Lindenhorst

Deze havezate ligt tegenover de ingang van de Kleine Kerk in de Bisschopstraat. Het huis heeft een erker aan de rechterzijde van de voorgevel. Aan de linkerzijde twee leeuwenkoppen bij de gootlijst.

1613 Sloet van Lindenhorst

De kapitein Johan van Rijswijck en zijn vrouw Theodora Knoppert kochten 6 maart 1604 van iemand een rente in geld uit een uiterdijk, eigendom van het klooster Clarenbergh. Een dochter van hen, Lebuine Margaretha van Rijswijck huwde in 1613 Boudewijn Sloet die van Lindenhorst verschreven werd. In de Grote Kerk ligt een zerk, waarop: Sloet - Rijswijck. Coenraad Willem, zoon van Boudewijn Sloet en Lebuine van Reijswijck werd verschreven van Lindenhorst 1650. Hij trouwde met Judith van Isselmuden, op wier overlijden te Vollenhove 11 juni 1684 de schrijver Bernart van Vollenhove een gedicht maakte. Boldewijn, zoon van Coenraad Willem en Judith van Isselmuden werd van Lindenhorst verschreven in 1684. Zoon Coenraad Willem, verschreven van Lindenhorst in 1710, huwde met Anna Judith van Echten.

1740

Anna Judith van Echten, als weduwe, met meerderjarige dochter freule Anna Catharina en oom Philip Gerhard van Echten tot Oldruitenborgh als voogd, verklaarden 27 februari 1740 over te dragen aan hun resp. zoon, broer en neef Boldewijn Sloet het huis en havezate Lindenhorst met recht van verschrijving. Dit in mindering van zijn erfportie in zijn vaderlijk allodiale nalatenschap met het verzoek om twee onpartijdige taxateurs. Die taxateurs togen aan het werk en taxeerden de goederen behorende onder de havezate Lindenhorst, bestaande uit het goed Sloet en Hage, huis, hof, boomgaard, landerijen en houtgewas. De grote boomgaard ten westen aan de Bentweg, een kamp land "Pluirscamp" aldaar, 2 kampen land "Mense hagens campen" aan de Hagensteeg en Bentweg, 2 kampen aan de Hagensteeg benoorden de Schaarweg. Stambomen aan de Hagensteeg en achter de Hare, in de allee (nu: Weg van Twee Nijenhuizen) en op de Heufte. Voor deze havezate Slotenhagen verwijs ik naar de Haare buiten de stad.

Boldewijn werd in 1740 van Lindenhorst verschreven, waarna zijn zoon Reint Wolter in 1780 en van Marxveld, wat zijn moeder voor hem had gekocht, in 1785. In 1788 wordt Reint Wolter vanwege recalcitrant gedrag uit de Statenvergadering geschorst. Tijdens de Franse bezetting (1795 - 1805) wordt hij aangesteld als drost van Vollenhove, en in 1805 drost van Salland. Hij overleed ongehuwd in Olst in augustus 1842.

Volgens het testament van 2 november 1778, gedeponeerd bij de notaris te Wijhe bij akte van 16 maart 1820 van F. G. van Dedem van den Gelder en Vrouwe A. F. J. Sloet van Lindenhorst - zuster van Remt Wolter - waren hun kinderen A. B. G. van Dedem van de Gelder, luitenant - generaal in Franse dienst en Vrouwe J. Ph. H. van Dedem van de Gelder, douairière van Knobelsdorff hun enige erfgenamen. Blijkens een akte van 3 februari 1821 verkochten zij aan Anthony Sloet van Oldruitenborgh een stuk bosgrond, zijnde tiendbaar onder de Koningstienden, gelegen in de Suurbeek, genaamd "de Woerte".

Door gemelde Douairière van Knobelsdorff en haar broer was bij onderhandse akte van 27 september 1820, toen zij Lindenhorst verkochten aan A. Hoen, instituteur (onderwijzer), "om reden zij hetzelve verkogten aan iemand buiten hunne familie en niet omdat hetzelve van eenig waard is" het recht van verschrijving gereserveerd.

1824 - 1885: eigendom van Sloet van Oldruitenborg. 

De zaak werd anders, toen A. Hoen bij akte van 15 mei 1824 Lindenhorst verkocht aan hun neef Jan Willem Sloet, verificateur der registratie te Vollenhove. Voor de notaris te Wijhe werd 22 juni 1824 een akte gepasseerd waarin het vorenstaande voorkomt, waarbij zij verklaart dat gereserveerde recht over te dragen aan haar neef Jan W. Sloet, omdat "gemelde havezate weder aan de familie in eigendom is" gekomen.

In een taxatie van de boedel van de nalatenschap van wijlen Jan W. Baron Sloet van Oldruitenborgh en echtgenote in 1885 komt ook Lindenhorst voor, sectie A no 297 huis en erf, groot 3.60 are, stal A no. 298, groot 1.70 are en tuin A no. 574, groot 22.94 are (archief van den Oldenhof).

1885 - 2000: notarissen en artsen

Kort daarna, of in 1885, werd Lindenhorst verkocht aan Van Heerde en Van Gulik, die er twee huizen van maakten. Achter het linker huis werden een grote mangelkamer, gedeelte van de keuken en de bijkeuken afgebroken en het overige van dit deel verhuurd aan Jan Dikken en het rechter huis aan meester Dragt.
Opvolgende notarissen hebben daarna op Lindenhorst gewoond: notaris Van Krieken huurde het eerst en kocht het daarna. De gemeente kocht Lindenhorst bij akte van 15 februari 1922 van mevrouw M. Greve, echtgenote van notaris G. H. Kramer, en bestemde het tot dokterswoning. Boven de praktijk, het linkerdeel van Lindenhorst, woonde aanvankelijk ook de kraamzuster.

Daar hebben eerst dokter Jansen en na de oorlog dokter Van Setten hun praktijk gehad. Toen deze in 1977 vanwege ziekte zijn praktijk niet meer kon uitoefenen, bleef hij met zijn tweede vrouw in het pand wonen en werd de praktijk elders voortgezet.

In 2000 ging het pand over in handen van Vollenhovenaar Jan Boltje, die het inpandig een uitgebreide opknapbeurt gaf.

www.henkvanheerde.nl/vollenhove