Baron
Henri Sloet overleed op Marxveld in 1957. Zijn vrouw,
die in 1972 stierf, was de laatste bewoner van het huis. De havezate stond
daarna jaren leeg en raakte in verval. De oude tuinman Peter Kip, die een
boerderijtje in de Bentstraat naast Marxveld bewoonde, had zo goed en kwaad als
het ging de tuin bijgehouden. Na zijn dood overwoekerden manshoge brandnetels en
bramenstruiken de tuin en had klimop bezit van huis- en tuinmuren genomen. Een
situatie die zelfs aanleiding was voor een documentaire op de televisie.
De Gemeente Briederwiede kocht in 1984 het complex Marxveld aan van de erven
Sloet en liet door Oranjewoud BV in maart 1986 een inrichtingsplan maken voor de
tuinen van Marxveld. Oorspronkelijk was het idee om een aantal woningen in de
tuin te bouwen.
Binnen het aan drie zijden door muren omgeven tuincomplex werden uiteindelijk
een middeleeuwse, een renaissance-, een baroktuin en een tuin in landschapsstijl
aangelegd.
In augustus 1988, tijdens het Vollenhoofse volksfeest, werd de tuin officieel in
gebruik genomen. Het is er overdag goed toeven op één van de Engelse banken
die aan de randen van de tuin zijn neergezet en 's avonds aangenaam flaneren
door de fraai verlichte tuin.
Door de verkoop van de havezate Marxveld met bijbehorende tuin in 2005 dreigt de toegankelijkheid te worden beperkt. De nieuwe particuliere eigenaar, die overigens tot 2015 het onderhoud heeft uitbesteed aan de gemeente, is bang voor aansprakelijkheid voor voetgangers die de tuin verlaten via de poortjes. Daarnaast is in de afgelopen tijd het vandalisme, vooral 's avonds, toegenomen. De tuin zal zodoende alleen via het grote toegangshek tussen Marxveld en Eckelenboom betreden kunnen worden.
Historisch
gezien is van de tuinen in Vollenhove vrijwel niets bekend. Enig inzicht kan
worden verkregen uit oude afbeeldingen zoals bijvoorbeeld de Atlas van Bleau uit
de 17e eeuw. Hieruit kan een beeld worden verkregen van de tuinen in die tijd.
Een renaissance indeling waarbij de oppervlakte door paden in gelijkmatige
vakken worden verdeeld. De invulling van de vakken heeft eveneens een
renaissance karakter met kweekbedden, hoewel in een aantal vakken ook barokke
indelingen te herkennen zijn.
De afbeeldingen zeggen niet alleen iets over de stijl, maar ook over de schaal
van de tuinen in Vollenhove. Er is geen sprake van kasteeltuinen of
buitenplaatsen. Het gaat in Vollenhove vooral om kleinschalige stadstuinen
binnen een ommuring of omgeven door hagen. Voor alles geldt dat het hier gaat om
een momentopname. Meer dan gebouwen zijn tuinen tijdsgebonden en onderhevig aan
veroudering en veranderingen. Van de historische ontwikkeling is dan ook
vrijwel niets meer te herkennen.
In de vorige eeuw waren de tuinen binnen de ommuring van Marxveld voornamelijk
ingericht als moestuin. Nog in de jaren 1960 was er een tuinman actief die deze
moestuin bewerkte (de eerder genoemde Peter Kip). De groenten en het fruit werden aan de burgers verkocht.
Het
hoofdthema voor het tuinencomplex Marxveld is een kunst- en cultuurtuin waarin
een beeld wordt gegeven van de historische ontwikkeling van de tuinen in
Vollenhove. Rekening houdend met de historie van Vollenhove, die begint
omstreeks de 11e eeuw, kunnen
in de tuinkunst een viertal stijlen worden onderscheiden:
In Marxveld zijn enkel de stijlkenmerken van de periodes te zien. Voor de
tuintypen zelf is de schaal te klein. Kijkend naar de plattegrond vallen er 3
assen op. De voornaamste loopt naar de voordeur van de Onze Lieve Vrouwe kerk,
een tweede verbindt de tuinen onderling en een derde wordt gevormd door de
loofgang naar de opening bij de Groenestraat.
