Artikel in de Zwolsche Courant, op zaterdag 16 maart 1974, door Hans Kerstiens, met 2 foto's en een plattegrondschets.
VOLLENHOVE
- Als het financieel allemaal haalbaar zal blijken te zijn - en men is momenteel
redelijk optimistisch gestemd wat dat betreft - kan de stad Vollenhove binnen
niet al te lange tijd een nieuwe attractie aan de lange lijst van plaatselijke
bezienswaardigheden toevoegen: een wandelroute over historische grond, leidend
(in en rondom de huidige hervormde kerk) langs de plaats waar ruim 800 jaren
geleden een kolossaal katholiek Godshuis verrees. Die plaats namelijk is
inmiddels ontdekt...
Acht weken lang, medio januari stak opgravingleider A. van Pernis (56) de spade
voor het eerst in de hoogbejaarde bodem en pas afgelopen dinsdag staakte hij het
schatgraverwerk, wroetten de historiespeurders van de Rijksdienst voor het
Oudheidkundig Bodemonderzoek naar restanten van het verleden naar overblijfselen
van Veno's eerste grote kerk.
Niet tevergeefs. Archeologisch instinct deed al snel (anderhalve maand geleden)
de eerste fundamentruïnes boven water komen. En begin deze week reeds konden de
laatste geschiedkundige vondsten volledig worden blootgelegd. Voor kort
overigens: want nog deze maand wordt De Ouwe Tijd herbegraven. 'Zand erover'
zeggen de mensen van de (Amersfoortse) Rijksdienst dan.
'Zand erover' is een uitdrukking die de met de opgravingen (in Vollenhove)
belast zijnde bouwkundige Van Pernis uitsluitend in z'n letterlijke betekenis
accepteert. 'Figuurlijk gesproken immers,' legt hij uit, 'blijft de ontdekking
van een elfde-eeuwse kerk gewoon bestaan. De stenen funderingen dekken we toe,
doch de vondst op zichzelf is natuurlijk veel te mooi om weg te stoppen. Vandaar
ook dat wij de kerkenraad geadviseerd hebben: doe
wat met onze nieuwste weten schap. Geef bovengronds aan, waar ondergronds de
'brokstukken' bewijzen dat ruim duizend jaar na Christus hier al een kerk stond.
Maak een soort historische wandelroute, dat is instructief en interessant.
De Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek is razend enthousiast
over hetgeen er in Vollenhove de afgelopen maanden tevoorschijn is gekomen.
'We hadden het wel verwacht, maar we hadden het niet gedacht,' zo verklaart
opgravingleider Van Pernis de vreugde over de recente resultaten. Maar omdat een
en ander ietwat cryptisch klinkt, verduidelijkt hij: 'De kerk zoals 'ie er nu
staat (gesticht rond 1470) had uiteraard een voorloper; historisch kon dat
eigenlijk niet missen. Maar toch twijfelden we aan onze eigen redenatie omdat de
bestaande kerk qua bouwmaterialen nergens z'n afkomst verried. En dat is
ongebruikelijk; in vrijwel iedere oude kerk tref je bouwstenen van een nog
oudere kerk aan. Een dergelijk spoor echter ontbrak in Vollenhove ten enen
male'.
Dat desondanks toch besloten werd de bodem open te breken voor oudheidkundig
onderzoek blijkt een nogal logische oorzaak te hebben. 'In december 1973,' aldus
Van Pernis over de voorgeschiedenis, 'stootte een aannemer bij het leggen van de
riolering op oude, onbekende fundamenten. Toen wij dat hoorden stond het sein
voor nadere speuractiviteiten vanzelfsprekend direct op groen'.
Van Pernis (in 1968 zocht hij op het eilandje in de jachthaven van Vollenhove
naar overblijfselen van een voormalig fort) startte zijn graafwerkzaamheden in
het oostelijke gedeelte van de zuidelijke beuk van de thans bijna uit de
steigers bevrijde grote hervormde kerk. De opgravingleider: 'vroeger was het
normaal dat een nieuwe kerk over de oude heen gebouwd werd: de diensten konden
dan ongestoord doorgang vinden en de in de kerk begraven doden behoefden niet
verplaatst te worden'.
Het eerste waar de Rijksdienst -onderzoekers op stuitten was een bakstenen
omringingsmuur uit de dertiende eeuw. Dieper graafwerk op gemiddeld 1,80 meter
bracht een tweede en ook oudere (elfde eeuw) omringingsmuur aan het licht. 'Veel
fraais boden de allereerste opgravingen niet,' geeft Van Pernis toe. 'Want de
muren bleken danig gehavend door de in de loop der eeuwen (tot 1820) in de kerk
ingerichte grafkelders. Wat echter belangrijker was dan de toestand waarin die
muren verkeerden was het feit dat hun aanwezigheid bevestigde dat de
tegenwoordige kerk een voorganger had gekend'.
