Oorlogsgraven in Vollenhove

De Lancaster Mk.III bommenwerper die op 30-1-1944 neerstortte in de Noordoostpolder, met daarvoor de bemanning. Foto uit 1943.De Tweede Wereldoorlog is nu 70 jaar voorbij. Toch mogen we niet vergeten, dat talloze jonge mensen destijds hun leven hebben gegeven voor onze bevrijding. Velen kwamen om het leven bij de oorlog in de lucht, het uitvoeren van bombardementen op Duitse industriesteden waar de wapenindustrie op volle toeren draaide en die koste wat kost uitgeschakeld moest worden om de oorlog te beëindigen.

De route erheen liep over het IJsselmeer, de Noordoostpolder en Noordwest Overijssel. De Duitsers probeerden de vliegtuigen neer te halen, en helaas lukte dat regelmatig. Soms kregen vliegtuigen motorstoring, andere botsten in de dichte formaties tegen elkaar.
De bemanning, een groep van vaak wel zeven militairen – ik noem ze vliegers, maar naast de piloten waren het schutters, navigators en telegrafisten – zat opgesloten in nauwe ruimten. Bij de crashes en noodlandingen in bijvoorbeeld de pas drooggevallen polder konden sommige van deze vliegers ontsnappen, maar velen lieten het leven.

Over de hele wereld worden ze herdacht op ‘Poppy Day’, 11 november. In Nederland herdenken we de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog op 4 mei. In Vollenhove wordt dan een stille tocht gehouden, ook langs de twaalf geallieerde oorlogsgraven op de Algemene Begraafplaats De Voorst.

 

Grafstenen te Vollenhove van vliegtuigbemanningen, onderhouden door de Oorlogsgravenstichting. Foto: A. Mooiweer.Maar wie waren het nu eigenlijk, die jonge mensen? Wat schuilt er achter hun naam en rang, zoals die op het grafmonument vermeld staan?

In het decembernummer (2014) van Kondschap heeft u kunnen lezen over het onderzoek van Vollenhovenaar Teun Schuurman, beter bekend als PATS. Vanaf het contact met één van hun nazaten in 2006 is hij bezig de vliegers betrokken bij crashes in een groot gebied rond Vollenhove een gezicht te geven. Hieronder vindt u de achtergronden van de twaalf nu nog in Vollenhove begraven liggende vliegers en gegevens van hun crashes. Veertien anderen - Amerikanen - zijn elders herbegraven. Maar nog steeds zijn er ook vermisten.

Ongeveer eind juli 1942 werden door Vollenhoofse vissers twee op hun missie naar Bremen in de nacht van 2 op 3 juli gesneuvelde bemanningsleden in de nieuwe haven van boord gebracht. Ze waren gevonden in de buurt van de vuurtoren van Kraggenburg, vermoedelijk in het huidige Zwarte Meer bij het Ganzendiep (de polder was al aan het droogvallen). Het ging om Jack Edward Gibbs uit Canada, 19 jaar, sergeant-vlieger en de toen dertigjarige Engelsman Alan Denis Bond, sergeant-waarnemer bij de Royal Air Force. Ze waren met twee andere bemanningsleden op 3 juli neergestort met een Hampden B.Mk.I bommenwerper (P5332). Hun vliegtuig werd neergeschoten door een Duitse nachtjager, afkomstig van de vliegbasis Leeuwarden, bestuurd door de 22-jarige luitenant Heinz Grimm (die zelf in april 1943 zou omkomen door eigen luchtafweer).

Jack Gibbs in burgerkledingJack Gibbs

Jack Gibbs kwam uit East York, inmiddels een wijk van Toronto. Zijn ouders waren geëmigreerd uit Engeland. Voordat hij in januari 1941 in dienst kwam, was hij magazijnbediende. Zijn hobby’s waren fotografie, en hij speelde graag softbal. Zijn militaire training als vliegtuigschutter en radiotelegrafist, op verschillende plekken, was afgerond op 10 juni 1942 toen hij bij het 420e squadron (RCAF) werd geplaatst. Omdat hij te laat terug was van zijn huwelijksreis (17 juni!), werd hij ingedeeld bij een andere bemanning dan zijn vaste team. Met deze collega’s kreeg de missie naar Bremen op 3 juli een noodlottig einde. Zijn laatste brief naar huis dateert van 27 mei.