Hieronder worden de vier verschillende stijlen en hun uitwerking binnen de muren
rond Marxveld beschreven.
Via een smeedijzeren hek aan de Bisschopstraat, de plaats van de oude hoofdtoegang van Marxveld, komt men op een plein geplaveid met bakstenen. Tussen leilinden en kuipplanten door komt men de tuin binnen.
Direct
achter Marxveld, tegen het huis aan, is een middeleeuwse tuin aangelegd. Deze
bestaat uit opgehoogde bloembedden met geurige en bloeiende planten als salie,
basilicum, lelies, rozen en irissen. Hier kwam tijdens grondwerkzaamheden een
diepe waterput van gele baksteen en gefundeerd op forse veldkeien tevoorschijn.
De put werd in de tuin opgenomen, evenals de bestaande tulpen- en oude
moerbeiboom. Kijk in de put eens naar beneden en zie dat op de grens van net
voldoende licht en net voldoende vocht de typische varens spontaan zijn
gegroeid.
De Middeleeuwse tuin was besloten. Nutsplanten uit de natuur werden binnen de
omtuining gegroepeerd. Groenten en medicinale kruiden waren de voornaamste
planten in de tuin. Later kwamen daar mondjesmaat planten met mooie bloemen bij.
De planten werden geordend in regelmatige en opgehoogde bedden. De middeleeuwse
sfeer is nog enigszins te proeven onder de oude moerbeiboom. De ruimtes zijn
hier klein en besloten door de omringende bebouwing.
Renaissance betekent letterlijk "wedergeboorte". Kunst en
wetenschap gaan in de 15e en 16e eeuw met sprongen vooruit. Men denkt na over:
het mens zijn, het leven op aarde, rol van God en die van de natuur. Ook zijn er
in deze eeuwen de grote ontdekkingsreizen. De mens hecht veel aan het aardse
leven: comfortabel leven, goed gekleed gaan en fraaie interieurs.
Zelfbewustzijn wordt sterker en het saamhorigheidsgevoel van de kerk komt in
gevaar.
Typerend voor de tuincultuur in deze periode zijn:
De
tuin van het Prinsenhof in Groningen, Landgoed Honselaarsdijk en bij Huis ten
Bosch zijn voorbeelden van tuinen uit deze periode.
Binnen de tuinmuren van Marxveld werd rechts, grenzend aan de Bentstraat en de
Groenestraat, zo'n renaissance tuin ingericht. Hier is het tuinoppervlak
verdeeld in gelijkmatige vierkante vlakken die beplant zijn met onder meer
smeerwortel, bitterzoet, korenbloem, boerenwormkruid en valeriaan. Bij deze tuin
hoort ook de dwarsgerichte loofgang van leilinden en hagen die de tuin met de
Groenestraat verbindt.
In de Renaissancetuin werd de natuur opgenomen in de tuin en geleidelijk binnen
het tuinplan vastgesteld in regelmatige vormen en patronen. Rechte lijnen,
vierkante bloembedden (parterres) zijn de kenmerken die in Marxveld zijn
aangelegd. Typisch voor de parterres uit de renaissance is de alzijdige
symmetrie (over het midden en de diagonalen). De planten hadden hetzelfde
karakter als in de middeleeuwen, al verschoof dit iets meer naar kruiden en
bloemen. Heel globaal zijn de parterres in Marxveld te typeren als
gebruikskruiden, medicinale kruiden, bloemen en rozen. De rozentuin dateert uit
1998. Daarvoor stond er een wildbloemenmengsel waarvan de vele klaprozen een
schilderachtige aanblik boden (letterlijk). De geplante rozen vertegenwoordigen
van buiten naar binnen een steeds vroegere periode: het buitenste vierkant ca.
1700 - 1900, het middelste vierkant ca. 1300 - 1700 en het binnenste vierkant de
oersoorten, die daarvoor al in cultuur waren. Het patroon verwijst naar een
doolhof, een aardigheid die in de renaissance opgang deed.
