Lindenhorst

havezate Lindenhorst in 2016Deze havezate ligt tegenover de ingang van de Kleine Kerk in de Bisschopstraat (exacte locatie:  52°40'51.90"N  5°57'2.21"O). Het huis heeft een erker aan de rechterzijde van de voorgevel. Aan de linkerzijde twee leeuwenkoppen bij de gootlijst. Kenmerkend is de witte kleur, die het pand ook al heeft op de stadskaart van Blaeu uit 1649.

Onbekend is wanneer de twee huizen die samen de havezate vormen, zijn gebouwd. De naam zou de havezate hebben ontleend aan de lindebomen die er destijds voor stonden.

1612 Sloet van Lindenhorst

Boudewijn Sloet werd in 1612 vanwege Lindenhorst toegelaten tot de Staten van Overijssel.  
Boudewijn Sloet (1588-1660), heer tot Lindenhorst en Slotenhage, zoon van Conrad Sloet (1552-1603, drost van IJsselmuiden), huwt in 1613 Lebuine Margaretha van Rijswijck, dochter van kapitein Johan van Rijswijck en Theodora Knoppert. Ze krijgen in 20 jaar tijd 13 kinderen, eerst 6 zoons (Thomas-Borchardt 1615, Coenradt 1629) waarvan er vier jeugdig overlijden en vervolgens 6 dochters. Boudewijn is van 1621-1648 landrentmeester van Vollenhove en wordt in 1621 lid van de Ridderschap. Van 1620-1625 was hij afgevaardigde naar de Staten-Generaal en van 1643-1647 naar de Generaliteitsrekenkamer. Lindenhorst was in 1628 nog formeel van zijn moeder Margaretha Hagen, die over zeven vuursteden / schoorstenen en een bakoven belasting moest betalen. Toen was het één van de grootste huizen van de stad.

In 1639 koopt Boudewijn het leegstaande en enigszins verwaarloosde huis van zijn overleden linkerbuurman Hendrik Bernhardts erbij.

Zoon Coenraad Willem Sloet (1629-1677) trouwde op 28-3-1657 met Judith van Isselmuden van den Rollecate en kreeg 9 kinderen, waaronder Boldewijn op 29-1-1660. Coenraad werd in 1648 landrentmeester van Vollenhove en in 1650 lid van de Ridderschap vanweg Lindenhorst. Het lukt hem in 1675 niet om Slotenhagen als havezate erkend te krijgen. Echtgenote Judith van Isselmuden  overleed te Vollenhove op 11 juni 1684, waaroverj de schrijver Bernart van Vollenhove een gedicht maakte. 

Boudewijn, de zoon van Coenraad Willem en Judith van Isselmuden werd vanwege Lindenhorst lid van de Ridderschap en dus de Staten van Overijssel in 1684. Het huis telde in 1675 acht vuursteden, maar in 1682 nog slechts vier. Boudewijn Sloet tot Slotenhage en Lindenhorst (29-1-1660 – 8-4-1721) ging in 1677 studeren in Leiden, werd gecommitteerde van de VOC kamer Delft in 1700, lid van de Generaliteitsrekenkamer (1706-1707) en Raad van State (1711-1712) en gedeputeerde van Overijssel (1712-1721). Hij trouwde in 1685 met Johanna-Catharina Gansneb genaamd Tengnagel (overleden 1726, haar moeder was ook een Sloet) en kreeg vier kinderen waaronder Coenraad Willem op 5-2-1687. Voor tweede zoon Lodewijk Arend werd havezate de Haare gekocht in 1712 van de erfgenamen van zijn neef. 

Coenraad Willem Sloet tot Lindenhorst (5-2-1687 – 13-12-1724) huwde in 1712 met Anna-Judith baronesse van Echten tot den Oldruitenborgh (1686-1741). Ze kregen acht kinderen waarvan de oudste Boldewijn in 1716. De vijfde, Arent (22-3-1722 – 25-5-1786), wordt vervolgens één van de belangrijkste leden van de lijn Sloet en combineert drie titels: Tweenijenhuizen, Hagensdorp en Oldruitenborgh. Coenraad Willem werd lid van de ridderschap op 8-3-1710 - naast zijn vader -  en in 1713 landrentmeester van Vollenhove.