Alan BondAlan Bond

Alan Bond groeide op in Aylsham, een dorp in Norfolk in Engeland. Hij trouwde in 1935 met de één jaar jongere Ethel, die na zijn dood zou hertrouwen. Zijn oudere broer, die sergeant in het leger was, trouwde 3 jaar later en overleefde de oorlog wel – hij stierf in 1955. Alan wordt met anderen ook herdacht op een monument bij de kerk in zijn geboorteplaats. Hij speelde heel aardig golf en tennis. Voor de oorlog werkte Alan bij zijn vader, die een heel goede dames- en herenmodezaak had. Alan kocht zelfs twee winkels in naburige plaatsen.

Albert Lloyd

Bij de graven ook dat van de 22-jarige Albert Eric Lloyd, met zes anderen in een Stirling Mk. III bommenwerper (EH937) neergestort in het IJsselmeer, zo’n 15 km ten oosten van het eiland Marken op 23 augustus 1943, elf dagen later gevonden door de Vollenhoofse vissers Jan Ouderling (Jan Otter) en Louwe de Boer van de VN60. Twee andere bemanningsleden werden dood gevonden door Urker vissers in de buurt van Elburg, van drie anderen is niets teruggevonden. Hun missie was Berlijn. Om 20.37 uur waren ze opgestegen in Wratting Common, het vliegveld bij Cambridge. De oorzaak van de crash, zo’n drie uur later, is onbekend. Albert Lloyd, de rugschutter, kwam uit Helsby in Cheshire, Engeland. Hij had vijf broers,van wie de jongste in 1994 het graf bezocht.

Albert Eric LloydEen Lancaster Mk.III bommenwerper (JA902) stortte op 3 januari 1944 neer bij wat nu de Lindeweg heet, tussen Marknesse en Emmeloord in de Noordoostpolder. Vier van de zeven bemanningsleden zijn in Vollenhove begraven: de 20-jarige Australische piloot Jack Weatherill, de 20-jarige Australische bommenrichter Francis Noel Looney, boordwerktuigkundige Albert Edward Cowell en de 25-jarige Australische boordschutter Colin Hemingway.
Ook hun doel was Berlijn. Ze waren de vorige avond om 23.13 uur opgestegen van het vliegveld Waddington in Lincolnshire, Engeland. Weatherill en Looney werden buiten het wrak van het vliegtuig gevonden, Cowell in de krater die het vliegtuig in de bodem geslagen had en Hemingway werd pas weken later gevonden, half in een sloot in de buurt. Ze werden op verschillende dagen in Vollenhove begraven. De drie andere bemanningsleden, Gage, Symonds en Toohey worden nog steeds vermist.

Jack WeatherillJack Weatherill

Jack Weatherill werd geboren in Coburg, een wijk van Melbourne. Toen hij in november 1941 dienst nam, was hij kruidenier. Hij was doopsgezind. Begin december 1943 was hij bij het squadron gekomen, had er net twee missies als copiloot opzitten, dit was zijn eerste als piloot.

Francis LooneyFrancis Looney

Francis Looney, RK, vrijgezel, boekhoudkundig medewerker. Hij is geboren in Kensington, een wijk van Sydney, en nam in juni 1942 dienst.

 

 

Albert CowellAlbert Cowell

Albert Cowell kwam uit Lambeth, een wijk in Londen bij Westminster Abbey maar dan aan de andere kant van de Theems. Hij was enig kind. Zijn ouders bezochten zijn graf in 1947 via hun contact met ds Honnef, die aan het einde van de oorlog in Vollenhove commandant van de verzetsgroep was. De plaquette in de Grote Kerk was een initiatief van Albert’s ouders.

Colin Hemingway

Colin HemingwayColin Hemingway werd geboren in Henley Beach, een wijk aan de kust van Adelaide, evenals Melbourne en Sydney in het zuiden van Australië. Toen hij in juli 1942 dienst nam, was hij vrijgezel, administratief medewerker en protestant. Hij had één zuster. Zijn ouders waren vanuit Engeland geëmigreerd. Zijn nicht Shirley correspondeerde kort na de oorlog een tijd met mevr. Bep Jongman-Greveling uit Vollenhove, maar dat contact werd verbroken – en via PATS hersteld in 2008. Shirley bezocht het graf in 2010.
 

