De
naam Telvoren is afkomstig van het huis links naast havezate
Marxveld, op welke plaats later het koetshuis van Marxveld werd gebouwd (op
de foto hiernaast nog
in gebruik als Oudheidkamer).
Op 2 januari 1645 verkochten jonker Adam van Leeverden en jonker Jorrien Jacob
Hagen dit huis als voogd over de kinderen van deze Adam van Leeverden en diens
overleden vrouw Adriana Hagen aan Winolt Telvoren, der beiden Rechten doctor en
vrouw Hendrickien Coops.
Het ging om een huis, hof, schuur en weere in de Bisschopstraat, waar ten zuiden
de Groenestraat en ten westen de erfgenamen van jonker Arent Sloet ten Tweenijenhuizen, bezwaard met 11 goltgulden jaarlijks aan de pastorie van
O.L. Vrouwenkerk, 1 goltgulden aan die kerk en 22 stuivers tot de Memorie en een
schuld van 400 goltgulden.
Winolt Telvoren was omstreeks 1616 geboren. Op 23 augustus 1630 werd hij als
Winoldus Telvoorn, 14 jaar oud en afkomstig van Hasselt, ingeschreven als
student in de letteren aan de universiteit Leiden. Het jaar daarvoor waren daar
de broer Albertus en Timannus Telvoren ingeschreven, ook van Hasselt afkomstig,
respektievelijk 16 en jaar oud. Op 7 maart 1639 promoveerde Winoldus Telvoren
tot doctor in de rechten aan de hogeschool van Franeker. Naderhand treffen we
hem dus aan in Vollenhove, waar hij voor 1675 overleden blijkt en zijn weduwe
enige jaren daarna. Of dit echtpaar kinderen gehad heeft, is niet bekend.
In een register van de jaarlijkse uitgangen ten voordele van 't Ecclesiastieke
rentambt van Vollenhove (deel 1695 - 1745) staat: Dr Telvorenshuys, nu de
erfgenamen Tengnagel toe Merxvelt, geldpachten van f 1.2.- en f 2.2.-. Later
wordt ook geschreven over Doctor Tellevorens Huys en Hoff.
Nadat Gerard Sloet van Oldruitenborgh in 1857 het bouwvallige Marxveld en
Telvoren aangekocht had om er te gaan wonen, moest Telvoren plaatsmaken voor een
koetshuis en paardestal, en voor een nieuwe hoofdingang aan de Bisschopstraat.
In de koopakte van Marxveld uit 1857 wordt het tweede perceel als volgt
omschreven: "een tuintje met de ondergrond van een woonhuisje, Tilvoorden
genaamd, gelegen naast het voorgaande (Marxveld) in de achterstraat gemeente
Stad Vollenhove, kadastraal bekend sectie A nummer 269 groot twee roeden
zeventig ellen. Dit perceel zal eerst zonder het gebouw of woonhuisje worden
ingezet doch ten dage der finale veiling ook met hetzelve worden geveild en naar
verkiezen gegund. Daarvoor was al gezegd, dat het woonhuisje Tilvoorde bezwaard
was met een jaarlijkse tiens of uitgang van 70 cents ten behoeve van het Groot
Burger Weeshuis der Stad Vollenhove. Dit perceel A 269 is op de oudste
kadasterkaart gemakkelijk terug te vinden.
In 1860 trouwde Gerard met zijn achternicht Catharina Elisabeth Boudewina Witsen
Elias. Zij namen hun intrek in het vernieuwde huis. Het koetshuis annex
paardenstal werd later Tilvoorde genoemd.
In de periode 1917 - 1941 was Marxveld alleen tijdens de zomermaanden bewoond.
Om een huisbewaarder te kunnen huisvesten, werd in 1925 een deel van het
koetshuis ingericht tot woning.
Gerard Sloet heeft zich gedurende zijn leven bijzonder ingezet voor de ontwikkeling van Vollenhove. Tegenover Marxveld stichtte hij in 1869 een stroop- of glucosefabriek die hij 'Tilvoorde" doopte. De appelstroop die er werd geproduceerd, behaalde onder die naam meerdere keren internationale prijzen. Verder was hij onder meer mede-oprichter van de stoomzuivelfabriek De Eendracht en van de Spoorweg Maatschappij Zwolle - Blokzijl. Ten behoeve van de telegrafie zou hij de Eckelenboom, dat door zijn aankoop ook deel uitmaakte van Marxveld, een tijdlang dienst laten doen als telegraafkantoor.
