De
havezate Marxveld staat aan de Bisschopstraat. Boven de deur van het pand
(eigenlijk de zijgevel) staat de naam in zwarte hoofdletters geschreven. Een
baksteengevel met uitgehouwen wapensteen. Boven de onderste drie vensters
ontlastingsbogen met zandstenen schelpen in de boogtrommels.
Rechts naast het huis nu een smeedijzeren hek, vroeger een stenen muur met een
poort, waardoor men aan de voorkant van het huis op een plein kwam. Later is de
verdieping op het huis gekomen. Het huis is inpandig vele malen ingrijpend
gewijzigd, de buitenzijde vooral in 1860.
Het voormalige koetshuis aan de oostzijde van het huis heette
"Telvoren", later ook Tilvoorde (tot de
stroopfabriek aan de overkant van Marxveld deze naam kreeg) en was jarenlang het
onderkomen van de Oudheidkamer. Het pand westwaarts van het huis tot aan de hoek
Bisschopstraat - Bentstraat heet "Eckelenboom"
en herbergt nu enkele woningen van woningstichting Wetland Wonen.
De ommuurde tuin is in oude stijl volledig heringericht
in 1988.
De geschreven geschiedenis van Marxveld, dat toen nog niet zo heette, begint
rond het begin van de 16e eeuw. Willem Sloet komt als eigenaar voor op een lijst
van brandladders en brandhaken die het stadsbestuur in 1501 had laten opmaken.
Bij de huwelijksvoorwaarden, gesloten 17 januari 1506 tussen Willem Sloet en
joffer Ghese van Inghen brengt hij mee ten huwelijk onder meer "dat huys
ende hoff met cleynoden ende soe als dat staet ende gelegen is bynnen
Vollenhoe". Willem Sloet hertrouwde na het overlijden van zijn eerste vrouw
met Henrica van Suyrbeeck in 1521. Dan wordt de ligging van het huis omschreven
als gelegen aan de Bisschopstraat tussen de woningen van de weduwe van Roelof
Vos ten westen, de erfgenamen van Johan ter Berchorst ten oosten en strekkende
van de Bisschopstraat tot aan de Hofstraat. Van Willem Sloet is niet veel meer
bekend dan dat hij in 1520 werd benoemd tot schout van Steenwijk.
Agnes,
een dochter van Willem Sloet en Reiniera van Suurbeeck, bracht door haar
huwelijk Marxveld aan Roelof van den Clooster tot Vledderinge (een havezate bij
Meppel).
Na hun overlijden kwam Marxveld aan hun dochter Margaretha van den Clooster, de
vrouw van Rutger van der Marck, en werd het Cloostermark genoemd: een
samentrekking van 'Clooster' en 'Marck', beider namen. In het archief van
Middachten komen in een acte van 13 mei 1600 de namen voor van Rutger van der
Marck zu Ahuss en Margaretha van den Clooster.
In een opgave van de jaarlijkse inkomsten van de Kleine Kerk uit + 1606 staat:
Juffer van der Marck van de hoff van L. Vrouwen karcke jaarlix 21 stuvers. Dit
is dus een soort pacht.
Harmen van der Marck verklaarde te Vollenhove op 1 december 1623 overgedragen te
hebben zijn 1/5 deel van landerijen en behuizing binnen Vollenhove die hij van
zijn broer Adolph van der Marck gekocht had en die zijn broer van zijn overleden
moeder geërfd had. Hij draagt nu alles over aan Jr. Arend Sloet ten
Tweenijenhuizen, dit naar een maagscheid tussen voornoemde vrienden en verwanten
op 8 december 1621 opgericht (archief Marxveld). Everhart van der Marck,
kanunnik van Oldenzaal, draagt hem 10 oktober 1625 ook 1/5 deel van Marxveld
over. Dit stuk en andere stukken van de periode 1575 - 1595 bevinden zich in het
archief Sloet, Rijksarchief Zwolle, inv. no. 56 en 57.
Door
het huwelijk van Armgard van der Marck, dochter van eerdergenoemde Rutger in
1637 met Arend Sloet ten Tweenijenhuizen kwam Marxveld weer in het geslacht
Sloet.
