De crash in het Boschwijde

Nathan Boyer ontvangt opa's reddingsvest

Op 23 maart 1944 verongelukten twee Amerikaanse B-24 bommenwerpers, zogeheten Liberators (= Bevrijders), doordat zij tijdens het vliegen in een formatie van een vijftigtal toestellen in slecht zicht op weg naar Duitsland met elkaar in botsing kwamen op 7 km hoogte. Beide stortten neer in het Boschwijde bij Sint-Jansklooster, één midden in het meer, de andere Liberator aan zuidoostelijke kant van het meer, gedeeltelijk in het riet. Het staartstuk, met staartschutter Amich, kwam apart neer, op geringe afstand, zie bijgaand kaartje. Amich is 27 Maart 1944 in het ziekenhuis van Meppel overleden.

Slechts vier van de in totaal negentien bemanningsleden konden zich redden met behulp van hun parachute. Hoewel de Duitsers zeer snel ter plaatse waren en er tevens veel publiek was toegestroomd, kon men toch drie parachutisten afvoeren naar een hoger gelegen terrein, waar ze snel van droge kleren werden voorzien. De crash was gezien door Wicher Rozeboom (25) die naast het meer woonde. Samen met Harm Jordens (20) schoot hij direct te hulp met een roeiboot, pikte de drie op en bracht ze naar het huis van Jannes Ziel. Het ging om Billy B. Boyer (24 jaar), Howard B. King (22) en Robert L. Garrett (25).

Copiloot Billy Barkley Boyer gaf z'n reddingsvest "Mae-West" als herinnering aan Wicher Rozeboom.

Helaas kwamen van de 19 vliegeniers slechts vier man ongedeerd in veilige handen. De overige 15 vonden hun dood tijdens dit noodlottige ongeval. Elf werden in Vollenhove begraven; drie in Zwartsluis en één in Meppel.

Robert L. Garrett, Billy B. Boyer, Howard B. King kregen direkt onderdak bij Jannes Ziel en werden 's-avonds naar Marten Kingma in Vollenhove gebracht. Staartschutter Charles P. Miller verbleef nog een nacht in de kraggen en kwam na 30 uur met Klaas ten Napel en Jacob Boes in contact. Hij zag de andere drie terug bij Marten Kingma in Vollenhove. Enige dagen later werden ze in Meppel op de "pilotenlijn" gezet, Robert L. Garrett en Howard B. King werden door Frans Kroeze over de grens bij Eijsden naar België gebracht en kwamen terecht in Queue-du-Bois, 5 km ten oosten van Luik.

Op 7 september 1944 werd piloot Robert Lee Garrett (26 jaar) alsnog door terugtrekkende Duitsers doodgeschoten toen hij langs de weg als burger in een boomgaard werd geraakt door lukraak schietende bezetters. Drie dagen later, op 10 september 1944, werd het gebied rondom Luik door de geallieerden bevrijd; Howard B. King (21 jaar), de radio-operator was daarmee een vrij man. Voor copiloot Billy B. Boyer (24 jaar) en staartschutter Charlie P. Miller (21 jaar) strandde begin augustus 1944 hun ontsnappingstocht door verraad in Antwerpen. Boyer werd naar Stalag Luft I (Barth-Vogelsang) getransporteerd; terwijl Miller in Stalag Luft IV (Gross Tychow) belandde. Beiden keerden in 1945 heelhuids terug naar de USA.

Redder Wicher Rozebooms zoonThijs kwam via Teunis Schuurman (PATS) in contact met Billie Boyer's kleinzoon Nathan Boyer uit Fresno, California. Meteen was duidelijk dat het reddingsvest dat z'n vader had bewaard terug moest naar de Verenigde Staten. Nathan maakt nu een tiendaagse rondreis langs dezelfde route die z'n grootvader 68 jaar geleden volgde. St-Jansklooster, Vollenhove, Meppel, Amersfoort, Amsterdam, Schijndel, Antwerpen, Frankfort am Main, Barth-Vogelsang en Berlijn. En op 23 maart 2012, 68 jaar na de crash, kon op dezelfde locatie het reddingsvest worden teruggegeven.

Meer details op www.teunispats.nl/t3545.htm .

(bron: Teunis Schuurman, aka PATS, 23-3-2012)

www.henkvanheerde.nl/vollenhove