1740 

Anna Judith van Echten, als weduwe, met meerderjarige dochter freule Anna Catharina en oom Philip Gerhard van Echten tot Oldruitenborgh als voogd, verklaarden 27 februari 1740 over te dragen aan hun resp. zoon, broer en neef Boudewijn Sloet het huis en havezate Lindenhorst met recht van verschrijving. Dit in mindering van zijn erfportie in zijn vaderlijk allodiale nalatenschap met het verzoek om twee onpartijdige taxateurs. Die taxateurs togen aan het werk en taxeerden de goederen behorende onder de havezate Lindenhorst, bestaande uit het goed Sloet en Hage, huis, hof, boomgaard, landerijen en houtgewas. De grote boomgaard ten westen aan de Bentweg, een kamp land "Pluirscamp" aldaar, 2 kampen land "Mense hagens campen" aan de Hagensteeg en Bentweg, twee kampen aan de Hagensteeg benoorden de Schaarweg. Stambomen aan de Hagensteeg en achter de Hare, in de allee (nu: Weg van Twee Nijenhuizen) en op de Heufte. Voor deze havezate Slotenhagen verwijs ik naar de Haare buiten de stad.

Boudewijn Sloet (26-1-1716 – 20-11-1758) tot Lindenhorst, die studeerde in Harderwijk, huwde in 1741 met Frederika-Margaretha baronesse Sloet (dv Adriaan Sloet tot Kerssenburg en ... Grevink, overleden 1-2-1804). Ook hij werd landrentmeester van vollenhove (1753-1758) en van 1753-1754 afgevaardigde naar de Staten-Generaal. Hij had zeven kinderen, waarvan de oudste Coenraad Willem (1742-1809) die in Franeker rechten had gestudeerd naar Deventer trok, daar trouwde en burgemeester werd (tot 1787, vanwege sympathie voor de patriotten), en toen postmeester.
Boudewijns broer Roelof wordt baron tot de Hare, broer Coenraad Willem tot Marxvelt (hij sterft ongehuwd) en Lodewijk-Arent (1720-1790) tot Plattenburg. 

Boudewijn  werd in 1740 van Lindenhorst verschreven, daarna zijn zoon Reint Wolter pas in 1780 - vanaf 1758 was het havezaterecht onbenut! In 1785 werd deze echter van Marxveld verschreven, dat zijn moeder voor hem had gekocht. In 1788 wordt Reint Wolter vanwege recalcitrant gedrag uit de Statenvergadering geschorst. Tijdens de Franse bezetting (1795 - 1805) wordt hij aangesteld als drost van Vollenhove, en in 1805 drost van Salland. Hij overleed ongehuwd in Olst in augustus 1842.

Lindenhorst werd na de dood van Boudewijns echtgenote in 1804 verhuurd aan landdrost / baljuw mr. David Thomassen à Thuessink die er woonde van 1805-1808.

Boldewijns dochter Adriana Fredrika Johanna Sloet was in 1771 in Wijhe getrouwd. Volgens het testament van 2 november 1778, gedeponeerd bij de notaris te Wijhe bij akte van 16 maart 1820 van F. G. van Dedem van den Gelder en Vrouwe A. F. J. Sloet van Lindenhorst - zuster van Reint Wolter - waren hun kinderen A. B. G. van Dedem van de Gelder, luitenant - generaal in Franse dienst en Vrouwe J. Ph. H. van Dedem van de Gelder, douairière van Knobelsdorff hun enige erfgenamen. Blijkens een akte van 3 februari 1821 verkochten zij aan Anthony Sloet van Oldruitenborgh een stuk bosgrond, zijnde tiendbaar onder de Koningstienden, gelegen in de Suurbeek, genaamd "de Woerte".

