De binnenhaven

binnenhaven met huizen Oldehuisplein (het Fort), begin 20e eeuwDe oude of  binnenhaven werd als nieuwe vissershaven aangelegd in 1823 in de slotgracht van het Oldehuis, het voormalige bisschoppelijke kasteel. Een deel van het terrein werd afgegraven zodat een ruime open plek ontstond.

In het begin van de negentiende eeuw was de visserij, na het verdwijnen van de adel, de belangrijkste inkomstenbron voor Vollenhove geworden. De vissers ontbeerden echter een deugdelijke haven: ze lagen daarvoor op de rede, bij de stadsbrug (steiger) en later in een vluchthaven bij de Vismarkt (zie bij buitenhaven). De gemeenteraad besloot op 26 mei 1823 het graven van de haven aan te besteden. Uit de raadsvergadering van 2 juni blijkt dat daarvoor grond was aangekocht vanaf de poort van het Oude Huis tot de palen rechtuit. Tevens werd besloten tot het uitdiepen en verbreden van de gracht van het Oude Huis ('t Oldehuys). In 1830 zijn door het aanleggen van de buitenhaven de brede grachten om het kasteel "'t Oldehuys" met de zee in verbinding gebracht. In 1884 / 1885 is het grootste deel van het terrein vergraven tot vergroting van de binnenhaven (de Kom). 

Het havenbrugje werd gebouwd na 1825, toen de opening vanaf de slotgracht naar zee werd gegraven. Men kon zo beter bij de misthoorn op de dijk komen. De brug werd in 1936 geheel vernieuwd. Het hekwerk werd vroeger veel gebruikt voor een praatje van (oud)vissers onder elkaar.

Binnenhaven vanaf de brug richting toren stadhuisIn het dagboek dat de studenten/schrijvers Jacob van Lennep en Dirk Hogendorp van hun omzwervingen door eigen Iand bijhielden wordt melding gemaakt van het graven van de nieuwe haven in Vollenhove. Het verslag van een voor deze tijd uitzonderlijke reis werd ruim een eeuw Iater uitgegeven onder de titel ,,Nederland in den goeden ouden tijd, een reis te voet per trekschuit en per dilligence in 1823”. Het werd verzorgd door M. Elis Kluit en verscheen in 1942. In 2001 werd er een televisieserie gemaakt met elke aflevering één etappe van deze reis.
 Op donderdag 10 juli 1823 maakten de twee vrienden een rondwandeling door Vollenhove en bemerkten dat men bezig was met het graven van een nieuwe haven. ,,Dichtbij zagen we een groot oud slot met vervallen torens, omringd door een diepe en brede droge gracht. Het slot was ingericht als gevangenis. Daar binnengekomen zagen we op een groot binnenplein omringd door hoge wallen en ingestorte gebouwen, aan de achterzijde een kleine omrasterde plaats waarbinnen gevangenen. Boven naar de toren leidde een wenteltrap waarvan elke trede uit één steen gebeiteld was. Een andere toren werd ook beklommen en er werd gewandeld over gebroken balken en muren.”

Binnenhaven vanaf het Oldehuisplein, richting visafslagRestanten van het complex werden gebruikt als katoenspinnerij en calicotfabriek tot 1859, toen er woningen in werden gerealiseerd voor de vissersfamilies die Schokland hadden moeten ontruimen. De naam werd en bleef, tot aan de afbraak in 1955, het Fort. In 1900 verwoestte een brand de woningen, die werden herbouwd. De woonomstandigheden leidden meermalen tot ongeregeldheden.

Op het terrein was ook een garnalenpellerij gevestigd.

De foto waarop enkele vrouwen bij een viskar is genomen vanaf het weggetje tot toegang gaf tot het Fort (de bijnaam van de bevolking voor het oude binnenterrein - officieel Oldehuysplein - op het eiland), richting ophaalbrug over de haveningang, en de al lang verdwenen visafslag. Rechts is de nog bestaande, in 1994 gerestaureerde ansjoviskelder te zien, die werd gebruikt om de vis koel op te slaan. Een andere ijskelder bevond zich bij de scheepswerf en doet nu dienst als sanitaire voorziening voor passanten. De ijskelders waren van binnen bekleed met turfmolm, dat door planken op zijn plaats werd gehouden. Het smeltwater liep onder de deur door, over de smalle kade (plm. 40 cm) zo de haven in. Het ijs werd ’s winters uit de Zuiderzee gehaald.

Scheepswerf en binnenhavenDe haven liep niet helemaal rond (meer), maar versmalde tot 'de Kom' en liep uiteindelijk dood tegen de hellingen van de scheepswerf.

Achter de gebouwen van de scheepswerf kan men nog de schoorstenen zien van het nog bestaande gebouw Ruimzeezicht, met de naastgelegen palingrokerij van Konter. Een tweede palingrokerij, nu niet meer in gebruik, bevond zich aan de andere kant van de haven, op de tweede foto aan de rechterkant (oorspronkelijk Van Smirren, jarenlang Jongman, in de jaren 1980 Kwakman). De economische activiteiten rond de haven waren zodanig belangrijk, dat de stoomtram Zwolle-Blokzijl in 1913 vanaf het station Vollenhove aan de Voorpoort een aftakking van de lijn kreeg die door de Bisschopstraat tot aan de binnenhaven liep.

In 1941 werd de haven leeggepompt om de basaltblokken van de kademuren opnieuw op te kunnen metselen. In 1973 werd de toen volledig verwaarloosde haven in oude glorie hersteld en ingericht als passantenhaven. Het terrein van de voormalige scheepswerf werd afgegraven, zodat weer een volledig cirkelvormige gracht ontstond. Op het eiland, bereikbaar via een bruggetje, bevinden zich ondergronds sanitaire voorzieningen. Op het terrein kan door de passanten worden gerecreëerd, vaak ziet men ook 's zomers enkele tenten opgeslagen.

de binnenhaven in deplorabele toestand, in de jaren 50 van de vorige eeuwin de punter: Harm de Slenger

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1990 vond men tijdens herstelwerkzaamheden, waarbij de haven volledig werd leeggepompt, een oud zandstenen grafmonument. Verder kwam in 1992 de voormalige duiker naar de stadsgracht ter hoogte van de voormalige Voorstpoort te voorschijn. In 1994 werd de ansjoviskelder bij de voormalige visafslag gerestaureerd.

In de hoek Haven / Voorst, bij de voormalige Voorstpoort, moet een kleine Joodse begraafplaats hebben gelegen.

Hieronder een fraaie foto uit 1915 van de binnenhaven met het 'fort' (populaire naam), de visserswoningen die samen het Oldehuysplein (officiële naam) vormden. De visafslag was op dat moment net in aanbouw.

www.henkvanheerde.nl/vollenhove