Het
woord barok is afkomstig van het Portugese woord "barocco" wat
onregelmatig gevormde parel betekent. Barok is verspreid over geheel Europa. De
barok wordt ook de stijl van de absolute heersers genoemd. Barok is plechtig en
triomfantelijk. De katholieke kerk kreeg in deze periode de reformatie en de
beeldenstorm over zich heen. Na het midden van de 16e eeuw begint geleidelijk de
bloei weer. In de 17e maar ook in de 18e eeuw laten kerk en vorsten hun absolute
macht gelden. Zij geven de belangrijkste opdrachten. Door pracht en praal willen
ze indruk maken. In deze periode beïnvloeden de Fransen het culturele
leven(onder het regime van Lodewijk XIV is door Andre le Nôtre de tuin van
Versailles aangelegd). De adel en burgerij laten in deze periode woningen en
buitens bouwen naar voorbeeld van de Fransen. Typerend voor de tuincultuur in
deze periode zijn:
Richting Kerksteeg lopend komt men in de baroktuin van Marxveld. Deze wordt
in stijl gekenmerkt door de rechthoekige tuinvlakken of parterres met broderies
van geschoren buxusfiguren en -hagen en de gekleurde steenslag. In het midden,
tussen de vier parterres in, staat een klaterende fontein. Anders dan in de
middeleeuwse en renaissancetuin heerst hier het sieraspect door de aanplant van
onder meer geraniums, hibiscus en acanthus.
In de Barok werden langzamerhand de vormentaal en de uitstraling naar buiten
belangrijker dan de planten. Hoogtepunt in deze Barokperiode is Versailles in
Frankrijk. Dichter bij huis is Paleis Het Loo een representant van deze periode.
In Marxveld zijn de sierlijke parterres aangelegd met de kenmerkende
lijnsymmetrie. Om de parterres werden twee heggen met tussenruimtes aangeplant.
In de tussenruimte kwamen de bloemplanten, planten aan stokken en planten die
zich lieten knippen als een piramide, bollen of andere kunstzinnige vormen. Het
binnenterrein werd opgevuld met één of enkele kleuren, soms in halfverharding
of soms lage beplanting. De fontein is een voorbeeld van de vele ornamenten die
op de kruispunten van de assen werden gezet. Een ander stijlmiddel uit de
barokperiode is de loofgang (berceau). De rozenboog op de overgang naar het
landschappelijke gedeelte herinnert hier aan.
De Engelse landschapstijl werd erg populair rond 1820 (en dat duurde voort
tot plm. 1860). Op die manier zijn o.a. het Amsterdamse Bos en het Vondelpark,
de tuin achter Paleis Huis ten Bosch, stadsparken in Nijmegen, Delft, Middelburg
en Zwolle etc. aangelegd. Het is één van de uitingen uit de Romantiek.
Onder de berceau door komt men in de landschapstuin achter de Kleine Kerk, die
de tuin aan de noordzijde afsluit. Hier staan de natuurlijke vormen centraal. De
vlakken zijn er onregelmatig van vorm en worden begrensd door
rhododendronstruiken en verspreide boomgroepen. Hiervoor konden de aanwezige
fruitbomen en uitgegroeide buxushagen worden gehandhaafd. Ook staat hier de
Beatrixboom, die werd geplant ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van
de vorstin.
Nadat de vormen steeds uitbundiger werden (Rococo, de meest uitbundigste uiting
in de Barok, plm. 1760) kwam in Engeland in de Romantiek een reactie hier op en
werden tuinen aangelegd die gebaseerd waren op de natuur en het landschap.
Boomgroepen en bossen, afgewisseld met weids open ruimten en waterpartijen,
doorsneden met slingerende wandelpaden die wisselende en plotselinge uitzichten
geven kenmerken deze stijl. Het laatste gedeelte van Marxveld geeft hiervan een
idee. Een glooiend gazon wordt omgeven door heestergroepen en bomen.
De Engelse landschapstijl is nog goed terug te vinden op het landgoed Oldruitenborgh waar de kasteelruïne van de Toutenburg
als een echte follie in het park is opgenomen.
Zie ook bij Engelse Bos, de straat
vernoemd naar de Engelse tuin rond havezate Tweenijenhuizen.