De
aspiraties van deze baron Sloet gingen nog verder, zoals in de loop van de tijd
duidelijk bleek. Tegenover Marxveld lagen de kadastrale percelen A 278, een
schuur met erf, en A 279, een huis erf. Lute van der Linde had ruim een jaar
daarvoor deze percelen bij akte van scheiding en deling verworven. Op 21 mei
1869 verkocht hij deze percelen onderhands aan de baron van Marxveld voor f 350.
Vrij snel daarop werd duidelijk wat Gerard baron Sloet met deze aankoop wilde.
Zijn plannen bestonden uit het oprichten van een fabriek tot bereiding van
suikersiroop in deze bovengenoemde percelen 'door het daarin plaatsen van een
stoomtoestel van tien paardenkrachten, en een stoomketel van dertig
paardenkrachten en een luchtledige pan tot afkooking der Siroop'.
De omwonenden, nl. Luite van der Linde, houder eener boerderij, vrouwe Johanna
Florentina Hennink, weduwe van Harmen Willem Jan baron Sloet van Westerholt,
Hendrik Holtregter, arbeider, Gerrit Jan van der Vegt , arbeider, Arend de Olde,
veehouder, Gerrit Jan van Smirren, arbeider, Grietje van der Linde, weduwe van
Jacob Voerman, veehoudster, Jan Luite van der Linde, veehouder, en Jentje
Voerman, rentenierster, tekenden op 16 juni 1869 allemaal een verklaring, dat
zij geen bezwaren hadden tegen de stichting van die fabriek.
Er gingen echter ook tegenkrachten werken en zo leken de plannen van deze
beginnende ondernemer te stranden. Hij had echter al nieuwe plannen: als men hem
in de Stad ging tegenwerken zou hij wel uitwijken naar het Ambt. Hij had een
perceel grond in de Moespot, in de noordoosthoek van de splitsing met de Leeuwte
en aan het eind van de
Moespotvaart, dus achter het huis van de heer H.J. ten Napel , Leeuwte 1. Het
noordelijk gedeelte van het kadastrale perceel B 539 had hij voor de fabriek
bestemd.
De omwonenden, nl. Lambert Meijer, tolgaarder, Klaas Boes, landbouwer, Albert
Zandbergen, arbeider, Jan Gelderman, arbeider, Hendrik Wolters de Lange,
veehouder,en Asse Belt, veehouder, tekenden op 25 juli 1869 een verklaring, dat
zij geen bezwaar hadden tegen het oprichten van die fabriek. Zo kon de baron
erop rekenen, dat zijn plannen wel in de Moespot verwerkelijkt konden worden. De
burgemeester van Ambt Vollenhove (en tegelijk van de Stad!) A.J. ten Cate
schreef op 27 juli aan de Gedeputeerde Staten van Overijssel, dat er geen
bezwaren waren ingebracht, zodat, wat hem betrof de vergunning afgegeven kon
worden. De brief was al klaar en toen kon de burgemeester er nog de volgende
aantekening in het brievenboek aan toevoegen: De Heer Sloet heeft ons verzocht
UEdgr Achtbare mede te deelen, dat de bezwaren welke tegen de oprigting der
fabriek in de gemeente Stad Vollenhove waren gerezen, zijn opgeheven. Deze
aangevraagde vergunning was nu dus niet nodig.
Het
plan in de Moespot was weer van de baan (of was het een pressiemiddel geweest?)
en het plan in de Stad kon nu uitgewerkt worden.
Tijdens de verbouw van de stroopfabriek tot Hervormd Centrum was men ook
bezig met de tuin van Marxveld. In een afvalhoop vond men tussen brokken steen
en ander puin een rechthoekig stuk natuursteen met het opschrift : TILVOORDE de
eerste steen gelegd door J.J. Baronesse Sloet van Marxveld 31 augustus 1869.
Het is mogelijk, dat dit zerkje nog hoger geweest is en verder is het de vraag
of deze eerste steen ook gebruikt is. Wel is duidelijk, dat deze eerste steen
bedoeld was voor de stroopfabriek, omdat deze naderhand de naam droeg (van) Ti
lvoorde. Tot nog toe is niet bekend waar deze steen aangebracht geweest is in de
fabriek. Met de baronesse is vermoedelijk bedoeld het oudste, in dat jaar
levende meisje van het echtpaar Sloet-Witsen Elias, Jeannette Juliana. Zij
geboren op 21 december 1866 (twee jongens en twee meisjes waren al jong
gestorven, de oudste nog geen vier jaar oud!) . Er zou ook nog gedacht kunnen
worden aan de grootmoeder van dit meisje J.J. baronesse Sloet tot Westerholt
(overleden 24 oktober 1884) , maar de toevoeging Van Westerholt maakt dit minder
waarschijnlijk.
