De Haare

De Haare is de naam van een havezate in de Bisschopstraat, nummer 27 en 29 (exacte locatie:  5240'52.14"N  557'5.20"O). Het huis bestaat nog. Opmerkelijk is de achterzijde, waar het pannendak veel verder doorloopt dan gewoonlijk, dus lage achtergevel.
De eerste aanduidingen van dit pand verschijnen rond 1640. De voorgevel dateert in opzet uit 1712. In dat jaar krijgt het pand ook de status van havezate verlegd van een goed in de buurt van Oldemarkt door Boldewijn Sloet.
In jaren 1970 is het gebouw ingrijpend gerestaureerd. Aan de binnenzijde is van het oorspronkelijke karakter slechts de oude achtergevel, de balklaag van de eerste verdieping en de sporenkap bewaard gebleven. Momenteel is het pand opgedeeld in twee woningen, welke particulier eigendom zijn.

Met de toevoeging 'tot de Haare' komen in de genealogie van het geslacht Sloet voor: Peter Sloet tot de Haare, zoon van Arent Sloet tot Tweenijenhuizen, overleden in 1600 en diens zoon Arent, overleden in 1667. Ooms van deze Arent, die het land reeds enige jaren gediend hadden, bevelen hem in 1663 bij Kampen aan voor een vaandrigplaats. Door Ridderschap en Steden werd hij bij besluit van 2 april 1666 aangesteld tot schout van IJsselham.
Zijn zuster Jurriana was getrouwd met Gabbe Bootsma. Hun zoon Epo van Bootsma noemde zich 'Heer op de Haar en Tanniaburgh' . Op "favorabele recommandatie" van de Prins van Oranje was door Ridderschap en Steden bij besluit van 14 oktober 1675 voor hem 'de Haere' tot havezate verheven. Hij overleed 65 jaar oud, op 24 december 1678 in Paaslo, dat net als IJsselham bij Oldemarkt ligt. Hij werd begraven naast zijn vrouw die een half jaar eerder was overleden. Zijn kind Eppien Wibbes was al in 1658 daar begraven.

Blijkens resolutie van Ridderschap en Steden van 10 maart 1712 had Boldewijn Sloet tot Lindenhorst het recht van havezate 'de Hare' in kerspel Paaslo gekocht van de Heer van Haersolte tot Hoenlo en dit recht verlegd op een huis in de Bisschopstraat te Vollenhove.

Van dit huis werd diens zoon Lodewijk Arend in 1712 verschreven. Hij is overleden in 1720.

Bij de scheiding van de boedel van Coenraad Willem Baron Sloet tot Lindenhorst en zijn vrouw Anna Judith Baronesse van Echten, en van die van Arent Herman Baron Sloet tot Hagensdorp en Tweenijenhuizen op 16 januari 1746 viel aan Roelof Sloet ten deel de havezate de Hare, bestaande uit huis, hof en recht van verschrijving, zoals binnen Vollenhove gelegen. Volgens akkoord ontvangt de Vrouwe van Westerholt levenslang de huur van het huis en is de eigenaar verplicht de reparatie te doen onder voorwaarde, dat wanneer hij de havezate mocht verkopen of veralieneren, de andere broers of zusters het recht van voorkoop zullen hebben en in de eerste plaats diegene van de broers, die alsdan geen havezate zal hebben.
In 1746 werd Roelof, zoon van Coenraad Willem en kleinzoon van Boldewijn van de Hare verschreven. Hij woonde in 1748 in op Lindenhorst en stierf ongehuwd te 's Gravenhage in 1790.

In de vergadering van het College van de Volle Stoel van 19 februari 1789 werd opgemerkt, dat de uitgang (soort pacht) niet gaat uit het hofje van wijlen de koster Marcus Vermeulen, maar uit het huis op de hoek van de Schapensteeg (in de Bisschopstraat) naast de havezate de Haare. Dit huis is door de koster aan Baron Sloet tot de Haare zonder uitgang verkocht. Meester Jan Laan, schoonzoon van de koster, heeft aangenomen zijn bewijzen na te zien. Nog enige malen kwam deze kwestie in de vergadering ter sprake. Uit het register van de erfpachten en uitgangen van het convent Clarenberg blijkt, dat gemeld huis al sedert 1729 voor die uitgang staat aangetekend.

In de vergadering van 16 februari 1792 doet de schoolmeester Jan Laan het volgende voorstel over het hofje in de Achterstraat (de Bisschopstraat komt ook voor als Achterstraat). De Heer J. J . W. van Coeverden tot de Haare heeft een bod gedaan op dat hofje en zo biedt Laan dat bedrag en de huurpenningen aan de Geestelijkheid aan. Besloten werd dat de f 7 uitgang, gaande uit het huis, door de secretaris Westenberg van de erfgenamen van Baron Sloet tot de Haare zal worden afgekocht voor een bedrag van 200 car. gld.
Uit de toevoeging de Haare achter de naam van Coeverden kan men alleen opmaken, dat J. J. W. van Coeverden de Haare gehuurd heeft.

Omstreeks 1840 woonde Ds B. J. Dibbetz op de Haare.

Een taxatie van de nalatenschap van J. W. Baron Sloet tot Oldruitenborgh en vrouw J. J. Sloet tot Westerholt uit 1885 vermeldt: de Haare in de stad, afkomstig van T. Mooiweer, huis en erf, kadaster sectie A no. 299, groot 10.70 are en huis en erf A no. 300, groot 1.68 are (archief Oldruitenborgh).

www.henkvanheerde.nl/vollenhove