In deze tijd moet Marxveld een ingrijpende verbouwing hebben ondergaan ter
verhoging van het aanzien. Daarvoor moet het huis een veel eenvoudiger karakter
hebben gehad. De Vollenhoofse edelen merkten er in 1653 schamper over op dat het
met riet en stro gedekt was geweest als was het slechts een 'gemeen borgerhuis'.
Zeker is dat Arend Sloet de gevel aan de straatkant opnieuw heeft laten
opmetselen, het dak laten vernieuwen en de bovenkamers laten verbeteren.
Inwendig dateert thans alleen het balkenplafond nog uit die tijd. Het gebruik
van schelpmotieven boven de vensters doet vermoeden dat Arend zich bij de
renovatie heeft laten inspireren door het juist gereedgekomen nieuwe raadhuis
uit 1621.
Bij de verdeling van de ouderlijke erfgoederen door hun kinderen op 12 juli 1651
werd het huis en hof met zijn adellijke gerechtigheden binnen Vollenhove gelegen
en andere vaste goederen toegedeeld aan juffer Margaretha Sloet. Deze Margaretha
Sloet bracht Marxveld door haar huwelijk met Lodewijk Gansneb genaamd Tengnagel
in dat geslacht.
Bij akte van 2 februari 1654 geeft zij aan haar man, om gedurende zijn leven in
volle eigendom te beheren en te bewonen, haar huis en hof met zijn adellijke
gerechtigheden te Vollenhove, strekkende noordwaarts aan de Bisschopstraat tot
zuidwaarts aan de Hoffstraat = Nieuwstraat = Groenestraat. Hij werd in 1654 van
Marxveld verschreven nadat met veel moeite het huis, dat hij in 1645 nog
'Cloostermarck' noemde, als havezate erkend werd door de Overijsselse Staten. De
naam Cloostermarck zou al gauw daarna worden verdrongen door die van 'Marxveld',
want Lodewijk liet zich als 'tot Marxveld' ten landdage verschrijven. Blijkbaar
vond hij de deelname aan het landsbestuur van Overijssel niet voldoende, want in
1663 deed hij moeite om in het
Vollenhoofse
stadsbestuur te komen. Hij werd tot schepen verkozen, maar zou het niet worden
omdat hem duidelijk werd gemaakt dat zijn riddermatigheid dit belette.
In 1674 kocht hij het huis met de daar achter gelegen tuin ten oosten van
Marxveld van bewoner dr. Winold Telvoren en voegde het aan de havezate toe. Het
huis werd daarna ook Telvoren genoemd.
Op zijn overlijden 8 januari 1680 vervaardigde de Vollenhoofse predikant Lambert
Schaank een rouwgedicht, dat opgenomen is in de Bijdr. Gesch. Overijssel, deel
V.
Alhoewel Arend Sloet het huis meer aanzien had gegeven, ging het in uiterlijk en
omvang de woningen van vooraanstaande burgers toch niet te boven. Marxveld telde
tot 1682 vijf schoorstenen; de aanzienlijkste burgerwoningen in de stad bezaten
er evenveel of zelfs meer.
Lodewijks oudste dochter Armgardina Margaretha breidde in 1692 het grondgebied
van de havezate verder uit door van Arend Coenraad van der Lawick tot Benthuis
de hof achter de Kleine Kerk te kopen. Door deze aankoop grensde het complex aan
de oostzijde aan de Kerksteeg.
Armgardina Margaretha Gansneb genaamd Tengnagel trouwt op huwelijkse voorwaarden
van 27 november 1698 met achterneef Gijsbert Frederik Sloet, die 14 jaar jonger
was. Zij had bij die gelegenheid laten vastleggen dat hij zijn leven lang van
haar havezate aan de landdagen zou mogen deelnemen.. Hij noemt zich in 1706 tot
Marxveld, en zo kwam deze havezate weer in het geslacht Sloet. Na het
beëindigen van zijn militaire loopbaan in het regiment Van Hessen - Homburg
liet hij zich in 1722 van Marxveld verschrijven. Armgardina overleed in 1723.
In 1723 wordt Cabanus als huurder van Telvoren genoemd.
In
het archief Sloet berust een inventaris van obligaties enz., d.d. 24 april 1728
in de boedel van Arent Herman Sloet, waar onder no. 11 voorkomt: aflossing van
25 stuivers 's jaars gaande uit het huis van Marxveld en uitkoop van 28 stuivers
uit Rotger van der Markshuis, nu Marxveld.