Door gemelde Douairière van Knobelsdorff en haar broer was bij onderhandse akte van 27 september 1820, toen zij Lindenhorst verkochten aan A. Hoen, instituteur (onderwijzer), "om reden zij hetzelve verkogten aan iemand buiten hunne familie en niet omdat hetzelve van eenig waard is" het recht van verschrijving gereserveerd. Hoen wilde er een kostschool in vestigen, maar die kwam uiteindelijk in het Lemkerhuis ('Latijnse school') aan het Kerkplein.

de schouw in de woonkamer in 20151824 - 1885: eigendom van Sloet van Oldruitenborg. 

De zaak werd anders, toen A. Hoen bij akte van 15 mei 1824 Lindenhorst verkocht aan hun neef Jan Willem Sloet, verificateur der registratie te Vollenhove. Voor de notaris te Wijhe werd 22 juni 1824 een akte gepasseerd waarin het vorenstaande voorkomt, waarbij zij verklaart dat gereserveerde recht over te dragen aan haar neef Jan Willem Sloet, omdat "gemelde havezate weder aan de familie in eigendom is" gekomen. Jan Willem Sloet (1792-1863), zoon van Antony Sloet van Oldruitenborgh (4-5-1769 – 10-3-1853, Den Haag, adjudant van Koning Willem I) was gepromoveerd in de rechten (1816), vanaf 1837inspecteur der registratie (verificateur) en vanaf 1840 dijkgraaf. In 1861 werd hij lid van de Ridderschap van Overijssel. Hij woonde op Lindenhorst tot zijn overlijden in 1863. Zijn vrouw, overleden in 1884, kocht in 1864 de Haare er bij en gebruikte het hele complex. 

In een taxatie van de boedel van de nalatenschap van wijlen Jan W. Baron Sloet van Oldruitenborgh en echtgenote in 1885 komt ook Lindenhorst voor, sectie A no 297 huis en erf, groot 3.60 are, stal A no. 298, groot 1.70 are en tuin A no. 574, groot 22.94 are (archief van den Oldenhof).

1885 - 2000: notarissen en artsen

Het complex Lindenhorst - de Haare werd door de erfgenamen per veiling verkocht in 1885. Lindenhorst werd voor f 2352 verkocht aan Van Heerde en Van Gulik, die er weer twee gescheiden huizen van maakten. Achter het linker huis werden een grote mangelkamer, gedeelte van de keuken en de bijkeuken afgebroken en het overige van dit deel verhuurd aan Jan Dikken en het rechter huis aan meester Dragt. In 1889 werd het doorverkocht aan notaris Markus Johannes van Krieken die het aanvankelijk huurde. Opvolger Gerhard Hendrik Cramer kocht een deel in 1906 en de rest in 1908.
De gemeente kocht Lindenhorst bij akte van 15 februari 1922 van mevrouw M. Greve, echtgenote van notaris G. H. Cramer voor f 12.000, en bestemde het tot dokterswoning. Boven de praktijk, het linkerdeel van Lindenhorst, woonde aanvankelijk ook de kraamzuster.

de serre in 2015Daar hebben eerst  dokter Donker (afkomstig uit Rotterdam), daarna dokter Jansen en na de oorlog dokter Van Setten hun praktijk gehad. In 1946, bij het aantreden van dokter Van Setten, werd het pand dat een jaar lang had leeggestaan van binnen opgeknapt en vervolgens voor f 400 per jaar verhuurd. Toen Van Setten in 1977 vanwege ziekte zijn praktijk niet meer kon uitoefenen, bleef hij met zijn tweede vrouw in het pand wonen en werd de praktijk door zijn opvolger aan De Voorpoort voortgezet. In 1978 werd het huis gerenoveerd, waarbij een briefje in een fles tevoorschijn kwam met de namen van de bouwvakkers J.B. ten Napel en Jan van Dalsen uit 1825: 'de fles is leeg en de duiten op'.

In 2000 ging het pand over in handen van Vollenhovenaar Jan Boltje, die het inpandig een uitgebreide opknapbeurt gaf. Tijdens Open Monumentendag in 2015 konden belangstellenden een kijkje in het huis en in de tuin nemen.

www.henkvanheerde.nl/vollenhove