De ruimte was beperkt, maar op 23 september 1869 kreeg de baron meer armslag:
Hendrik Holtregter verkocht onderhands het perceel grond met enige afbraak,
gelegen aan de Bisschopstraat (Kad.nr. A 284), juist ten oosten van de vorige
nrs A 278 en 279, voor 3 gulden aan de beginnende fabrikant. Op diezelfde dag
ging Grietje van der Linde, weduwe van Jacob Voerman, wonend in een boerderij in
de Putsteeg een ruiling van grond aan met de baron voor een goede regeling van
de afscheiding en het gebruik van pad en put. In juni 1871 kreeg baron Gerard de
kans om op de publieke veiling de zogenaamde erve Jacobson aan te kopen.
Daardoor kreeg hij een flinke ruimte achter de fabriek en tevens een uitgang
naar de Kerkstraat (het poortje). Zo kwam er voldoende ruimte voor de
stroopfabriek.
De
fabriek gaf werk aan een aantal ingezetenen, zoals blijkt uit de opgave van 1883
/ 1884. Dan blijkt in de Stad een glucosefabriek van de heer G. baron Sloet van
Marxveld te staan, waarin een stoomtuig van zes paardenkrachten en een
stoomketel. Hierin werkten toen zeven volwassen mannelijke arbeiders. Uit
overlevering is bekend, dat slechts één van hen het procédé van het
bekroonde product kende.
In de herfst van 1869 vroeg hij ook nog een vergunning voor oprichten van een
kuiperij , welke vergunning hij vrij snel verkreeg. Het stuk dat nu weggebroken
is (perceel Holtregter) heeft nog dienst gedaan als touwslagerij en
cocoszakkenfabriek. Het stempel van de NV Vollenhoofsche Cocoszakkenfabriek is
nog in het bezit van zijn nazaten op de Oldenhof .
Na het overlijden van Gerard baron Sloet van Marxveld in 1911 op de Oldenhof,
waar hij reeds vanaf 1902 woonde, heeft de stroopfabriek nog tot 1915
gefunktioneerd.
Vanaf 1913 konden de eindproducten worden afgevoerd via een zijtak van de
smalspoorlijn die vanaf het tramstation Vollenhove, vlak buiten de stad, via de
Bisschopstraat naar de haven voerde. Gerard had zich erg voor deze lijn
ingespannen.
Enige tijd later is het gebouw tot boerderij verbouwd. In de boerderij
woonden van mei 1928 tot mei 1933 Jurrien Spans en Aaltje Rook. Dit echtpaar
werd opgevolgd door zijn oom Peter Spans en diens zoon Derk Jan Spans, gehuwd
met Maria Heutink. In het kader van de her- en ruilverkaveling vertrok de
familie Spans in 1961 naar de nieuwe boerderij aan de Noordwal.
De woning bij de stroopfabriek werd toen betrokken door Hendrik Jan Jongman en
echtgenote; nadat beiden overleden waren stond de woning vanaf de zomer 1982
leeg. De leegstaande bedrijfsruimte gaf nu en dan nog tijdelijk onderdak aan
vee.
Ondanks deze veranderde bestemming sinds 1915, bleef men in Vollenhove het
gebouw 'de stroopfabriek' noemen. Daarmee bleef de herinnering levend aan de
stichter die een ondernemend man geweest is.
Het complex Marxveld, met daarbij ook de oude stroopfabriek die in de
tussentijd praktisch deel was gaan uitmaken van de boerderij ernaast, werd in
1982 van de erven Sloet aangekocht door de gemeente. Tilvoorde werd direct
doorverkocht aan de Hervormde Gemeente.
Het gebouw is sinds 1984 na grondig te zijn verbouwd in gebruik als Hervormd
Centrum, weer onder de naam Tilvoorde.
Op 15 maart 1984 werd met een open dag het nieuwe hervormde
ontmoetingscentrum in gebruik genomen. Een commissie was 4 jaar eerder begonnen
met het zoeken naar ruimte voor zo'n centrum. Nadat eerst een plan voor
Kerkstraat 31 en 58 was gemaakt, kwam in 1982 de oude stroopfabriek in beeld die
via de gemeente werd aangekocht. In 1983 wordt de verbouwing gegund aan
bouwbedrijf Moes. Architect is Gunnar Daan en compagnon Thon Karelse.
De nieuwe inrichting omvat op de begane grond een foyer, een grote zaal met
aansluitend een kleine zaal (samen L-vorm), op de eerste verdieping twee kleine
zalen (boven foyer en kleine zaal beneden) plus keuken en woonkamer, en nog een
zolder met daarop 3 slaapkamers.
Het gebouw wordt voor allerlei activiteiten gebruikt, onder meer als
condoléanceruimte bij begrafenissen.