Hoewel van Marxveld verschreven, woonde Gijsbert als weduwnaar meestal op zijn
buitengoed Scherpenzeel bij Olst. Rond 1740 heeft hij Marxveld laten verbouwen.
De thans nog aanwezige decoratie van diverse vertrekken - schoorstenen,
deurpanelen en stucplafond - dateert uit deze tijd. Als vertrekken werden
genoemd het salet (de latere grote zaal), de kamer van Gijsbert Frederik Sloet,
de kelderkamer (opkamer) en de keuken.
In 1748 woonde hij in het huis met een knecht en een meid. Gijsbert stierf in
1757.
Van Marxveld werd in 1759 verschreven de landrentmeester Coenraad Willem Sloet,
die als mede-erfgenaam, de andere 1/10 delen van Marxveld van zijn broeders en
zusters enz. had overgenomen. Beide huizen waren in die tijd verhuurd, omdat men
doorgaans elders verbleef. In die akten staat: de havezate Marxveld met recht
van verschrijving ten landdage, bestaande uit twee huizen, naast elkaar aan de
Bisschopstraat, thans bewoond door Adolph Oirbaan en de Wed. van Ds. Landman,
waaraan ten oosten Hendrik Polman en ten westen Vrouwe Douariere van Haersolte
tot den Oldenhave, met wheere, grond, hof, schuren enz. bezwaard met 1 gld. 4
st. jaarlijks aan het Weeshuis van Vollenhove.
Uit stukken over een hevige verwarring over de verschuldigde uitgangen ten
voordele van het Weeshuis uit Marxveld en Benthuis is af te leiden, dat grond
van de hof van Marxveld destijds van Benthuis is aangekocht.
Coenraad Willem Sloet overleed ongehuwd in 1784, na tot testamentaire erfgename
te hebben ingesteld zijn schoonzuster F. M. Sloet douairière van Boldewijn
Sloet tot Lindenhorst. Haar zoon Reint Wolter, neef van Coenraad Willem, erfde
Marxveld 'vanwege een byzondere affectie' en werd in 1785 van Marxveld
verschreven.
Reint had rechten gestudeerd. Als rechtsgeleerde lag voor hem een succesvolle
carrière in het verschiet. Maar in 1788 werd hij vanwege zijn
hervormingsgezindheid, die zich uitte in de weigering de vernieuwde eed op de
constitutie af te leggen, als statenlid geschorst. In 1795, in de Franse Tijd,
beleefde hij een glorieuze terugkeer in de politiek als drost van Vollenhove. In
1805 promoveerde hij zelfs tot Overijssels hoogste politieke ambt als drost van
Salland.
Hij verkocht 31 december 1805 de Benthe, strekkende van de Bentsteeg tot aan de
Bentdijk aan Anthonie Sloet van Oldruitenborgh.
Reint Wolter Sloet overleed ongehuwd 25 augustus 1842 op zesentachtigjarige
leeftijd in zijn buitenverblijf Scherpenzeel.
Reint
Wolter Baron Sloet tot Marxveld liet bij testament, gedeponeerd ten kantore van
de notaris te Wijhe bij acte van 16 juni 1839, Marxveld na aan zijn nicht,
Douairière Johanna Phillippa H. Baronesse van Knobelsdorff, geboren Baronesse
van Dedem.
Bij akten van publieke verkoop en toewijzing van 15 en 29 september 1857
verkocht zij de havezate Marxveld met de gehele tuin en het daaraan gelegen
woonhuisje Tilvoorde, kadastraal Sectie A, no. 269, 270 en 271, geheel groot 48
roeden, 40 ellen voor f 3.657,24.
Teunis Everts Spit was de hoogste bieder, maar was gemachtigde voor een ander.
Koper bleek de 26-jarige Gerard Baron Sloet, kandidaat notaris te Vollenhove.
Gerard Sloet kocht in 1859 het huis 'de Eckelenboom'
met achtergelegen tuin, ten westen van Marxveld. Door deze aankoop zou het
havezate-complex een gebied bestrijken vanaf de Kerksteeg tot aan de Bentstraat
en zijn huidige omvang krijgen.
