Dag 18 - dinsdag 14 oktober - Maun

Audi Camp - 330 km

We reden terug naar Nata, en toen een hele lange rit westwaarts over de A3 (320 km). Onderweg de zoutpannen, niet bepaald spectaculair. Aan dieren zagen we slechts een paar struisvogels.

Maun (44.000 inwoners) is gesticht in 1915 als stammenhoofdstad voor het lokale Batawanavolk. Het had toen een beetje een reputatie van een 'Wild West stad'. Hier kwam verandering in toen het toerisme begon toe te nemen. Er kwam in de jaren '90 een asfaltweg naar Nata en sindsdien heeft Maun zich snel ontwikkeld. Hierdoor verloor het wel zijn mooie oude stadskarakter. De naam Maun stamt van het San-woord "maung". Dit betekent "de plaats van het kort riet".
Het Natlee winkelcentrum is gevestigd in een blauw gebouw tegenover het vliegveld. In Maun deden we boodschappen in het winkelcentrum voordat we naar de lodge reden. We wisten niet precies wat we mochten verwachten, we wisten alleen dat we in tenten sliepen.

De omgeving van de lodge was stoffig en armoedig, maar een kilometer er vandaan was een klein winkel/restaurantcomplex voor toeristen. Helaas slechts tot 17 uur eten, en het zag er zo leuk uit...

De entree van de lodge was een zandvlakte, met aan de rand links het restaurant / de bar en rechts in wat een soort barakken leken, de receptie. Aan de kant van de weg was het omheind met een muur met prikkeldraad.... gelukkig zaten wij aan de meer vriendelijke kant, aan de rivier. Daar stonden in een soort parkje 4 grote tenten op palen. direct achter de tent was een sanitairdeel met douche en WC, omheind met tentdoek maar van boven open. De tent was prima ingericht en van elektriciteit voorzien. Een prima douche. We stonden echter onder een grote boom, waar veel paarse bloesem van af kwam.

Het diner de eerste avond beviel zo goed dat we er drie keer gegeten hebben, steeds uitstekend. We reserveerden op tijd een plek in het best sfeervolle restaurant. Ook het zwembad, weliswaar een beetje vergane glorie langs de rand, voldeed voor ons prima. De lodge ligt aan de weg naar Moremi Game Reserve, op de oever van de Thamalakane rivier.
Betaald internet (24 uurs-kaart met een x-aantal MB's), en alleen bij receptie en in restaurant / bar.

We gingen voor het eten nog langs bij Discovery B&B waar Robert 5 jaar daarvoor was geweest en een boottocht had gereserveerd. Daar kregen we het juiste adres, want ze deden dat zelf niet maar je moest zijn bij de Old Bridge Backpackers. Dat was een relaxed kamp met jonge 'backpackers' die daar kampeerden, en een loungebar/ restaurant waar ze allerlei excursies verkochten. We troffen er nog een bekende die we eerder op de reis hadden gezien! De excursie was wel erg duur, maar werd ons zo aanbevolen dat we maar eens uit de band sprongen.

Maar eerst gingen we een dag zelf op pad, in het nabijgelegen nationale park. Het Moremi Game Reserve is een van de mooiste wildparken van heel Afrika. Het is dan ook een van de meest bezochte parken. Dit park is zeer herkenbaar door de dichte begroeiing van acacia's. Het is 3.000 km² groot en heeft verschillende landschappen. Zo is er een savannedeel, een dicht woud maar ook een moerassige gebied. Er zijn vele verschillende dieren te zien. Zo lopen er giraffen, zebra's, buffels, olifanten, leeuwen en nog veel meer. Je kan in het park een self-drive safari maken.
Daarvoor moest je eerst in Maun zelf een toegangspas kopen, en een kaart met de diverse paden. Vervolgens was het zo'n 100 kilometer rijden, waarvan de eerste 40 over asfalt, voor we de poort van het park bereikten. Het waren smalle en kronkelige paden waar je weinig kilometers kon maken. wel zeer gevarieerd, een half open bos, hier en daar een vlakte. Hoogtepunt waren 3 cheeta's die niet ver van hun pas gevangen buit onder een boom lagen uit te buiken van de maaltijd. We reden nog een stuk verder waar we ook olifanten, zebra's en apen zagen, maar de weg leek daar te slecht dus keerden we terug, weer langs de cheeta's die inmiddels gezelschap van een aantal gieren in de nabije boomtoppen hadden gekregen.

Het was nog een hele weg terug, waarbij we net buiten het park nog een hele kudde olifanten troffen.

De tweede dag in Maun hadden we de bootexcursie in de Okavanga delta. In de Okavango delta mondt de rivier de Okavango uit. het is de grootste binnenlandse delta ter wereld. Dit deltagebied kan op verschillende manieren bezocht worden door bezoekers. Het is dan ook een toeristische trekpleister. Je kunt er safari- en kanotochten maken en ook overnachten. Er zijn bovendien veel wilde dieren te zien. Via een vlucht met een vliegtuigje over het gebied zie je de prachtige en indrukwekkende delta het beste. Dit is dan ook een populaire excursie, maar wij deden het per snelle boot.

We werden na het ontbijt naar de aanlegsteiger gebracht - die bleek vlak bij onze lodge te liggen... - en gingen in een lichte aluminiumboot met heel sterke buitenboordmotor met een grote snelheid op weg naar de Okavanga delta. Dat was nog een heel stuk over één van de drie watertoevoerende rivieren, wel een kilometer of 70, en daarna nog een kilometer of 30 de delta in waar we uiteindelijk op een eilandje aanlegden. Hier was het de bedoeling om al lopend wat wild te spotten, maar dat zag M uiteindelijk niet zitten. We genoten van de zeer uitgebreide lunch en aanvaarden toen weer de terugtocht. Onderweg zagen we diverse vogels, waaronder veel visarenden, en ook heel wat olifanten. Op de heenweg hadden we nog kort aangelegd bij het eiland waar de stam van onze gids op bivakkeerde in het seizoen om te vissen. De gedroogde vis werd door een opkoper uit Angola weer verkocht in Kongo. We proefden van wat gebakken vis, het ontbijt van onze gids, en dat smaakte heerlijk. Tegen de avond waren we weer terug, na een lange dag met prachtig weer in deze wereld van riet, waterplanten en water.

Audi Camp (Okavango Delta, Botswana)
19°55'58.55"Z 23°30'38.23"O

terug naar startpagina - volgende - naar programma