Vlak buiten de Landpoort bevond zich logement Van Smirren. Harm
van Smirren (1764 - 1824) stamt uit een oud Vollenhoofs geslacht.
In de stad zelf mocht er naast de stadsherberg (in het raadhuis) geen tweede herberg zijn. Dat duurde tot de tweede helft van de 19e eeuw.
In 1823 maakten schrijver Jacob van Lennep, toen nog student, en een mede-student een voetreis door Nederland. De studenten waren 's ochtend al vroeg vertrokken uit Friesland en kwamen via Kuinre en Blokzijl in het begin van de middag aan in Vollenhove. Om twee uur in de middag stapten ze uit bij het logement voor de poort en worden begroet door de kastelein en zijn vrouw. Kastelein Harm van Smirren en zijn vrouw Geertje Jacobs Visscher worden in het boek niet met name genoemd, wel staat er zo aardig vermeld dat zij duizend verontschuldigingen maakten, daar zij de bezoekers niet hadden verwacht. Vollenhove was destijds gezien de ligging geen doortochtplaats en gasten die te Vollenhove kwamen zullen dan meest wel van te voren zijn aangemeld. De studenten kregen bij Van Smirren nette kamers en een goed maal. Daarna wandelden ze door de stad.
Het logement van Harm van Smirren was in die jaren zeer bekend. Bij hun overnachting in het logement wordt door Jacob van Lennep gewag gemaakt van een verkoping onder hun logeerkamers, zij hadden kennelijk dus kamers op de eerste verdieping. Overigens bleken er
wel vaker verkopingen te zijn bij Harm van Smirren.
Regelmatig komt de naam van het logement Van Smirren te Vollenhove ook voor in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant in die tijd, bijvoorbeeld bij officiële mededelingen en bij openbare aanbestedingen door provinciale waterstaat. Soms werd de toevoeging 'voor de poort' gebruikt: bij Van Smirren voor de poort, bedoeld is voor de
Landpoort, in de Voorstad.
Niet alleen aanbestedingen vonden plaats in het logement, ook de gemeenteraad van de gemeente Ambt Vollenhove vergaderde daar, de gemeentekamer werd bij Van Smirren gehuurd. Van Smirren was naast logementhouder en bode van de gemeente Ambt Vollenhove, ook deurwaarder bij het kantongerecht in de Stad Vollenhove. In 1804 waren bode-opzichters van het heemraadschap Harm van Smirren en Jacobus IJspeert. In het jaar 1801 pachtte Harm van Smirren (nog) voor een jaar "Nijerwal". In 1805 kocht hij samen met zijn toenmalige echtgenote de havezate Eckelenboom.
Later vinden we Sjoerd van der Veen als logementhouder. In het stadsarchief vinden we een
akte van benoeming van hem tot ijker van de botervaten uit 1846.
Het latere hotel werd vijf generaties door dit geslacht uitgebaat. Augustus 1868 brandde het hotel en
31 huizen voor de stad staande, af. Daarna werd het tegenwoordige pand gebouwd, nog steeds naast de stadsgracht. Zoon Dorus nam later het hotel van zijn vader over. Hij was in 1880, naast Seidel en baron Sloet van Marxvelt, betrokken bij de
Vollenhoofse Diligence die een dienst op
Zwartsluis en Zwolle onderhield.
Tussen het hotel en de langzaam dichtslibbende stadsgracht bevond zich een klein paadje, door de Venoosen weldra
Sjoerds pattien genoemd. Er langs stroomde de afvoer van bijna alle straatgoten uit Vollenhove, die bij elkaar kwamen op de Vismarkt en dan via de voormalige stadsgracht, onder de brug bij de Voorpoort, richting de Benten
hun vuil loosden.
De stadsgracht werd definitief gedempt in 1921 met slib uit de binnenhaven. Het bruggetje bij de poort verdween toen natuurlijk ook.
Vele Vollenhovenaren herinneren zich Piet van der Veen nog wel, die het hotel in 1938 overnam.
Tegenover het hotel was een paardenstalling, later autostalling, voor o.a. hotelbezoekers (met koetsen!). Onlangs is dit verbouwd en heeft een tijd dienst gedaan als winkel.
Het was ook de halteplaats van de Vollenhoofsche Diligence. Vanaf de komst van de bussen (NoordWestHoek, NWH) in 1934 stopten hier de autobussen, tot het gereedkomen van het industrieterrein De Wijert in 1963.
In de 50-er jaren, tot plm. 1963, was het de vaste thuisbasis van o.a. het bestuur van de VVVV (waarschijnlijk doordat Herman van der Veen toen penningmeester). De bestuurskamer lag aan de rechterkant van de gang (gezien vanaf de voordeur), links was het café. De serre (oorspronkelijk alleen veranda) lag tegen de voormalige stadsgracht aan. Het hotel was op beide Pinksterdagen jaarlijks de uitvalsbasis voor een echte ANWB fietstocht, M.O.B. Kop van Overijssel, zo’n 25 km over het Land Veno.
In 1979 kwam er een einde aan de functie van hotel doordat de schoonzoon Bruggink er mee stopte. Het werd toen – en is nog steeds – een supermarkt.