huis en de tijd voor de Opstand van de Nederlanden tegen de koning en de moederkerk werkten ze samen aan een geschiedwerk over het bisdom Utrecht.
Niet de stad Utrecht, maar Vollenhove kozen ze als vertrekpunt en als de plaats waar ze de geschiedenis omheen schreven. De kroniek begint met de woorden Vollenhoa, vetus ac peramoenum Transiselana provinciae oppidum (Vollenhove, een oude en zeer liefelijke stad in de provincie Overijssel) met een sierlijke letter aan kop, en eindigt met de Slag bij Heiligerlee in 1568, waarbij stadhouder Johan van Ligne graaf van Aremberg, die in Vollenhove op het Oldehuis resideerde, omkwam.
Westendorp schreef de tekst en Vos - hij
signeert de kaart als Joannus Vossius - tekende er een kaart bij.
Op
de achterkant staat geschreven: Oppidi Vollenhoae delineatio Topographica. A
Joanne Vossio cive depicta Bruxellae in exilio Anno MDXCVII Mense Augusto (Kaart
van de stad Vollenhove. Door Johannes Vossius, burger van Vollenhove, getekend
to Brussel in ballingschap, in de maand augustus van het jaar 1597) en in het
groot met eenzelfde sierlijke beginletter: Vollenhoa.
De historische betrouwbaarheid van de kroniek laat nogal te wensen over en op de kaart zijn de juiste verhoudingen zoek, maar objectieve geschiedschrijving en topografische nauwkeurigheid was niet hun doel. Het was vooral een eerbetoon aan het bisdom en hun dierbare woonplaats. Bovendien moesten ze, verstoken van bronnen en ver van huis, alles uit hun herinnering putten.
Een opmerkelijk onderdeel van het manuscript betreft de vermelding van een kapel in Vollenhove aan de oostkant van het Kerkplein, gewijd aan Willibrord, de Engelse missionaris uit de 8e eeuw, onteerd tijdens de beeldenstorm. De kapel zou door Willibrord zelf meermalen bezocht zijn en ook door bisschop Bonifatius, die bij Dokkum is vermoord. De kapel bevatte een bijzonder altaar dat in 1578 zou worden overgebracht naar de grote St. Nicolaaskerk aan de overkant van het plein, maar is toen totaal vernield door het volk – in het bijzijn van de drost Jan Sloet. Op zijn kaart heeft Westendorp deze kapel aangeduid met een C (cappella sive sacellum D. Willibrord). Op die plaats is nu een Vietnamees restaurant gevestigd.