De
hier afgebeelde fagot is in de jaren 1785-1787 gebruikt door het Patriottisch
Vollenhoovsch Exercitie Genootschap. In dat
laatste jaar maakten Pruisische troepen een einde aan alle
patriottische bewegingen in Nederland. Juist in
dat jaar 1787 is de fagot voorzien van een inscriptie op de messing banden.
Pro
Aris et Focis ('voor huis en haardsteden') was de wapenspreuk van het
Patriottisch genootschap in Vollenhove. De hele Latijnse inscriptie laat zich
ongeveer zo vertalen: 'Pro Aris et Focis zijn bedrogen omdat ze met een vals
lied het volk hebben misleid, (en is) ontwapend (in) 1787'. De inscriptie is dus
een trap na in de richting van de patriotten, die het volk misleid zouden
hebben. Bij het instrument is een papier overgeleverd, waarop niet alleen de
teksten van de messing banden staan vermeld, maar ook dat de fagot op de
‘secretarije' van het stadhuis van
Vollenhove heeft gehangen.
Dit bijzondere muziekinstrument werd in april 2006 herontdekt in het Stedelijk Museum Zwolle. Het bleek te gaan om een fagot, ook wel bassonfluit of basblokfluit genoemd, gemaakt in de 18e eeuw door de Amsterdamse bouwer Coenraad Rijkel die daar vanaf 1679 - toen was hij nog alleen bespeler - zijn beroep maakte. Van hem zijn zes instrumenten bewaard gebleven, waarvan één fagot. Een barok-fagot bestaat uit vijf onderdelen: vleugel, laars, baspijp, beker en aanblaasbuis. Dit laatste onderdeel bleek hier niet origineel.
Er
zijn in Nederland maar vier exemplaren van Nederlandse bouwers uit de 18e eeuw
bewaard gebleven, tegen bijvoorbeeld zo'n 90 hobo's. En dat terwijl we uit oude
rekeningen, advertenties en inventarisaties zeker 15 Nederlandse fluitenmakers
kennen die fagotten hebben gemaakt. Dat de fagot van Rijkel bewaard is gebleven,
hangt vrij zeker samen met de uitzonderlijke geschiedenis van het instrument.
Uit een artikel van Jan Bouterse in de categorie Overijsselse schatten van het maandblad Historisch Overijssel, jaargang 3 nr 1, maart 2007.