Deze havezate heeft gelegen aan de Groenestraat, ongeveer tegenover de
wapensteen, die ingemetseld is in de tuinmuur van Oldruitenborgh,
links van de uitgang. Cannevelt heeft dus gelegen achter de tuin van Plattenburg.
Het was ooit in het bezit van de familie Uterwijck, welk geslacht -
oorspronkelijk uit Kampen, en ook wel Kenneken genoemd - drie kannen in
zijn wapen voert. Dit geslacht trouwde in bij de familie Hagen, en werd zo
eigenaar van Hagensdorp (zie ook de geslachttabel).
Het huis was in bezit van de familie Sloet van 1644 tot de
afbraak in 1863.
Size van Uterwijck, zoon van Jacob en Margriet van Steenwijk, trouwde in 1607
met Johanna van Echten tot Oldruitenborgh
In 1622 was er kwestie over de maagscheiding tussen Johan van Echten c.s. tegen
Syso van Uterwijck en zijn vrouw, terwijl in 1631 een proces gevoerd werd tussen
Wolter van Echten en Syso van Uterwijck als erfgenamen van de drost Johan van
Echten tegen Coep Herms c.s. (Kamper Archief).
Size of Syso is overleden in 1644.
Zijn dochter Everdina trouwde in 1645 met Hendrik Sloet, zoon van Volkier Sloet
tot Oldhuis.
Een besluit van de Ridderschap van Overijssel uit 1630 en 1644 over de toelating (verschrijving) bracht met zich mee dat de nog onbenoemde havezaten binnen de stad Vollenhove een naam moesten krijgen. Toen in 1644 Hendrik Sloet als lid van de Ridderschap werd toegelaten, noemde hij als naam van zijn havezate binnen Vollenhove Cannevelt. Dit huis lag aan de Groenestraat en had toebehoord aan de familie Van Uterwyck. Nog datzelfde jaar was het goed door Johanna van Echten, de weduwe van Siso van Uterwyck, verkocht aan haar dochter Everhardina. Deze was met Hendrik Sloet gehuwd, welke laatste nu als riddermatige de Overijsselse statenvergaderingen kon bezoeken. De transportakte, gedateerd 12 oktober, vermeldde nog geen naam, zodat Sloet, die op 17 oktober werd toegelaten, in die week een naam voor zijn havezate moet hebben bedacht. Hij koos dus voor Cannevelt, blijkbaar als eerbetoon aan zijn vrouw en haar familie, want het geslacht Van Uterwyck voerde als wapen in rood drie zilveren kannen.
Deze Hendrik hertrouwde - blijkens een huwelijksvers van 16 januari 1659 - met Charlotte, gravin van Bronckhorst.
Gerhard Sloet, zoon van Gerhard Sloet van de Oldenhof, werd eerst in 1662 van de Oldenhof en vervolgens in 1680 van Cannevelt verschreven.
Op 13 mei 1775 verklaarde M. Baronesse van den Clooster, douairière Sloet,
vrouwe tot Cannevelt, overgedragen te hebben aan haar jongste zoon Gerhard
Barthold Baron Sloet (overleden te Gildehuis in 1801) de havezate Cannevelt
bestaande uit 't huis, hof, stallen, koetshuizen en verdere "wheere",
het recht van verschrijving in de Ridderschap van Overijssel daaronder begrepen.
Cannevelt bleef in het geslacht Sloet, tot dat in 1817 de erfgenamen van Sybilla
Margaretha Sloet, zuster van Gerhard Barthold, het verkochten aan Willem van
Ittersum.
In de vergadering van het Heemraadschap Vollenhove van 24 november 1818 werd
gezegd, dat een eind dijk bij de Moespot zich beneden het gewone waterpas bevond
en voorzien moest worden door het opbrengen van enige grove en fijne puin, dat
op Cannevelt zou zijn te verkrijgen. En uit de vergadering van 27 november
daaropvolgend blijkt, dat het puin was aangekocht.
In de beschrijving van de watersnood in februari 1825 heet het: de inundatie
heeft zich in de stad uitgestrekt in de Bisschopstraat, die afgedamd was, tot
aan de schuur in de tuin van de heer van Ittersum, waar op de straat tegen de
dam van zijn buis het water 0,60 el (2 ½ voet) hoog stond.
In 1862 verkochten de erfgenamen van Willem van Ittersum Cannevelt aan Teunis
Spit. De bezitting werd in 1879 toebedeeld aan Ari Spit, opzichter van het
Waterschap.
Uit een kasboek van Plattenburg en Cannevelt, aanwezig op Marxveld,
blijkt dat in 1863 werd Cannevelt afgebroken en daarmee Plattenburg hersteld. Op
11 november 1863 werd ontvangen van Teunis Spit f 33,60 voor afkoop van een
erfpachtrente, gevestigd op Cannevelt. In 1865 werden 2 kozijnen met deuren van
de afbraak van Cannevelt verkocht, op 12 mei werd verkocht een hardstenen
gootsteen van Cannevelt, op 2 september waren 2 man aan het steenbikken en
opredderen. In 1866 werden oude stenen en balken verkocht.
In 1880 kwamen er deuren voor Cannevelts kelder, op 14 maart 1889 kwam achter
Cannevelt 117 voet nieuw rasterwerk. Op 31 maart 1891 werd de Canneveltsput
schoongemaakt en ingemetseld. In 1894 werd Canneveltskelder weggebroken. Verkoop
van steen aan Geertje Jongman en Evert Spit. Op 28 maart 1903 kwam er geheel
nieuw rasterwerk op Cannevelt. Verder allerlei inkomsten voor verhuren van
tuingrond. Bij contract van juni 1907 verhuurde Ari Spit aan notaris G. H.
Cramer voor drie jaren het westelijk gedeelte van Canneveltstuin, groot plm. 20
are, met het schuurtje. En zo is het bestaan van deze havezate geëindigd.
De naam leeft voort in een nieuw huis, globaal op dezelfde plaats, gebouwd in de
jaren 1930 door koperslager Jan Berend van Heerde. Ook diens zoon Jo, loodgieter
en elektricien, woonde er in de jaren 1970 en later.
In het verlengde van de Groenestraat ligt de Canneveltstraat, in de eerste
naoorlogse stadsuitbreiding. Inmiddels moeten er al veel huizen doordat ze niet
meer voldoen aan de hedendaagse normen wijken voor nieuwbouw.