Nabij de zuidmuur van de huidige NH-kerk werd na veertien dagen spitten het
bewijs voor de juistheid van die veronderstelling aangetroffen in de vorm van
een aantal in cirkelmodel opgestapelde veldkeien en stukken tufsteen.
Van Pernis: 'We hadden het niet direct in de gaten, doch achteraf bleek die in
maanvorm gelegde collectie stenen het fundament van het hoofdkoor (van de rond
1100 na Chr. gebouwde kerk) te zijn.'
De identificatie van de in de bodem aangetroffen funderingrestanten leverde een
spectaculaire ontdekking op. Nadat men namelijk ook een ronding van een zijbeuk
van de voormalige kerk had teruggevonden, leerden situatieschetsen de
archeologen dat de 'nieuwe' kerk in Vollenhove niet zoals vroeger te doen
gebruikelijk over, maar grotendeels naast de oude kerk gebouwd kon zijn.
Van Pernis: 'We moesten constateren dat de funderingen van de oude kerk zich
buiten de muren van de 'nieuwe' kerk voortzetten. De oude kerk lag ongeveer 14
meter verder naar het zuiden. En dat betekende dat ongeveer driekwart van de
vroegere fundamenten in plaats van in dus buiten de bestaande kerk gezocht
dienden te worden.'
Veertien dagen geleden werd het bodemonderzoek dan ook in de openlucht
voortgezet. Al direct ontmoette men daarbij de restfundering van de zuidelijke
zijbeuk: een basis, gelegd met behulp van kolossale veldkeien (tijdens de
IJstijd uit Noord-Zweden naar Nederland 'weggedreven' flinters) en tufsteen.
Van Pernis: 'Een tweede gevolgtrekking van ons werd toen door de feiten
gestaafd. Wat bleek: de nieuwe kerk was ten opzichte van de oude niet alleen
opgeschoven, maar men had haar - zoals ik reeds vermoedde - tevens een andere
oriëntatie gegeven. De oude kerk heeft duidelijk oost-west gestaan: met het
koor gekeerd naar de windrichting waar de zon pleegt op te komen. De nieuwe kerk
daarentegen staat meer Zuidoost-Noordwest.'
'Een verklaring voor dit alles? Misschien de bouw (rond 1300) van het fort op
het eilandje in wat thans als jachthaven dienst doet. Die jachthaven was vroeger
de gracht rondom het fort en het is best mogelijk dat men in verband daarmee in
1470 besloot de 'nieuwe' kerk enkele meters verderop te bouwen.'
'De 'nieuwe' kerk (45 meter lang en 21 meter breed) moest immers een flink stuk
groter worden dan de oude (21,5 meter breed en 28 meter lang) en een dergelijke
uitbreiding viel destijds waarschijnlijk niet te realiseren op de traditionele
manier van het over-elkaar-heen-bouwen.'
'Of deze uitleg l00 procent juist is weet ik niet, maar ik weet in elk geval wèl
dat Vollenhove al eens eerder een fors kerkgebouw heeft gekend. En dat is
nieuw.'
Om dat nieuws aan de oppervlakte te brengen is er in twee maanden tijd
onnoemelijk veel werk verzet: overdag met de schop en een graafmachine, 's
avonds achter de tekentafel waar de ontdekkingen van dag tot dag op kaarten
werden vastgelegd. Ettelijke kubieke meters zand werden weg gegraven teneinde de
bodem zijn historische geheimen te ontfutselen. Deze week kwam de operatie
klaar. Wat nu?
Van Pernis: 'Ja, het zou mooi zijn als je de boel open kon laten liggen, maar
dan wordt het hier binnen de kortste keren een vuilnisvat vol lege patatzakken.
Er is maar één oplossing: zand erover! We weten wat we weten willen en opdat
de informatie voor het nageslacht zo volledig mogelijk bewaard blijft is alles
wat we ontdekt hebben uitvoerig gerapporteerd in woord en beeld.'
'Behalve wat schedeltjes en botten hebben we ook nog enkele aardewerkscherfjes
gevonden uit de elfde eeuw. Leuk voor de vakmensen, maar verder - voor de leek -
nauwelijks interessant. Toch denk ik dat we die scherfjes hier achterlaten. Die
kan het kerkbestuur dan in een vitrine tentoonstellen... als aandenken aan ons:
de schatgravers van Vollenhove.'
HANS KERSTIENS
Foto 1: De meest in het oog springende fundamenten zijn die welke de archeologen
aantroffen op de plaats waar vroeger de zuidelijke zijbeuk moet hebben gestaan.
Foto 2: A. van Pernis