Bijna vier weken later, op 30 januari, stortte enkele kilometers daar vandaan een andere Lancaster Mk.III bommenwerper (JA702) neer. In 1973 werden er nog wat resten van gevonden. Van de bemanning ontkwamen er in eerste instantie twee – Cottam en Coyne - en sneuvelden er vijf. Dat waren de toen 30-jarige Kenneth Richard Ball, navigator; Edward Arthur Shorter, 21 jaar en boordwerktuigkundige; John Edward Rule, de piloot uit Nieuw Zeeland, toen 28; de 22-jarige boordschutters John Johnstone Sloan en George Albert Race.

Zestien bommenwerpers stegen even na 17 uur op vanaf vliegveld Warboys in Engeland, elk met vijf bommen van 900 kg, af te werpen boven Berlijn. Het vliegtuig van Rule en zijn bemanning werd rond 22 uur aangevallen door een nachtjager. Ze kwamen in een duikvlucht terecht. Samen met Shorter en Ball kon Rule de neus van het vliegtuig nog weer omhoog krijgen. Eenmaal op voldoende hoogte beval Rule iedereen te springen, maar het vliegtuig viel al uit elkaar. Alleen radiotelegrafist/schutter Cottam en navigator Coyne vielen door de lucht naar beneden en wisten dankzij hun parachute heelhuids de grond te bereiken, de anderen sneuvelden in de wrakstukken. De overlevenden wisten dankzij het verzet te ontsnappen, maar werden in augustus alsnog gepakt in Antwerpen om daarna in krijgsgevangenschap te belanden. Zij overleefden de oorlog.

Jack RuleJack Rule

Dick BallJack – zoals hij meestal werd genoemd – Rule werd geboren in Masterton, een plaatsje in de buurt van Wellington, op het noordelijke eiland van Nieuw-Zeeland. Hij had een broer (een ander broertje was vroeg overleden) en drie zussen. Hij was methodist (protestant) en werkte als kapper bij zijn vader tot hij in november 1941 dienst nam. Hij ging twee jaar naar de technische school en volgde daarna avondlessen. Hij hield van tennis, zwemmen en zeilen. Hij speelde hoorn in een brassband, en saxofoon in dansorkestjes in Auckland. In september 1942 ging hij op transport naar Engeland. Vanaf augustus 1943 vloog hij 24 missies - waarvan de eerste 11 als copiloot - naar diverse doelen waaronder driemaal Berlijn en tweemaal Milaan, op de 25e missie sneuvelde hij.

Dick Ball

Dick Ball, de bommenrichter en tweede navigator, werd geboren in Gravesend, in het Engelse graafschap Kent, aan de monding van de Theems. Hij had twee zussen. Hij vloog in totaal dertien missies, waarvan acht op Berlijn, de laatste vijf missies waren met piloot Rule.

 

 

Ted ShorterTed Shorter

Ted Shorter, de boordwerktuigkundige, werd ook geboren in Kent, in Ashford – zo’n 35 km van Dover. Vanaf augustus 1943 vloog hij 24 missies samen met Rule.

 

Alan Race

Alan Race, de rugschutter, kwam uit Wakefield, een klein plaatsje ten zuiden van Leeds in Engeland. Hij vloog 18 missies, allemaal met Rule. Zijn broer en zus bezochten zijn graf in 2007, in 2011 lag er een boeket bloemen van zijn drie broers en twee zusters.

 

 

 

Jock SloanJock Sloan

Jock Sloan, de staartschutter, kwam uit Schotland, uit het plaatsje Cambuslang bij Glasgow. Zijn vader werkte in de staalindustrie en kreeg vijf kinderen waarvan John (‘Jock’) de oudste was, verder nog drie zoons en uiteindelijk een dochter. Jock vloog 26 missies, waarvan 24 met Rule.

 

 

Informatie en foto’s afkomstig van de website van PATS, www.teunispats.net. Steun zijn voortdurende onderzoek met een geldelijke donatie!

www.henkvanheerde.nl/vollenhove