Hij huwde in 1860 met zijn achternicht Catharina Elisabeth Boudewina Witsen
Elias uit Warnsveld en ging op Marxveld wonen. Zij gaven opdracht voor een grote
verbouwing van omstreeks 1860. Daarbij werd het huis vergroot en onderging het
uitwendig een versobering. De speelse renaissancetrapgevel aan de Bisschopstraat
werd afgetopt en van zijn trappen en ornamenten ontdaan. De versiering onder de
vensters verdween en alleen de natuurstenen schelpvullingen in de boogtrommels
boven de onderste drie vensters bleven gehandhaafd. Het naastgelegen huis
Telvoren werd afgebroken. Op deze plaats verrees een koetshuis en paardestal en
kreeg Marxveld een nieuwe entree. Ook inwendig onderging het huis een grote
verandering. Slechts in de opkamer en de grote zaal, beide rechts van de nieuwe
ingang, bleef iets van de oude inrichting bewaard.
Vanaf die tijd zouden Gerard en zijn nakomelingen zich 'Sloet van Marxveld'
noemen, hoewel ze officieel als Sloet van Oldruitenborgh
te boek staan. Tot op heden is de familie bij de plaatselijke bevolking als
zodanig bekend.
Gerard Sloet heeft zich gedurende zijn leven bijzonder ingezet voor de ontwikkeling van Vollenhove. Hij was later dijkgraaf, en zette zich in voor een tramlijn vanaf Zwolle. Tegenover Marxveld stichtte hij in 1869 een stroopfabriek, die hij Tilvoorde noemde naar het oorspronkelijke huis Telvoren. Naar hem werd in 1952 de Chr. Landbouwhuishoudschool genoemd: "Baron Sloet van Marxveldschool". Deze werd op 29 oktober 1952 officieel geopend. De school, gevestigd in de Groenestraat op de plaats waar nu de Openbare Basisschool 'De Voorpoort' staat, verdween in de jaren 1980 door de schaalvergroting in het onderwijs.
In een kasboek van Plattenburg en Cannevelt komt voor: 5 september 1885 van Marxveld 172 en Pleiter 260 stenen en 19 maart 1895, 200 oude dakpannen van Marxveld (Archief Marxveld). Bij herstel in 1945 van een vloer op Marxveld bleek, dat de balken in de vloer tot aan de planken in een bed van zuiver droog zeezand lagen: dus geen ventilatie onder de vloer door.
Toen Gerards zoon Ir. Anton Henri (in de familie Henri genoemd) in 1903
trouwde, betrok deze Marxveld en verhuisden zijn ouders naar de
Oldenhof. Gerard
overleed in 1911.
Henri en zijn vrouw Maria Digna Friederike d'Ablaing van Giessenburg woonden van
1917 tot 1941 op Beukbergen in Huis ter Heide. Toen in 1941 Beukbergen door de
Duitsers werd gevorderd keerden ze naar Vollenhove terug. Henri overleed op
Marxveld in 1957. Zijn vrouw, die in 1972 stierf, was de laatste bewoner van het
huis.
De havezate stond daarna jaren leeg en raakte in verval.
In 1982 besloot de eigenaar, ir. Jan Willem Gerard Sloet van Oldruitenborgh, het
monumentale complex, bestaande uit Marxveld met het koetshuis (het vroegereTelvoren),
de Eckelenboom en de oude
stroopfabriek, te verkopen aan de toenmalige gemeente Brederwiede.
In 1984 werd door de onthulling van een fraaie herdenkingssteen met de tekst:
'TEMPORA SUSTE NEAT' (heeft de tijd doorstaan) de verbouwing van de
Eckelenboom tot drie woningen feestelijk afgesloten. In december 1988 werd
Marxveld opgeleverd. De volledig als kantoorpand verbouwde havezate bood vanaf
dat jaar onderdak aan de afdeling Grondgebied van de gemeente Brederwiede, en
later Steenwijkerland. In 2004 werd het pand door de gemeente-ambtenaren
verlaten en werd het verkocht aan een particulier annex ondernemer. Het pand zal
opnieuw worden verbouwd, waarbij het de bedoeling is dat een deel van het
oorspronkelijke karakter wordt hersteld. Naast woning zal het ook deels een
zakelijk karakter krijgen voor gebruik bij seminars en symposia.